Anton Korteweg:'Vrouwen zien literatuur als vorm van zingeving’
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd februari 2009, jaargang 12, nr. 113
Interview Literatuur is voor velen een vorm van zingeving. Vooral oudere vrouwen lezen veel. ‘Ik noem het de Mariëttes. Zij zijn onze lezers van de toekomst’, zegt Anton Korteweg, die tot vorig maande directeur van het Letterkundig Museum was.
Lezen – vooral poëzie – wordt door velen geassocieerd met klassieke begrippen, zoals kennismaking met het goede, het ware en het schone. Korteweg: ‘Dat kun je aanvechten, maar misschien is het in laatste instantie wel waar.’ Vooral op het platteland verslinden vrouwen boven de veertig stapels literatuur. ‘Ik heb het bij mijn moeder gezien. Tot haar dood is ze lid van de leesclub geweest. Die had voor haar bijna de rol van de kerk overgenomen.’
Het Letterkundig Museum, naast het Centraal Station, wordt verbouwd. De honderd belangrijkste ‘dode schrijvers’ in het Nederlandse taalgebied worden – als grote cultuurdragers – opnieuw gepresenteerd. Daarnaast behoudt het museum zijn waarde als archief van 1,6 miljoen brieven van en aan schrijvers. ‘Ons bestaansrecht is ons archief. Aan de hand daarvan kunnen biografieën van beroemde schrijvers worden geschreven. Als ik moest kiezen tussen het archief en de expositieruimte, koos ik voor het eerste.’
Geen Achterberg of Nijhof
Want ‘gewone’ bezoekers zijn schaars geworden in het museum. Scholen doen nog maar mondjesmaat aan literatuuronderwijs. Het doet Korteweg – zelf dichter – pijn, dat zelfs leraren in opleiding geen dichtbundels van Achterberg of Nijhof meer hoeven lezen. Slechts enkele Haagse middelbare scholen hebben gedreven docenten Nederlands, die hun leerlingen op sleeptouw nemen naar het Letterkundig Museum.
De scholen die nog wel het museum trouw bezoeken, zijn overwegend van strenge protestantse signatuur. Het zijn reformatorische scholen uit het Groene Hart. Korteweg: ‘Scholen waarvan de meisjes zelfs als het vriest geen broek mogen dragen.’
Hij constateert dat in calvinistische kring de spreekwoordelijke eerbied voor het woord zich nog steeds ook uitstrekt tot literatuur. ‘Het geschreven woord, niet alleen dat van de bijbel, heeft voor protestanten een bijzondere lading, een kracht van waarheid.’
De jonge Anton Korteweg heeft dat in zijn geboortedorp Zevenbergen van dichtbij meegemaakt. ‘Als scholier ontdekte ik vrij laat dat taal ook gebruikt kan worden om dingen te fantaseren.’ Hij raakte overigens juist in de kerk gefascineerd door de dichtkunst.
‘Op zondagochtend luisterde ik nooit naar de preek, maar las ik de korte dichtersbiografieën achterin de hervormde gezangenbundel. Zo leerde ik Christian Knorr von Rosenroth kennen, die het lied ‘Morgenglans der eeuwigheid’ schreef. En John Henry Newman, een protestant die rooms-katholiek was geworden en om die reden door zijn tijdgenoten omschreven werd als “een engel die zijn weg verloren heeft”.
Boeiende teksten, die mijn liefde voor poëzie hebben aangewakkerd.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag