Archief
Jaargang:

Calvijn 18 april op bezoek in de Marcuskerk: ‘Ik volgde de rechte weg’

Door Margot C. Berends
Gepubliceerd april 2009, jaargang 12, nr. 115

Recensie In dit drukke Calvijnjaar heeft Calvijn tijd om ook even langs Den Haag te gaan. Hij vertelt over zijn leven en, verrassend, hij blijkt van saxofoonmuziek te houden.

Calvijn verscheurt de brief van zijn vriend De Tillet in stukjes. ‘Einde vriendschap.’

Calvijn verscheurt de brief van zijn vriend De Tillet in stukjes. ‘Einde vriendschap.’

Calvijn had iets met ‘het boek’, zo moeten de makers van de voorstelling ‘Calvijn op bezoek’ gedacht hebben. In een decor van stapels boeken wordt de persoon van Calvijn neergezet. Er zijn zeven scènes, een monoloog die in totaal bijna een uur duurt. Tussen de zeven scènes door bladert Calvijn koortsachtig in de boeken, hij schrijft erin, gebruikt de stapels als kruk of als katheder of gooit ze in wanorde door elkaar.

 

Zeven scenes

Zeven scènes. Zeven belangrijke momenten Calvijns leven.

(1) De beginscene: de dag dat zijn vader werd begraven. Calvijn besluit zijn eigen spoor te volgen en in Parijs te studeren, waar in de geest van het humanisme de bijbel in de oorspronkelijke talen wordt gelezen. ‘Ik ben nu vrij om te gaan.’

(2) De dag dat hij van Parijs naar Basel vlucht. Een rede van hem waarin hij eenvoud van de kerk predikt, is zo slecht gevallen dat hij maar beter het land kan verlaten. Hij wil er een boek aan wijden. ‘Ik heb geen andere keus dan te schrijven.’

(3) Zijn eerste periode in Geneve. Zijn boek slaat aan, maar er zijn critici: ‘We hebben ons niet bevrijd van de kerk om ons opnieuw te laten binden door de regels die jij stelt.’

(4) De vlucht naar Straatsburg. Zijn vriend Louis de Tillet schrijft hem een brief, waarin hij twijfelt aan de goddelijke opdracht die Calvijn meent te hebben. ‘Ik verscheur de brief. Einde vriendschap.’

(5) Zijn terugkeer naar Geneve. ‘Het is God zelf die mij roept.’

(6) De dag voordat Miguel Servet op de brandstapel belandt, mede door toedoen van Calvijn. ‘Ketter.’ ‘Mijn werk verricht ik hier niet om van deze stad een vrijplaats te maken voor ketterijen en valse leer.’

(7) En de laatste scene, waarin delen uit een brief van Calvijn worden gedeclameerd. Het lijkt een brief aan God. ‘Ik dwaalde niet, ik volgde de rechte weg.’ ‘Maar de mensen beschuldigden mij van ketterij en scheurmakerij.’

 

Rode kledij

De voorstelling speelt in dit Calvijnjaar honderd keer, de ene keer met Kees Posthumus als acteur, de andere keer met Ferdinand Borger. Kees Posthumus, die ook in Den Haag optreedt, zorgt er door zijn beeldende declamatie voor dat de hoorder een uur lang geboeid zit te luisteren. Alleen de laatste scene is lastiger te volgen, doordat de archaïsche teksten van Calvijn op dezelfde manier in enigszins traditioneel Nederlands zijn vertaald.

Een prachtig geheel om naar te kijken: al die boeken waar je onvermoede dingen mee kunt doen, Posthumus in rode kledij die zich trefzeker beweegt en een belichting die per scene een compleet andere sfeer oproept.

En wat fijn om naar te luisteren: eenvoudige zinnen die welluidend worden voorgedragen, met tussendoor een saxofoon die moderne Psalmmelodieën speelt.

 Wat vindt Posthumus zelf van Calvijn? ‘Hij had wel lef om zo tegen de kerk in te gaan. De bijbel lag aan de ketting. Calvijn vroeg zich terecht af wie dat zo maar kon bepalen. Maar tijdens het bestuderen van zijn teksten dacht ik wel: nou nou, kan het niet een tandje minder?’

 Marcuskerk, 18 april, 20 uur. Toegang € 6,-.

 

Lezing over Calvijn in Kruispunt

 

 

| |