Archief
Jaargang:

Af en toe stil staan

Door Rob van Essen
Gepubliceerd februari 2011, jaargang 14, nr. 133

In-Druk

Soms met de kinderen, soms alleen, sta ik een paar keer per jaar bij het graf van mijn overleden vrouw. ‘Je vindt er niks’, zeggen sommigen. Mijn moeder zei dat ook altijd en ik heb het haar lang nagezegd.
Toen ik jong(er) was had ik trouwens ook niets te zoeken op begraafplaatsen. Toen ik predikant werd, kwam ik er soms wel twee maal per week. Lopend in de stoet passeerde je dan mensen die met plantjes en gieters een graf verzorgden. En ook al had ik met nabestaanden vaak goede gesprekken, ik bleef een buitenstaander.
O ja, het ging door merg en been, de naam van het aan wiegendood gestorven kindje, door de moeder uitgeschreeuwd bij het open graf. En nog zie ik de jonge vader lopen met de baby op zijn arm, achter de kist van zijn in het kraambed gestorven lief.
Maar het leven gaat door, toch? Het werk gaat door. Van een begraafplaats in Amsterdam racete ik naar Deventer om een huwelijk te bevestigen.
Als predikant word je ook wel gevraagd bij de uitvaart van van de kerk vervreemde familieleden. In zo’n situatie ben je even deelgenoot van het verdriet. Maar nooit ging ik terug naar het graf van de overledene. Ik had er niets te zoeken.

Sinds meer dan een jaar ontmoet ik in het ‘Alleen-café’ mensen die kort of iets langer geleden een partner of ouder verloren. ‘Elke week ga ik naar het graf’, zegt de een. ‘Ik ben deze week twee keer geweest’, zegt een weduwnaar. En het komt niet in mijn hoofd op te vragen wat ze er zoeken. Sinds ik ervaringsdeskundige ben weet ik waarom het zo troostend is: bloemen plaatsen, wat onkruid weghalen, een kaars aansteken. Juist omdat je er niets vindt, is het goed.

Want mensen die rouwen, leven met een gemis. De omgeving wil vaak dat je die leegte snel weer vult. ‘Ga klaverjassen’, ‘word vrijwilliger in het buurthuis’. Goed bedoeld en natuurlijk moet je niet thuis blijven zitten met de gordijnen dicht. Maar als je van die ander gehouden hebt, dan moet je af en toe stil staan bij de leegte die hij/zij achterliet. Met een glimlach terugdenken aan haar eigenaardigheden, ruimte terugvinden voor dankbaarheid voor alles wat je deelde.
Natuurlijk, dat hoeft niet op de begraafplaats. Maar wij mensen hebben nu eenmaal plekken nodig om af en toe even stil te staan. Een reünie in het oude schoolgebouw, langs je geboortehuis lopen. Je even losmaken van gedoe en getwitter en je realiseren wie je bent en vanwaar je bent gekomen.

Dat is ook precies wat ik maandelijks in het Alleen-café zie gebeuren. Soms zijn mensen bang dat de ontmoeting met lotgenoten het verdriet alleen maar verzwaart. Maar het blijkt een plek te zijn van herkenning en bemoediging. In het Alleen-café ontdekken ze gaandeweg dat je met je verdriet niet alleen hoeft te blijven. Omdat we het gemis onder ogen durven zien, kunnen we sterker verder.
Durf dus af en toe stil te staan dit jaar.

| |