Hoe Pieter Gabriel de Reformatie naar Den Haag bracht

Halverwege de zestiende eeuw bereikte het gedachtegoed van Maarten Luther ook Den Haag. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het was een ex-monnik uit Brugge die voor het eerst in de open lucht een protestantse preek hield.

Pieter Gabriel, de Vlaming. Dat moet de eerste reformator in Den Haag zijn geweest. Het was een gewezen monnik uit Brugge, die in 1564 vanwege geloofsvervolging naar Antwerpen vertrok en vandaar naar Amsterdam reisde.
Over deze man heeft de Haagse predikant E.J.W. Posthumus Meyjes in 1918 een artikel geschreven. Hij baseerde zich op oudere bronnen en blikte terug op de roerige zestiende eeuw, toen de ‘nieuwe leer’ van Luther, Calvijn en anderen Europa veroverde.
Posthumus’ verhaal over de ontvangst van het protestantisme in Den Haag leest als een geromantiseerd ooggetuigenverslag. Het is een relaas over een held. Over de Brugse ex-monnik schrijft hij: ‘Hij schijnt een man van niet gewone gaven geweest te zijn, klein van gestalte en zwak van lichaam, maar vol des geloofs en des Heiligen Geestes, als een andere Gabriel, een engel van God gezonden! Geen wonder dat men hem gaarne hoorde als een getrouw uitdeeler der menigerlei verborgenheden Gods en van vele plaatsen het verzoek tot hem kwam: “Kom over en help ons!”’ Van hem werd gezegd dat hij alle brieven van Paulus van buiten kende.
Helden moeten inderdaad ver boven het maaiveld uitsteken. Op zijn tocht door Holland had Gabriel in juli 1566 op een stuk land in Overveen een hagepreek gehouden, ‘vier uren lang in eene zeer hete middagzon’. Daarna ging de tocht naar Delft en Den Haag.
Posthumus memoreert dat sedert 1517, toen de Reformatie in Duitsland ontvlamde, ook in Holland al snel de eerste tekenen van een nieuwe tijd zich aandienden. Niemand minder dan stadhouder Graaf Hendrik van Nassau had al in 1519 de Haagse geestelijken opgeroepen voor Luther te kiezen. Maar zo snel ging dat niet. Jan de Bakker werd in 1525 op de Plaats verbrand en werd daardoor de eerste Noord-Nederlandse martelaar. In de Grote Kerk is een gebrandschilderd raam aan hem gewijd. Twee jaar later volgde Wendelmoet Claesdochter ‘in den marteldood’.

‘Verbitterde vijand’
Op 25 augustus 1566 bereikte Pieter Gabriel Den Haag. De week ervoor had hij bij de Hoornbrug gepreekt, nu trok hij op naar het Haagse Bos. Het stads- en landsbestuur dreigde met straffen. Delftse schutters in vol harnas beschermen de magistraat Cornelis Suijs, ‘den verbitterden vijand der Hervorming’. Uit het relaas van Posthumus: ‘De Kneuterdijk is bezet met duizenden. (…) Diepe stilte en aandacht heerscht nu alom. De hagepreeker roept Gods Naam aan in den gebede. De Psalmen – naar de berijming van Datheen den 28sten April van dat jaar in druk verschenen – worden aangeheven, het Godswoord wordt ontsloten, en ook binnen ’s-Gravenhage, al is het nog buiten de muren der Groote en Kloosterkerk, wordt het Evangelie der genade Gods in Jezus Christus gepredikt: “De rechtvaardige zal uit het geloof leven”.’
Posthumus schrijft vervolgens dat Pieter Gabriel doorreist naar Utrecht. In 1567 moest hij naar Emden in Oost-Friesland vluchten. Enkele jaren later keerde hij naar Holland terug. In 1573 is hij in Delft overleden.
In Den Haag ging de godsdienststrijd verder. In 1570 werden nog vier pastoors uit de regio ‘tot den brandstapel’ gevoerd, ‘omdat zij hunne gemeenten tot het Evangelie van Gods genade hadden willen brengen’. In 1574 namen de ‘gereformeerden’ de St. Jacobskerk in bezit. Jan Pietersz. van Castricum, die uit Wezel kwam, werd de eerste officiële predikant. Hij bleef dat tot 1593. In 1616 waren vijf predikanten aan de Nederduitsche Hervormde gemeente van Den Haag verbonden.

Ook de Kloosterkerk heeft in de eerste decennia van het Haagse protestantisme een voorname rol gespeeld. Het voormalige dominicanenklooster uit de veertiende eeuw had tijdens de Spaanse bezetting behoorlijk geleden. De kerk was sinds de Reformatie in gebruik als wapenarsenaal. Anno 2017 herinnert nog slechts één ruïne-achtige muur op de binnenplaats aan de contouren van het gesloopte klooster. Toen het aantal kerkgangers toenam en de kerk weer in gebruik moest worden genomen, werd ze middelpunt van een landelijke kerkstrijd, die tussen remonstranten en contraremonstranten. Op 9 juli 1617 namen de contraremonstranten de Kloosterkerk in bezit. Een week later ging prins Maurits, die verwikkeld was in zowel een politiek als een godsdienstconflict, op zondag demonstratief in een grote optocht te paard naar de Kloosterkerk.

De ingang van de Reformatie in Den Haag heeft zich uitgestrekt over zo’n honderd jaar. Over de Abdijkerk in Loosduinen – de oudste kerk van Groot Den Haag – is minder uitvoerig geschreven. Daar werd Jacobus Cornelius Meursius, een katholiek geestelijke, de eerste predikant. De Abdijkerk werd in 1580 aan de protestanten toegewezen.

Tekst:Jan Goossensen
Bron: Dr. E.J.W. Posthumus Meyjes: Kerkelijk ’s-Gravenhage in vroeger eeuwen. Schetsen uit de geschiedenis der Hervormde Gemeente, 1918.
Foto: Deze ruïnemuur achter de Kloosterkerk herinnert aan het voormalige klooster, dat in de reformatietijd werd afgebroken.

Kerk in Den Haag  bestaat in november precies twintig jaar. De redactie is benieuwd: wat vindt u van het blad/de website? Uw mening (2 minuten invultijd) is ons verjaardagscadeau. Daarmee hopen wij u te trakteren op een nog mooier blad/website. Om de redactie blij te maken: klik hier.

Deel dit artikel