Archief
Jaargang:

Calvijnjaar en imago

Calvijnjaar, kerk en imago: ‘Etiket voor alle ondeugden’

Door Margreet R. Klokke
Gepubliceerd oktober 2009, jaargang 13, nr. 119

Opinie Jammer dat de kerken dit jaar Calvijn zo prominent voor het voetlicht plaatsen, vindt Margreet Klokke. Ze vreest dat Calvijn de beeldvorming van de kerk geen goed doet.

Illustratie Willeke Brouwer

Wereldwijd is 2009 uitgeroepen tot Calvijnjaar. Het is dit jaar immers vijfhonderd jaar geleden dat deze kerkhervormer het levenslicht zag in Noyon, Frankrijk. De Protestante Kerk in Nederland heeft hierbij aangesloten, door een reeks activiteiten te organiseren rond de persoon en het werk van Calvijn. Op de PKN-website valt te lezen, dat dit jubileum aangegrepen kan worden als een kans voor het missionaire werk van de kerk, om mensen van binnen en buiten de kerk kennis te laten maken met zijn erfenis. Er is dan ook de nodige publiciteit voor gezocht. 

Daar ben ik niet zo gelukkig mee. Zeker, Calvijn behoort bij de canon van de kerkgeschiedenis. En zijn gedachtegoed verdient aandacht. Maar dan van mensen die thuis zijn in de christelijke traditie. Mensen die op zoek zijn, als het gaat om hun levensbeschouwing, zou ik er niet mee belasten. Dat lijkt me weinig aantrekkelijk voor hen, en slecht voor het imago van de kerk.

Boekenkasten
Het imago van de kerk en de christelijke traditie is op dit moment niet goed. Ik kan dat onder anderen zien aan de ontwikkelingen in de boekwinkel, die ik al bijna twintig jaar bezoek. In 1989 was de afdeling theologie op een prominente plaats op de begane grond te vinden. Er stonden zeker tien kasten met boeken over theologie en christendom. Na een aantal jaren verhuisden deze kasten naar de eerste verdieping. Ten slotte kwamen ze ergens in een hoek op de bovenste verdieping terecht. Intussen zijn het er nog maar twee. Ernaast staan er zeker tien over hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, islam en esoterie.
Dat betekent dat er een enorme vraag is naar spiritualiteit, maar dat men zich niet tot de christelijke traditie wendt. Blijkbaar verwacht men daar niets van. Het beeld van de kerk is dat je er niet krijgt wat je zoekt, als je verlangt naar een dimensie méér in je leven. Dat moet onder andere met imago te maken hebben. En imago, dat is belangrijk, anno 2009.

Mediatraining
Als een politicus om de één of andere ongelukkige reden een imago heeft gekregen dat hem of haar geen recht doet, zal hij adviseurs vragen om te helpen dit recht te zetten. Hij zal nóg een mediatraining doen. En zijn uiterlijk laten restylen. Hij kan nog zulke goede dingen te zeggen hebben, het komt niet over.
Of de kerk zich hier ook mee bezig houdt, weet ik eerlijk gezegd niet. Maar hoe dan ook: het organiseren van een Calvijnjaar lijkt mij niet passen in een plan voor het verbeteren van het beeld dat van de kerk bestaat, en om de schatten die zij bewaart onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Eerder het omgekeerde. Het Calvijnjaar doet geen recht aan wat deze schatten voor mensen persoonlijk en voor de samenleving als geheel kunnen betekenen.

‘Het beeld van Calvijn en het calvinisme is de afgelopen tijd negatief geworden’, zegt Calvijnkenner Mirjam van Veen in een ter gelegenheid van dit jubileumjaar uitgegeven boekje. ‘Calvijn is een geschikt etiket geworden voor alle vermeende Nederlandse ondeugden en staat voor benepenheid, oubolligheid en het onvermogen om te excelleren. Als men het populaire spraakgebruik mag geloven, eet de ware calvinist spruitjes en steekt hij of zij nooit de kop boven het maaiveld.’

Om missionair te zijn, zou ik geen naam gebruiken die negatieve associaties oproept bij negen van de tien Nederlanders. 

[kadertsukje]

Nooit meer van Calvijn af

In het boekje Taal is zeg maar echt mijn ding schrijft Paulien Cornelisse over het veelvuldige gebruik van het woordje ‘toch’ in het huidige Nederlandse taalgebruik. Dit woordje suggereert een tegenstelling, maar wordt vaak gebruikt op plaatsen waar daar helemaal geen sprake van is. Bijvoorbeeld in deze zin: ‘Wat zitten we hier toch lekker’; en deze: ‘Wat ben je toch lief’. Hoezo ‘toch’?
‘Waarom houden wij Nederlanders zo van dit woord?’ vraagt zij zich af. ‘Ik vermoed, dat dit te maken heeft met onze calvinistische moraal. Alsof je na een toch-zin altijd nog zou kunnen zeggen: ‘Ondanks dat wij allen zondaars zijn.’
Dus zo: ‘Wat zitten we hier toch lekker, al verdienen we het natuurlijk om te branden in de hel.’ Waaruit maar weer eens blijkt: we kunnen nog zo progressief en modern zijn in Nederland, aan de kleine dingen kun je merken dat we nooit, nooit, nooit meer afkomen van Calvijn. Jammer toch.’ (p. 145)

 

| |