Archief
Jaargang:

Aandachtscentrum en Schrijnende verhalen

Gepubliceerd november 2009, jaargang 13, nr. 120

Ingezonden

Aandachtscentrum (1)

Ik heb grote moeite met het artikel van Jan Goossensen ‘Bouw Aandachtscentrum om tot inloopwinkel’ (KDH 119).
Vorig jaar werd in de drukbezette lutherse kerk gevierd dat vijfentwintig jaar geleden het Aandachtscentrum is opgericht. Onder de lovende sprekers waren, onder anderen, de wethouder voor welzijn en volksgezondheid, Van Alphen, en de minister van sociale zaken, Donner. Minister Donner wees op de noodzaak van instellingen als het Aandachtscentrum, omdat deze de leemte kunnen opvullen bij de opvang van mensen, die officiële organisaties noodgedwongen open laten. Het Aandachtscentrum kan elk mens als individu benaderen en van dienst zijn.
Het is mij niet duidelijk waarom de heer Goossensen het Aandachtscentrum wil omvormen tot een inloopwinkel. Zijn er klachten bij de tientallen vrijwilligers, vindt het bestuur veertig bezoekers per dag niet voldoende ? 
Thans is het Aandachtscentrum een niet al te opvallend, rustgevend, winkelpand, waar de kerken naastenliefde proberen te geven aan mensen die dat nodig hebben. Aan veertig per dag! Liefde is de belangrijkste dienst die christenen en niet christenen aan elkaar kunnen  bewijzen. Daarover bestaat weinig verschil van mening tussen kerken, daarom is het centrum ook van begin af aan oecumenisch opgezet. Voor veel mensen binnen en buiten de kerk is naastenliefde de essentie van de boodschap van Jezus. Het is niet voor niets dat majoor Bosshardt een van de meest gerespecteerde en geliefde mensen is in Nederland. Haar leven stond in dienst van de naaste.
Het zal niet zo bedoeld zijn, maar de artist’s impression van de door Jan Goossensen gewenste inloopwinkel lijkt meer op Casa Rossa dan op het Leger des Heils.

Herman Beltman

Aandachtscentrum (2)

Het artikel ‘Bouw Aandachtscentrum om tot inloopwinkel’ heeft hier en daar onrust veroorzaakt.
In tegenstelling tot de gewekte suggestie is en blijft het Aandachtscentrum een gastvrije ‘huiskamer’ in de stad voor ieder die daar behoefte aan heeft. Wel zijn wij bereid mee te denken om onze informatiefunctie te verbeteren.
Het artikel is op persoonlijke titel geschreven om de meningsvorming te prikkelen en is in eerste instantie geadresseerd aan de Haagse kerken.
Wij zijn trots op en blij met alles wat er in ‘ons’ Aandachtscentrum gebeurt en willen alleen veranderingen die het werk dat we nu doen, kunnen versterken.

Tiny Hielema, voorzitter coördinatiecommissie
Plony de Jong, pastor

Schrijnende verhalen
In het septembernummer van KDH stond het artikel ‘Geen papieren, geen toekomst’. ‘Schrijnende verhalen’, ja, die zijn er veel. U zou een boek kunnen volschrijven met verhalen over autochtone ‘losers’ en natuurlijk zijn er ook allochtone ‘losers’. Maar waarom altijd deze trieste verhalen indien het over allochtonen gaat? Overigens is naar mijn ervaring het waarheidsgehalte van veel van deze verhalen niet groot. Begrijpt u niet dat dit koren op de molen is voor hen die haat zaaien tegen mensen van buitenlandse afkomst? ‘Het zijn allemaal profiteurs’ is een kreet die er bij velen ingaat als zoete koek.
Waarom schrijft u niet over de ‘winnaars’? Een groot deel van onze huidige welvaart hebben wij te danken aan buitenlandse arbeidskrachten. De meeste immigranten zijn geen profiteurs. Het is gebleken dat veel van hen geen zielige vluchtelingen zijn. Het zijn vaak veelbelovende kinderen van gegoede families die botje bij botje hebben gelegd om een overtocht en een vluchtverhaal te kopen. Zij hopen dit familielid een kans op een betere toekomst in een land vol beloften te geven, maar wel met de verplichting om dit later in veelvoud aan de familie terug te betalen, Wanneer zij dan als loser terugkeren worden zij natuurlijk niet met open armen ontvangen.

B. van Linge

| |