Archief
Jaargang:

Basje de Liefde van VluchtelingenWerk Rijswijk: ‘Puur geluk als je wieg niet in Somalië heeft gestaan’

Door Nelleke de Jong – van den Berg
Gepubliceerd februari 2012, jaargang 15, nr. 143

interview Basje de Liefde is directeur van VluchtelingenWerk Rijswijk. ‘Voor alles wat ik doe, geldt dat ik het alleen kan als ik er zelf in geloof.’

Basje de Liefde: ‘Gelukkig maken we bij VluchtelingenWerk ook veel moois mee.’

Foto Rogier Chang

Basje de Liefde: ‘Gelukkig maken we bij VluchtelingenWerk ook veel moois mee.’

Basje de Liefde werft fondsen voor doelen waar haar hart ligt. En ze is directeur van VluchtelingenWerk Rijswijk. Ze is geboren in Amsterdam en studeerde filosofie in Rotterdam, maar de keus voor VluchtelingenWerk was niet ingegeven door haar studie. ‘Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in politiek en mensenrechten. Dus toen ik in de vacaturebank voor vrijwilligers ging zoeken, paste VluchtelingenWerk goed. De passendheid van je studie is meer... ondergronds. Je hebt een zekere helderheid van denken geleerd.’
Evenmin werkt ze er vanuit een geloof, want ze is atheïst ‘tot in haar tenen’. ‘Mijn moeder had een spinozistische inslag: “De natuur weerspiegelt het goddelijke”. Als kind was ik buitengewoon vroom, op mijn tiende ben ik nog oecumenisch gedoopt. Maar op mijn twaalfde ben ik, letterlijk van de ene dag op de andere, van mijn geloof gevallen. Mijn ouders hebben me daarin vrij gelaten. Ik had fantastische ouders.’
De Liefde heeft het gevoel dat ze bij VluchtelingenWerk op haar plek zit. ‘Ik denk dat ik goed ben in het enthousiasmeren van mensen, dat vind ik ook leuk, het geeft me voldoening. Ik kan het ook alleen wanneer ik er zelf in geloof.’

 

Alles en iedereen
‘VluchtelingenWerk Rijswijk is een beetje een atypische afdeling. We hebben gekozen voor samenwerking met een lokale welzijnsorganisatie. De taal leren, kennismaken met de plaatselijke samenleving, integratie en participatie zijn bij uitstek buurthuisactiviteiten. Tot onze grote vreugde is de bestuurlijke fusie met Welzijn Rijswijk per 1 januari een feit. Ik geloof erg in samenwerken op inhoudelijke gronden.
Rijswijk heeft daarvoor precies de juiste maat: net zo groot dat het “alles” heeft (museum, schouwburg, bibliotheek), en net zo klein dat je “iedereen” kunt kennen. Dat biedt ruimte voor verrassende samenwerkingsverbanden. Zo kun je de expertise van verschillende organisaties combineren in projecten.’

 

Poppen
Samen met twee parttime krachten stuurt De Liefde een groep van zo’n tachtig vrijwilligers aan. ‘Het moeten er ook niet meer worden, want vrijwilligers doen het werk vanuit hun hart en daar verdienen ze aandacht voor. Het is een kleurrijke groep, die ook zelf met ideeën komt. Ik vind het belangrijk daarvoor open te staan, er eventueel middelen en een vorm voor te vinden. Zo kwam een vrijwilliger die kunstzinnig therapeute is met het idee om poppen te maken met vluchtelingen. Dat werd het project Pop & Verhaal, omdat achter elke pop het levensverhaal van de maker verborgen ligt.’ De poppen zijn uiteindelijk op verschillende plaatsen geëxposeerd. De Liefde wil als directeur graag een faciliterende rol spelen.

 

Glanstijd
Haar werk heeft haar ook veel geleerd. ‘Ik heb zo veel cliënten voorbij zien komen, zulk diep verdriet gezien. Maar ook de moed waarmee volwassenen en kinderen zich tóch staande houden. Dat relativeert je eigen sores. Je realiseert je ook wat een puur geluk het is dat je wieg niet in Somalië stond. Verder heb ik leren loslaten. Twintig jaar geleden schrok ik me rot. De boeken van Amnesty, over Iran bijvoorbeeld, ver-schrik-ke-lijk! Maar je moet het ‘op je werk laten’. En het is vreselijk om te zeggen, maar het went ook... al zijn er altijd verhalen die bij je blijven.
We maken gelukkig ook veel prachtigs mee. Een gezin dat na lange tijd herenigd wordt. Het generaal pardon in 2007, dat was een glanstijd!’

 

 

Twintig jaar VluchtelingenWerk
Basje de Liefde is al ruim twintig jaar betrokken bij VluchtelingenWerk. Toen ze afstudeerde had ze twee kleine kindjes en was het voor academici moeilijk werk te vinden. Ze begon als vrijwilliger, in Den Haag. Al snel stapte ze over naar het landelijk bureau in Amsterdam, waar ze consulent werd. In 1993 kwam ze naar Rijswijk. Ze werd leider van een project voor ‘uitgenodigde vluchtelingen’, mensen die vaak al jaren in kampen zitten, niet meer terug kunnen naar hun land en daarom door de regering worden uitgenodigd naar Nederland te komen. Van projectleider werd ze daarna coördinator van de stichting en in 1997 directeur.

De activiteiten van VWR staan op www.vluchtelingenwerkrijswijk.nl.

| |