Bange burger
Door Rob van Essen
Gepubliceerd april 2010, jaargang 13, nr. 125
Mijn vriendjes in de Amsterdamse Pijp maakten er een sport van met een groepje de Hema in te gaan. Daar grepen ze allemaal snel iets van hun gading en vervolgens stoven ze uiteen om de zaak via verschillende uitgangen te verlaten. Het beveiligingspersoneel greep altijd mis, behalve toen ik het ook een keer probeerde.
Appels jatten uit de kloostertuin en ik zat op de uitkijk: de bovenmeester kreeg me in de gaten en de vrienden kwamen pas tevoorschijn toen de kust veilig was.
Nee, een carrière op het slechte pad was niet voor mij weggelegd. Zwart rijden in de tram, niks voor mij. Met Amsterdamse catechisanten nam ik een keer de trein naar Muiderpoort, maar we bleken in de sneltrein naar Hilversum te zitten. De twee strippen de man waren onvoldoende. Nooit zag je een conducteur, maar nu leek het wel of hij ons had staan opwachten. Bijbetalen en in Hilversum de trein terug: een kostbaar en tijdrovend avondje.
Een strippenkaart is handig, maar de twijfel of je wel genoeg strippen hebt gestempeld! En de blikken van je medepassagiers als je een ‘grijsrijder’ blijkt te zijn. Afkeuring en leedvermaak staan op de gezichten te lezen en op begrip van de HTM-commando’s hoef je niet te rekenen. In de tram ben je als verstrooide dominee even ongeloofwaardig als willekeurig welke tasjesdief of beroepsoplichter.
Kortom, ik heb de komst van de chipkaart juichend begroet. Nooit meer te weinig strippen, of een vergeefse tocht naar de sigarenman: ‘Uitverkocht meneer.’ Het activeren van de kaart leverde geen problemen op; na een kwartiertje puzzelen lukte het. Mijn kleinkinderen zullen niet geloven hoe soepel ik mij in de digitale wereld begeef. Maar de vreugde over mijn onbezorgde reizen was van korte duur. Ik had een afspraak in het Westeindeziekenhuis en nam lijn 1 vanuit Delft. Vrolijk de kaart voor het apparaat: niks! Ik loop naar het volgende apparaat en het volgende: er wordt mij geen ‘goede reis’ gewenst. De passagiers zien mij bezig maar niemand zegt iets. Reist iedereen nu zwart? Nee, want de strippenkaartbezitters produceren een vertrouwenwekkend belgeluid. Had ik nou maar een strippenkaart. Zal ik naar de bestuurder gaan? Maar als die geld vraagt voor een kaartje, heb ik dat niet…
Dus reis ik met kloppend hart naar het Spui. Geen HTM-controleurs gelukkig. Je zult zien dat die apparaten het weer doen als zij binnenstormen. Na het gesprek in het ziekenhuis met bonkend hart op de tram en… op alle apparaten staat: ‘buiten dienst’. Bij elke halte zegt de ingeblikte stem: ‘Vergeet bij het uitstappen niet uit te checken.’
In Delft verlaat ik opgelucht de tram. Dit was een lange en onaangename rit.
Ik voelde mij als een Marokkaanse met hoofddoek na de gemeenteraadsverkiezingen. Een bange burger die er maar op hoopt dat de democratische grondrechten ook niet ‘buiten dienst’ zullen geven.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag