Archief
Jaargang:

Debat over religie en arrogantie

Atheïsme vecht parmantig tegen spoken

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd januari 2010, jaargang 13, nr. 122

Reportage Wie zijn nou arrogant, atheïsten of gelovigen? In een debat in De Boskant leek het alleen over graancirkels en kabouters te gaan.

Graancirkel in Milk Hill, Groot Brittannië.

Graancirkel in Milk Hill, Groot Brittannië.

Kan een gesprek over atheïsme en christendom iets moois opleveren? Op het eerste gezicht leek de titel garant te staan voor een pittige gedachtenwisseling. ‘Arrogantie van het atheïsme’, had het r.k. spiritueel centrum De Boskant als titel bedacht voor een mooi debat in de ‘maand van de spiritualiteit’.
Erik Borgman, theoloog uit Tilburg die tot de vooraanstaande denkers van ons land wordt gerekend, trapte af met enkele fraaie stellingen. Hij begon - geheel in stijl - met een christelijke schuldbelijdenis.
‘Dat geëngageerd geloof niet vanzelfsprekend is, maar uitleg en rechtvaardiging behoeft, komt niet door het atheïsme. Het behoort bij onze geseculariseerde tijd. Het getuigt van arrogantie van gelovigen om de eis tot verantwoording onmiddellijk te zien als een aanval.’

Graancirkels
Floris van den Berg, filosoof aan de Leidse universiteit, pakte in een ongewild humoristisch betoog de handschoen op. Hij probeerde de aanwezigen te laten erkennen dat ze in feite allemaal praktisch atheïst zijn, omdat niemand immers in spoken, kabouters, graancirkels of in een van de volgens hem 200.000 andere goden gelooft.
Verder wees hij op de negatieve kanten van religie die in haar meest onderdrukkende vorm, waar ze aan de macht kwam en is, een splijtzwam in de samenleving vormt en veel slachtoffers maakt. Als atheïstisch humanist streeft hij naar een seculiere staat; geen scholen op basis van geloof in kabouters of Allah. Hoezo arrogant? ‘Atheïsten denken beter na.’

Opvallend genoeg bleef de discussie voornamelijk steken bij de vraag of het erg is als mensen per se in kabouters en aanverwante artikelen willen geloven. Borgman wilde niemand daar hard over vallen. Volgens hem bevat het christendom genoeg kritisch vermogen van zichzelf. ‘De rede zit in het geloof zelf’. Theo Wierema, directeur van De Boskant, wees erop dat oude mystici ‘altijd vrijdenkers’ waren.

Volgens filosoof Floris van den Berg is iedereen atheïst omdat geen weldenkend mens in graancirkels en kabouters gelooft.

Volgens filosoof Floris van den Berg is iedereen atheïst omdat geen weldenkend mens in graancirkels en kabouters gelooft.

Tegoed van de tradities
Borgman zocht naar een evenwicht. ‘Het als achterhaald en gevaarlijk beschouwen van religieuze tradities, snijdt de actuele cultuur af van het tegoed dat deze tradities nog altijd bevatten. De gedachte dat de wereld mij uitnodigt en verplicht te zoeken naar ‘goed leven’, en niet een verzameling grondstoffen is ten dienste van mijn subjectieve project, wordt ook buiten religies gekoesterd. Religieuze tradities dragen substantieel bij aan het onderzoek naar wat dit betekent, en zo aan een verlichting van de Verlichting.’
En: ‘Wij zijn het beste af als een cultuur stimuleert dat alle tradities en overtuigingen serieus genomen worden en met elkaar geconfronteerd. De specifiek christelijke inbreng is hierbij het geloof en de belijdenis dat het leven in zijn kwetsbaarheid gedragen wordt, en daarom tot in zijn gekwetstheid goed is. Deze draagkracht noemen christenen “God”’.

Revolutie uit de kerk
Wierema waarschuwde er nog voor religie als fenomeen niet te verketteren. Alle ‘ismen’ kunnen immers tot fanatisme leiden, zie het communisme. Van den Berg erkende dat het communisme inderdaad niet het meest geslaagde voorbeeld van een atheïstische maatschappijvorm was geweest. Hij bleef echter vertrouwen houden in een maatschappij waarin individuen het voor het zeggen hebben, niet gehinderd door een ‘religieus virus’.
Niemand kwam op de gedachte deze bal in te koppen en Van den Berg te wijzen op de ongerijmdheid van zijn theorie met de praktijk van alledag. Het waren tot voor kort uitgesproken dictatoriaal en atheïstisch bestuurde landen - China, Sovjet-Unie, Oost-Europa - waar machthebbers de individuele ontplooiing van hun inwoners belemmerden. Toen de teugels werden gevierd, waren het juist individuele mensen die ervoor zorgden dat het geloof er weer kon opbloeien.
In de DDR kwam in 1989 de revolutie zelfs uit de kerk, nadat de invloed van de Poolse paus Johannes Paulus II sinds de jaren zeventig de opkomst van de onafhankelijke vakbond Solidariteit mogelijk had gemaakt, waarna in enkele Warschaupactlanden vrije, democratische verkiezingen waren gevolgd met als hoogtepunt de val van de Muur.
Maar probeer deze bevrijdende kracht van het christelijk geloof maar eens uit te leggen aan een atheïst, die kennelijk liever parmantig tegen spoken vecht.

 

 

 

| |