Axel Wicke, een ‘professionele buurman’: ‘Ik sta het liefst op de drempel’
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd mei 2010, jaargang 13, nr. 126
Interview Axel Wicke (37) verhuisde twee jaar geleden van Berlijn naar Den Haag. In de Valkenbosbuurt heeft hij de Bethelkapel nieuw leven ingeblazen. Gesprek met een predikant die houdt van mensen die verdieping in hun leven zoeken.

Foto Rogier Chang
Axel Wicke: ‘Ik lees de Happinez, omdat mijn gemeenteleden dat blad ook lezen, misschien wel meer dan de bijbel.’
‘Ik heb naar Den Haag gesolliciteerd, omdat ik zag dat de Bethelkapel nog geen website had. Hier zit potentieel in, wist ik meteen. Ik bouw zelf websites. Inmiddels zijn we iedere maandagmiddag open voor buurtbewoners die behoefte hebben aan een gesprek of een kopje thee. Sommigen gaan naar het Avondgebed op maandag en hebben daar voldoende aan. Ik zal nooit vragen: ‘Komt u zondag ook?’ Voor hen is zo’n avond hun zondag.
Anderen komen in tranen vertellen hoe gekwetst ze zijn door de recente misbruikverhalen in de rooms-katholieke kerk. “Kunnen we hier lid worden?”, vragen ze.
Deze kerk wordt steeds meer de huiskamer van de buurt. Het gebouw, oorspronkelijk een kerkelijk buurthuis, is nog steeds van de wijkvereniging. In de jaren dertig vergaderden hier vakbonden. Ik wil graag weer meer wijkactiviteiten. Het buurtcentrum De Westhoek sluit eind mei in de Hendrik van Deventerstraat en trekt bij ons in, in het pand naast de kerk. Ik wil graag meewerken aan een kerk die voor de hele buurt interessant is. We hebben al inloopochtenden, een Poolse Helpdesk en maaltijden. En er komt meer: adviezen op juridisch en milieugebied, een internetcafé voor ouderen.
‘Ik schets beelden’
De drempel is bij ons laag en het aanbod gevarieerd. Ik houd van mensen die zoeken en vragen. Dat is voor mij geloven. Geloven is een cadeautje krijgen, zonder verplichting om documenten of dogma’s te onderschrijven. Geloven speelt zich niet alleen af tussen de oren, maar ook in je buik en je hart. Als ik ’s zondags zestig mensen voor me zie, zitten er zestig verschillende manieren waarop het geloof beleefd wordt. Daar houd ik rekening mee. Ik breng niet één boodschap, maar ik schets beelden, die ik componeer tot een schilderij. Dat al die mensen hun verschillen in geloof, zingeving en spiritualiteit met elkaar delen, is de kracht van de kerk.
Als ik over rituelen spreek, gaat het niet alleen over christelijke rituelen. Ik heb eens aan de hand van een boeddhabeeldje over het boeddhisme verteld. Ik probeer de taal van mijn publiek te spreken en me in hun vragen te verdiepen. Daarom lees ik ook de Happinez. Niet omdat ik het een goed blad vind – integendeel, het is nogal schreeuwerig en oppervlakkig – maar ik doe dat omdat gemeenteleden het lezen, misschien wel meer dan de bijbel. In Duitsland hield in de jaren zeventig een theoloog spreekuur in een bakkerswinkel. Zo bleef hij op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Dat is mijn ideaalbeeld: een predikant als professionele buurman.
Neem een onderwerp als reïncarnatie, bij velen een populair onderwerp. Ik geloof er niet in en zou dat subiet kunnen afwijzen, maar dan kap ik het gesprek en wellicht de relatie af. Ik kan de gedachte aan een leven dat voortgaat ook ombuigen: dan gaat het over hoop, troost, veiligheid. Opvattingen die buiten het christelijk erfgoed vallen kunnen toch een pastorale functie hebben.
Vóór ik twee jaar geleden in Den Haag kwam, werkte ik in de Zionskirche in Oost-Berlijn, in een buurt waar veertig nationaliteiten woonden. De kerk was de hele dag open. Daar heb ik, al kletsend met wijkbewoners, geleerd dat niet het liturgisch centrum maar de drempel de belangrijkste plek voor de predikant is. Helaas was het gebouw erg vervallen. Soms waaide er een groot raam naar binnen; zat ik weer te vergaderen met Monumentenzorg. Hier hoef ik gelukkig geen manager te zijn, maar kan ik doen waarvoor ik ben opgeleid. Onze vrijwilligers regelen het beheerswerk.
Op mijn buik in Taizé
Ik kom uit een intellectueel, cultureel milieu. Kerken waren voor ons musea. Religie was decor voor familiefeestjes: doop, belijdenis. Aan het geloof zelf deden we weinig. Na mijn middelbare school ben ik op aanraden van een vriend, die ook min of meer buitenkerkelijk was, naar Taizé gegaan. Jongeren uit de hele wereld kwamen daar. Elke avond feest, veel mooie meisjes. Ik wist nauwelijks dat Taizé een klooster was en dat je er drie keer per dag naar de kerk moet. Ik kwam er aan op een grauwe dag. Het regende. Een groot gebouw, overal kaarsen, dertig mensen die op hun buik op de grond lagen. Hersenspoeling, was mijn eerste ingeving, hoe kom ik hier zo snel mogelijk weer weg. Nou ja, een weekje later lag ik daar ook. En nu ben ik predikant. Björn, de vriend die mij Taizé aanraadde, is ook predikant geworden.
In Taizé – met zijn dagelijkse diensten, stiltes, herhaalde gezangen – maakte ik kennis met een kerk die geen eisen stelt, maar die vrij laat. Just do it. Dat heeft met liefde te maken. “God is liefde” is voor mij dan ook de kern van het christelijk geloof. De boeddhistische opvatting dat het leven lijden is, kan nooit mijn motto zijn, hoeveel parallellen er ook tussen het boeddhisme en het christendom zijn. Ook Luther heeft teveel over de zonde geschreven. Ik heb het liever over de liefde. We hebben een genadige God.
Niet meeklagen
Ik ben door het postmodernisme beïnvloed. Ik huiver voor grote verhalen, voor generalisaties. Er wordt veel gezeurd dat het postmodernisme het individualisme heeft bevorderd, met alle kwalijke gevolgen van dien, maar wij als protestanten moeten daar juist blij mee zijn. Als we meeklagen, laten we kansen liggen. Luther heeft al afscheid genomen van een kerk die tussen God en de mens in staat. Iedereen moet over zijn of haar heil zelf nadenken. De gemeenschap van gelovigen hoeft daar helemaal niets bij in te schieten. Integendeel, mondigheid komt het christendom juist ten goede.
Het protestantisme heeft een sterke boodschap, tenminste als inhoud en vorm ervaren kunnen worden. Of de kerk toekomst heeft weet ik niet, maar veel mensen hebben belangstelling voor religie. Ze zijn wel kritisch – gelukkig! – vaak zijn ze buiten de kerk geraakt, maar ze zoeken wel verdieping in hun leven. De boodschap van het christendom zal voor een bepaalde groep altijd aantrekkelijk blijven.’




Sociale media
Follow @KerkDenHaag