Afdalen en opgaan
Door Ds. Margreet R. Klokke
Gepubliceerd januari 2010, jaargang 13, nr. 122
Bijbels QRS De bijbel staat vol woorden. Gedurende de geschiedenis heeft de mens, de kerk, die woorden een eigen leven ingeblazen. En er woorden aan toegevoegd, die bij nader inzien helemaal niet in de bijbel staan.
De overgang van een oud naar een nieuw jaar is zo’n moment waarop een mens even stil kan staan. Hij kijkt terug: hoe is zijn weg gelopen in het jaar dat voorbij is? Over welke toppen van vreugde is het gegaan, en door welke dalen van verdriet? En hij kijkt vooruit: welke kant wil hij op, in het jaar dat komt? Met behulp van welke goede voornemens zal hij zichzelf bijsturen? Het is zo’n moment, waarop hij beseft dat er te kiezen valt. Je leven hoeft maar niet ‘zijn gangetje’ te gaan. Je kunt er ook een wending in brengen.
Dat is een bijbelse gedachte. Een mens is altijd vrij om te kiezen. Mozes zou het gezegd kunnen hebben. Natuurlijk, je bent gebonden aan de plaats waar je staat. Je hebt geen absolute vrijheid. Maar vanaf de plaats waar je staat kun je altijd minstens twee kanten op. Je toekomst ligt open.
Zo kun je vanaf elke plaats kiezen of je wilt afdalen of opgaan. In de context van de bijbel zijn dat geen aardrijkskundig gekleurde woorden. Afdalen is niet een dal in lopen, en opgaan niet een berg beklimmen. Afdalen is weglopen van jezelf, van God en de mensen. En opgaan is dichtbij jezelf blijven, bij God en de mensen.
Dat is goed te zien aan het verhaal van Jona. De naam van Jona betekent ‘duif’, ‘postduif’. Hij is met andere woorden iemand die iets te vertellen heeft. Tenminste, dat denkt God. God ziet iets in hem. Jona zou zijn stem kunnen vertolken. Hij spreekt Jona aan en zegt: Sta op, ga naar Ninevé die grote stad en roep tegen haar! En wat doet Jona? Hij staat op om te vluchten …, weg van voor het aangezicht van de Heer. En hij daalt af naar Jafo … Hij daalt af in een schip. En ten slotte daalt hij nog af in het scheepsruim. Afdalen, dat is vluchten, weg van jezelf, van wie je eigenlijk bent (in Jona’s geval: ‘postduif’), van God en de mensen.
Meestal word je vanzelf een halt toe geroepen als je op deze weg zit. Ook dat zie je aan Jona. Het schip waarop hij zit, geraakt in een grote storm. Als hij dan nog niet om wil keren, komt hij in een grote vis terecht.
Zo gaat dat, een mens raakt steeds verder van huis als hij vlucht voor zichzelf, voor God en de mensen. Maar verloren raakt hij niet, hij blijft vrij om te kiezen, tot op het diepste punt. Helemaal in de put, in de buik van de vis, komt Jona zichzelf tegen. Allemaal bijbelteksten borrelen in hem op. Blijkbaar is hij toch een mens, die iets te zeggen heeft, van God… De vis spuwt hem uit, en opnieuw hoort hij God zeggen: Sta op, ga naar Ninevé… En dan: Jona stáát op, en hij gáát.
Afdalen of opgaan. Op elk moment van je leven kun je tussen die twee wegen kiezen.
Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.
Het QRS-stuk ‘Hebben en zijn’ dat in het novembernummer stond, is geschreven door ds. Margreet Klokke. Niet door ds. Trinette Verhoeven, zoals per ongeluk vermeld stond.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag