Afscheid van Den Haag
Arie de Boers laatste maand in de Lukaskerk
Door Nelleke de Jong - van den Berg
Gepubliceerd mei 2011, jaargang 14, nr. 136
interview Arie de Boer was legerpredikant in Bosnië. Bijna redde hij het niet. ‘Maar op een gegeven moment is er een dominee gestorven en een andere opgestaan.’

Foto Rogier Chang
Arie de Boer: ‘Na een time-out kwam ik in de Lukaskerk. Het is heerlijk werken in deze ruimhartige gemeente.’
‘Ineens veranderde er zo veel tegelijk!’ Arie de Boer – predikant in de Lukaskerk (Schilderswijk), toen legerpredikant – denkt terug aan de jaren na de val van de Muur in 1989. Hij maakte de daarop volgende reorganisatie van de krijgsmacht van binnenuit mee. ‘De samenleving was euforisch: “Wat moeten we nog met het leger?” Nou, inzetten op de Balkan. We moesten in groten getale naar Joegoslavië, hoewel we nauwelijks ervaring hadden met risico’s van die omvang.’
Levensgevaarlijk gebied
Uitzending was voor dienstplichtige militairen altijd vrijwillig. Maar in de loop van de jaren negentig verdwenen de dienstplichtigen uit het leger. Voor wie (beroeps)militair werd, werd uitzending verplicht. De Boer: ‘Dat gaf nieuwe ethische en psychologische vragen. Daarom ben ik toen weer militaire ethiek en pastorale psychologie gaan studeren. Hoe verhoudt het politieke besluit over uitzending zich tot de individuen die worden uitgezonden? Ik merkte dat militairen zich te weinig realiseerden waaraan ze begonnen. Er kunnen gewetenskwesties gaan spelen, en dus moeten zij leren daarover na te denken. De geestelijke verzorging kan hen daarbij helpen. Ik heb wat ik leerde in mijn studie door kunnen geven aan militairen die ik, op de School voor Vredesmissies, toerustte voor uitzending. Wat is je persoonlijke ethiek? Hoe overleef je in zo’n levensgevaarlijk gebied?’
Crisistijd
Zelf ging hij in 1996 voor zes maanden naar Bosnië. Hij beleefde het als een crisistijd, ook in zijn persoonlijk geloofsleven. ‘Vanuit Split reden we in konvooi naar hartje Bosnië, naar Busovača, door een totaal verwoest, donker land. En zo voelde ik me ook van binnen. Ik lag overhoop met mezelf, twijfelde aan mijn huwelijk en had beter niet kunnen gaan. Maar ik wilde niet voor mijn uitzending weglopen.’
Hij kreeg het gevoel het als predikant niet te redden. Al was de oorlog voorbij, de sfeer in het land maakte hem sprakeloos. ‘Maar ik moest wel kerkdiensten leiden. Ik zocht bijbelpassages bij steeds existentiëler thema’s. Ik wist tegelijk dat het anders zou moeten, omdat ik het anders niet zou volhouden en naar Nederland zou moeten terugkeren. Dat laatste was ondenkbaar, ik wilde een ander niet met mijn uitzending opzadelen. Het is me gelukt, dankzij een hecht team, én een moment van overgave.’
Op zeker moment begreep hij dat hij het gevecht om overeind te blijven niet kon winnen. ‘Toen is er een dominee gestorven en een andere opgestaan. Ik kon gewoon gelovig christen zijn, en zou wel zien wat er van mijn domineeschap kwam.’ Pas toen kreeg hij het werkelijk pastoraal druk. ‘Kennelijk ben je toegankelijker, als je door zo’n flessenhals bent gegaan. En ik merkte dat ik gedragen werd: aan het eind van elke dag was ik er toch weer doorgekomen. Bosnië heeft me dichter bij mijzelf gebracht en dichter bij God. Mijn leven is er ingrijpend door eranderd. In mijn contact met mensen ben ik veel meer mijzelf geworden. Om mijn identiteit als geestelijk verzorger maak ik mij sindsdien minder dik.’
Wereldvreemde figuren
Dominee worden was geen jongensdroom. Na de HBS-b ging hij in zijn geboorteplaats Joure bij Douwe Egberts werken. In 1967 werd hij overgeplaatst naar Utrecht, waar hij in de studentenwereld terechtkwam. ‘Toen overvielen mij de grote geloofsvragen. Ik besloot theologie te gaan studeren. Niet om dominee te worden – ik vond dominees wereldvreemde figuren – maar omdat ik hoopte God te vinden.’ Na zijn afstuderen in 1977 werd hij predikant in Lemmer. ‘Moed daarvoor verzamelde ik onder meer tijdens een reis naar de VS. Daar ervoer ik hoe allerlei charismatische vernieuwingen vooral in traditionele kerken werkten. Die reis heeft grote invloed op mijn denken en geloven gehad.’ Na vier jaar stapt hij over van Friesland naar de landmacht. Dát werk bleek hem op het lijf geschreven.
Achterstallig onderhoud
Op zijn 55e ging hij met ‘functioneel leeftijdsontslag’, al bleef hij militair vormingswerk doen. Toen dat stopte, meldde hij zich als interim-predikant bij de Protestantse Kerk. Na twee interimschappen nam hij een tijdje pauze. ‘Er was wat achterstallig onderhoud aan mijzelf.’ Hij wandelde vanuit Zuid-Frankrijk naar Santiago de Compostela. Daarna verbond hij zich in september 2008 aan de Lukaskerk. ‘Het is heerlijk werken in deze ruimhartige gemeente.’ Hij werd er bijna geruisloos van interimmer vaste predikant. ‘Nu ga ik gewoon niet meer weg tot mijn pensionering.’
In juni wordt hij 65. Op naar de volgende verandering.
Afscheid: 22 mei, Lukaskerk.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag