Archief
Jaargang:

Bijbels QRS: Geloof en ongeloof

Door Ds. Margreet R. Klokke
Gepubliceerd september 2009, jaargang 13, nr. 118

Bijbels QRS De bijbel staat vol woorden. Gedurende de geschiedenis heeft de mens, de kerk, die woorden een eigen leven ingeblazen. En er woorden aan toegevoegd, die bij nader inzien helemaal niet in de bijbel staan.

Een tijdje geleden zond de EO een programma uit met de titel: ‘Zij gelooft, zij niet’. Daarin vond telkens een ontmoeting plaats tussen iemand die zei wel te geloven, en iemand die zei dat niet te doen.

Eerlijk gezegd heb ik er nooit naar gekeken. Maar de naam van het programma is mij bijgebleven. Waarom? Omdat ik zelf nooit zo over geloven zou spreken. Alsof er een scheidslijn ligt tussen zij die wel geloven, en zij die dat niet doen. Voor mij ligt die scheidslijn niet zozeer tussen mensen, als wel ín mensen. Ik zie geloof en ongeloof als twee kanten die in een en dezelfde mens gevonden kunnen worden.

Zo kom ik de twee ook tegen, in het pastoraat. Wie van jongs af aan met de traditie is opgegroeid, kan tegelijk diepgaande twijfels hebben. En wie zegt niets met de kerk te maken te willen hebben, kan tegelijk een vertrouwensvolle levenshouding hebben, en een sterk gevoel voor spiritualiteit.

Ook in de bijbel komen geloof en ongeloof telkens als twee kanten van één enkele mens naar voren. In Psalm 22 bijvoorbeeld. Daar zegt de dichter het ene moment: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten (22: 2a), en het volgende: U hebt mij geantwoord (22: 22c). En in het Markus evangelie. Daar kan een man in één zin zeggen: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp! (9:24).

Het gebeurt wel eens dat geloof en ongeloof in de bijbel gestalte krijgen in twee personen – in Abraham en Lot bijvoorbeeld. Maar dan zijn de twee bijna altijd familie van elkaar. Alsof de verteller wil zeggen: Ik haal ze nu wel uit elkaar, maar eigenlijk horen ze bij elkaar.

Geloven is dan ook iets anders dan lid zijn van een kerk, of je thuis voelen in een bepaalde godsdienstige traditie. Het is niet ‘geloven dat…’, en dan komen er een aantal zekerheden. Het is veeleer ‘geloven in’, zoals je van iemand die je lief is kunt zeggen dat je in hem of haar gelooft. Die vertrouw je, die geef je krediet, je waagt het, ondanks alles, met die persoon.

Vertrouwen. Dat is ook de vertaling van de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse woorden voor geloven: ‘aman’ en ‘pisteuein’. Deze woorden komen uit de relatiesfeer. Als je ze letterlijk vertaalt, betekenen ze ‘vertrouwen’.  

Ik leerde dit ooit van de inmiddels overleden Haagse predikant Willem van der Zee. In zijn boekje Opnieuw geloven schrijft hij: ‘Geloven kan nooit bestaan uit het met je verstand aanvaarden van een aantal leerstukken (als je dit niet gelooft, ben je geen goed christen). Het betekent: met je hart, je wil, je kracht, alles wat er in je is, een relatie aangaan met iemand. Waarbij de aarzelingen en twijfels niet uitgesloten, maar ingesloten zijn.’

Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.

| |