Liever baden dan bidden

Ooit was er een kapel speciaal voor de badgasten, maar toen die niet massaal ter kerke bleken te gaan, kregen de Scheveningse hervormden het gebouw. Inmiddels neemt de Nieuwe Badkapel een heel eigen plaats in. Een historisch overzichtje.

In de tweede helft van de negentiende eeuw komt Scheveningen als badplaats aan zee tot bloei. Om de protestantse badgasten de gelegenheid te bieden een zondagse godsdienstoefening bij te wonen, nam een Haagse dominee het initiatief tot het bouwen van de Badhuiskerk of ‘Protestantse kapel’ aan het Gevers-Deynootplein. De kerk ging in 1874 open; soms ging ook een Engelse of Duitse predikant voor.
Het bezoekersaantal viel echter zo tegen dat de Nederlands Hervormde kerk in Scheveningen het gebouw wel wilde overnemen. Zij kon een derde kerkgebouw goed gebruiken, door de groei van de Scheveningse bevolking. Vanaf 1903 was de kerk ook buiten het badseizoen open. De kapel verdween met de herinrichting van het Gevers-Deynootplein en in 1916 werd de Nieuwe Badkapel in gebruik genomen, ontworpen door de Scheveninger W. Ch. Kuijper jr.. Met duizend zitplaatsen, een kenmerkend Grieks kruis als grondvorm, koepels en prachtige kleuren.

Spreekkanonnen
De archieven laten zien hoezeer de Nieuwe Badkapel een bijzondere positie verwierf in het kerkelijk leven in Scheveningen én Den Haag. Voor veel mensen was de kerk wel erg Haags en elitair. Niet door het bezoek van badgasten, maar door de sfeer en de vernieuwingen in de kerk. Al snel wijkt veel af van de andere Scheveningse kerken: aanvankelijk geen eigen predikant , geen middagdiensten, een vrouwelijke organist, veel orgelconcerten.
De kerk haalde sowieso frequent het Haagse nieuws: de hofberichten vermeldden steevast wanneer koningin Wilhelmina en haar gevolg ter kerke waren geweest en onder wiens gehoor. Ze woonde een tijdje op loopafstand. De preekbeurten in de Nieuwe Badkapel werden lang vervuld door sprekers van buiten. ‘Spreekkanonnen’, schreef het dagblad Trouw bij het 60-jarig bestaan van de kerk. Grote hervormde theologen, bekende Nederlanders en vrijzinnige predikanten vielen zo in de smaak bij ook het Haagse publiek dat al in 1928 besloten werd te stoppen met aankondigingen in de Haagse kerkbode.

Geprikkeld
Vanaf 1926 had de Nieuwe Badkapel jeugddiensten waarvoor speciaal een jeugdkoor werd opgericht. Beide werden een begrip. Niet elke behoefte aan vernieuwing werd gehonoreerd: in 1934 verzochten enkele honderden kerkleden bij de Scheveningse kerkenraad om eenmaal per maand ‘liturgische diensten’ te mogen houden in de Nieuwe Badkapel; het kerkbestuur wees dat verzoek af: ‘Gezien de geestesgesteldheid der gemeente, waardoor voorzichtigheid in deze zaak geboden is en niet noodeloos de stemming moet worden geprikkeld.’ Andere vernieuwingen gingen door; gezangbundels werden vlot ingevoerd en in de jaren vijftig en zestig had de Nieuwe Badkapel toeristendiensten voor gezinnen, zelfs in samenwerking met ‘het circus’ aan het Gevers-Deynootplein.
Meer liturgische elementen zijn er uiteindelijk toch gekomen. En vijfendertig jaar geleden begonnen de diensten met Bachcantate. Intussen hóren ze bij de Nieuwe Badkapel.

Tekst: Petra Jonkers
Op de foto: Toeristen stappen uit de tram aan het Gevers Deynooplein, op weg naar de Badkapel (1904). Schermafdruk van: Denhaag.wiki.nl.

Nieuwe Badkapellers vertellen over hun kerk:

Deel dit artikel