Archief
Jaargang:

Afscheid Parnassia-koster Leen Boers

Afscheid Parnassia-koster: ‘Mensen aankijken, dan gaat het goed’

Door Petra Pronk
Gepubliceerd september 2010, jaargang 14, nr. 128

interview Achtendertig jaar lang was Leen Boers koster in de Franciscuskerk in Loosduinen, onderdeel van Parnassia (het voormalige psychiatrisch centrum Bloemendaal). Een functie die hij met veel liefde uitoefende. Vijf vragen ter gelegenheid van zijn afscheid.

Leen Boers: ‘Kennelijk straalde ik een bepaalde rust uit.’

Foto Rogier Chang

Leen Boers: ‘Kennelijk straalde ik een bepaalde rust uit.’

Welke ontroerende gebeurtenis tijdens een kerkdienst zal altijd in uw geheugen gegrift blijven?
‘Een huwelijk van twee patiënten. Dat die twee elkaar in de ellende toch gevonden hebben in zo’n inrichting, dat vond ik mooi. De dienst was buitengewoon ontroerend.’

Wat is het leukste succesverhaal op verjaardagsfeestjes over iets dat misging tijdens een dienst?
‘Eigenlijk is er nooit iets echt misgegaan. Ik stond er altijd nuchter in. Niet bang zijn, gewoon blijven praten met de mensen, ook als ze een vlaag van verstandsverbijstering hadden. Ze aan blijven kijken, dan kwam het altijd goed. Kennelijk straalde ik een bepaalde rust uit.’

Wat is de belangrijkste les die u aan nieuwe kosters wilt doorgeven?
‘Mensen van voren benaderen. Ik heb ooit tijdens een druk bezochte kerstavonddienst de fout begaan om een patiënt die een plekje zocht in de afgeladen kerk van achter op zijn schouder te tikken. Hij schrok zich wild, draaide zich om en zou me zo een klap verkocht hebben als ik niet in een reflex had kunnen bukken.’

U hebt nu tijd om een lange reis te maken. Wat neemt u mee voor onderweg om de tijd te doden?
‘Helaas laat de gezondheid dat niet meer toe. Wat dat betreft ben ik precies op tijd gestopt. Maar toen we nog wel reisden, verbaasde ik me altijd over mensen die onderweg zaten te lezen. Ik gaf mijn ogen altijd de kost als ik in de bus zat. Genieten van wat je ziet. Als we eenmaal op de plek aankwamen, bezocht ik de plaatselijke kerken. Je blijft toch altijd koster. Ooit waren we in een kerk waar op het bord Psalm tweehonderdzoveel stond aangekondigd – terwijl we er maar honderdvijftig hebben. Daar hebben we de koster toen wel even op gewezen.’

Met wie zou u een dag op stap willen en waarom?
‘Met mijn eigen vrouw. In december hopen we vijftig jaar getrouwd te zijn. Dat we na zoveel tijd nog bij elkaar zijn betekent dat we heel veel van elkaar houden, dus dat ik wil ik graag vieren.’

| |