Barbara en Eckhard Benz-Wenzlaff over de val van de Muur
20 jaar na de val van de Muur: ‘De honden van de grenswachten konden we in onze kamer horen’
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd november 2009, jaargang 13, nr. 120
Interview Twintig jaar geleden viel de Muur. De Hagenaars Eckhard en Barbara Benz-Wenzlaff, pastores van de Deutsche Evangelische Gemeinde, woonden in november 1989 in Berlijn. Ze halen herinneringen op aan de revolutie die uit de kerk kwam.

Foto Rogier Chang
Barbara en Eckhard Benz-Wenzlaff: ‘Onbegrijpelijk dat progressieve mensen uit het Westen blind waren voor de realiteit van de DDR.’
Voor Barbara Wenzlaff is de Muur een deel van haar leven geweest. Ze werd in West-Berlijn geboren in 1961, het jaar dat de DDR de Muur bouwde. Zelfs haar geboortedag was geladen met symboliek: 8 december, de dag waarop de eerste vluchteling die naar West-Berlijn wilde ontkomen, door grenswachten werd doodgeschoten.
‘Ik heb naast de Muur, in het stadsdeel Spandau, leren fietsen’, zegt ze. Als kind proefde ze vrijwel dagelijks de angst en de dreiging die van de grens tussen Oost en West uitging. ‘De honden van de Oostduitse grenswachten konden we bij ons in de kamer horen.’
Geheime dienst
Alle kasten waren thuis volgestouwd met voedingsmiddelen, suiker, pasta. Stel je voor dat de Russen de stad opnieuw zouden isoleren, zoals na de oorlog was gebeurd. Een buurman werkte bij de S-bahn, een stadsspoorlijn die door de DDR beheerd werd. Pas op, werd de kinderen ingeprent, hij kon een informant van de Stasi, de geheime dienst zijn.
Ook de bezoeken aan oma in de DDR waren geen doorsnee-uitjes. ‘We wisten als kind dat we dan onze mond moesten houden. We smokkelden van alles mee: bananen, koffie, sigaren, chocolade, een fiets. Omgekeerd reden we naar huis terug met tassen vol groente. Eén keer met de viool van oma. Daar speelt mijn dochter nu op.’
Samenvattend heeft Barbara Wenzlaff het leven in een gespleten stad ervaren als ‘één grote treurigheid’. Wie vanuit West-Berlijn de vrije natuur wilde opzoeken, moest eerst naar West-Duitsland rijden. ‘Verder heb ik er onder geleden dat ons altijd werd ingeprent dat wij als West-Berlijners aan de goede kant van de Muur, in de betere helft van Duitsland woonden, terwijl familie van ons in het Oosten leefde.’
De avond van de negende november 1989 heeft op Barbara en haar man Eckhard Benz een onuitwisbare indruk gemaakt. Ze zegt: ‘We zagen op een goed moment zoveel Trabbi’s langrijden, dat moest wel betekenen dat de Muur open was. Maar toen Eckhard, die de deur was uitgegaan, uren later met een uitgehakt stukje muursteen terugkwam, kon ik dat niet als een aardigheidje, een souvenir zien. De Muur was op dat moment voor mij nog een brok ellende, narigheid.’
Afluistermicrofoons
Voor de Wende had Barbara Wenzlaff al contact met kerken in de DDR. Ze liep stage in Naumburg en logeerde bij de predikant. Haar Berlijnse accent zorgde ervoor dat ze zich bij de gemeenteleden kon voordoen als bezoekster uit Oost-Berlijn. Dat voorkwam veel vragen. ‘Ik wist dat de hele pastorie vol afluistermicrofoons zat. Daarom bespraken we vertrouwelijke onderwerpen altijd in de open lucht, onder een wandeling.’
Eckhard Benz bezocht in 1990, een jaar na de Wende, een bijeenkomst van pastores uit West- en Oost-Duitsland. Hij herinnert zich een vergadering die bol stond van oude idealen en projecties. ‘Sommige linkse West-Duitsers waren ronduit teleurgesteld dat de DDR als alternatief voor het kapitalistische Westen niet meer bestond. Ik was op mijn beurt over hen teleurgesteld: dat ze dat durfden zeggen. Onbegrijpelijk dat progressieve mensen, die altijd de mond vol hadden gehad over sociale gerechtigheid, blind waren geweest voor de realiteit van de DDR.’
Vrije ruimte
De revolutie in de DDR kreeg in 1989 een eigen dynamiek dankzij de steun van de protestantse kerken. Terwijl momenteel als hoogste wijsheid geldt dat de kerk en de staat zich niet met elkaars zaken moeten bemoeien, zeker niet in een democratie, groeiden in 1989 de wekelijkse Montagsgebete in kerken in Leipzig en elders uit tot haarden van protest, waarop het DDR-regime geen antwoord had. We waren op alle vormen van verzet voorbereid, zouden partijleiders later zeggen, alleen niet op gelovigen die met kaarsen de straat op gingen.
Eckhard en Barbara Benz-Wenzlaff prijzen de rol van de Oost-Duitse kerken, die een ‘vrije ruimte’ vormden waar de DDR-burgers over de toekomst konden nadenken. Was dat niet wennen voor lutheranen, die toch opgevoed waren in een traditionele sfeer van gezagsgetrouwheid? Eckhard Benz-Wenzlaff: ‘Sinds de nazitijd hebben de lutheranen een grote ontwikkeling doorgemaakt, denk aan de geestelijke nalatenschap van de theoloog Bonhoeffer. Dat je je mond moet opendoen als de overheid mensenrechten schendt, past goed in die ontwikkeling.’
Voor Eckhard en Barbara Benz-Wenzlaff is de deling van Duitsland nog geen verleden tijd. Ze denken er nog vaak aan, vooral als ze naar Berlijn reizen en onderweg het punt passeren waar vroeger de Muur stond.
Barbara: ‘De Muur is in mijn hoofd nog altijd aanwezig. Als we die oude grens naderen, en je kunt dat zien doordat de bomen langs de weg er later zijn aangeplant en dus lager zijn, komen alle belevenissen weer boven. Ook als we onderweg Duitsers uit de oostelijke deelstaten horen praten met een sterk Saksisch accent. Ik voel mijn gezicht dan verstrakken. Alle verhalen over de Muur komen dan weer boven. Ach ja, zeggen de kinderen dan, mama erzählt.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag