Bijbels QRS - Vrij en ongebonden
Door Trinette Verhoeven
Gepubliceerd september 2010, jaargang 14, nr. 128
Bijbels QRS De bijbel staat vol woorden. Gedurende de geschiedenis heeft de mens, de kerk, die woorden een eigen leven ingeblazen. En er woorden aan toegevoegd, die bij nader inzien helemaal niet in de bijbel staan.
Over christelijke vrijheid spreek ik makkelijker dan over gebondenheid. En toch kan vrijheid niet zonder gebondenheid. Christus kijkt ons aan en zegt dat wij bijzondere mensen zijn, kinderen van God. Dat is geweldig. Dat geeft vrijheid.
Een kind spiegelt zich aan zijn ouders, maar tegelijkertijd krijgt het kansen om zich te ontwikkelen en eigen stappen te ondernemen. Zo ligt dat ook tussen God en ons. Wij zijn geschapen naar zijn beeld. Hij heeft zijn stempel op ons gedrukt. Maar dat is niet alles. De wereld ligt voor ons open. Wij gaan de vrijheid tegemoet. Wij krijgen alle kans om ons te ontplooien en het leven gestalte te geven. Die vrijheid zou echter niets zijn zonder de gebondenheid. Ter wille van ons zelf en ter wille van onze medemens bindt God ons aan hem en aan zijn gebod.
In de bijbel staan de Tien Geboden in het hart van het Oude Testament. Wanneer God het eerste gebod aan Israël geeft, zegt hij in Deuteronomium 5, verzen 6 en 7: ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. Vereer naast mij geen andere goden.’ Het is een oproep tot absolute gehoorzaamheid. Er staat niet dat er geen andere goden zullen zijn. Sterker: er wordt gesuggereerd dat er andere zullen zijn. Deze God die nu spreekt, vraagt echter dat ieder aspect van het leven onder zijn autoriteit wordt geplaatst. Dat kan ergernis opwekken. Absolute gehoorzaamheid is niet niks. Wat betekent die?
De plaats van de Tien Geboden geeft ons uitsluitsel. Ze worden aan Israël gegeven, als het door God bevrijd wordt uit Egypte. De God die bevrijdt, is de God die zijn geboden geeft. Het volk Israël heeft in Egypte onder de Farao als slaven geleefd. Die stelde zich op als totalitair heerser. Hij vroeg alles van de Israëlieten. Het leven was vreselijk. In de woestijn moeten de Israëlieten leren begrijpen dat zij nu met een heel andere autoriteit te maken krijgen. Het is een autoriteit die het goede leven voor zijn mensen wil. De God die Israël leert kennen, laat zich namelijk kennen als een God van gerechtigheid. Hij luistert naar mensen in nood. En even belangrijk: hij leert mensen naar elkaar te luisteren in hun nood. De andere geboden staan in dat teken.
In de calvinistische traditie werden vroeger in elke dienst de Tien Geboden gelezen. Als lutheraan kan ik niet goed navoelen hoe die geklonken hebben. Ik vrees dat ze vooral gelezen werden om de mensen te drukken op de zondigheid van hun bestaan. Dat is jammer, want zo zijn ze zeker niet bedoeld. De liturgische setting is echter wel buitengewoon geschikt voor de geboden. Gods bevrijding van Israël is niet eenmalig en niet alleen aan Israël gebonden. Gods bevrijdend handelen geschiedt dagelijks waar mensen zich niet langer laten leiden door vreemde heersers, maar Gods autoriteit accepteren en met elkaar in vrede leven.
Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag