Christelijke Afghaan in de Triumfatorkerk: ‘Hier voel ik me alsof ik besta’
Door Matthijs Termeer
Gepubliceerd februari 2011, jaargang 14, nr. 133
interview De Afghaanse asielzoeker Babak ontvluchtte zijn islamitische vaderland en bekeerde zich in de Christus Triumfatorkerk tot het christendom. In de kerk in het Bezuidenhout vallen alle zorgen van hem af.
Zachtjes, onhoorbaar bijna, klinkt een psalm door de Christus Triumfatorkerk. De man die zingt heeft zijn vaste plek ingenomen en richt zich tot God. Zoiets gebeurt vaker in de kerk, maar deze man wil niet herkenbaar in beeld komen en bedient zich van een schuilnaam. ‘Ik ben christen’, zegt hij. ‘Weet je hoe gevaarlijk dat is?’
‘Babak’ (49) komt uit Afghanistan en bekeerde zich vorig jaar tot het christendom. Alleen zijn geloofsgenoten zijn op de hoogte, vrouw en kinderen denken dat hij vrijwilligerswerk doet in de kerk. Babak is nooit moslim geweest, maar wel bang dat moslims hem als ongelovige of – erger nog – afvallige zullen beschouwen. Bang voor wat zijn gezin kan overkomen, zelfs in Nederland. ‘Als hier geen moslims waren, zou ik niet bang zijn. Kijk naar de situatie in de wereld. Ik weet niet wat er kan gebeuren.’
Blikje bier
Babak ontvluchtte Afghanistan in 1998, in de periode dat de Taliban de macht in handen hadden. Vier kinderen bracht hij mee, en een vrouw die op één dag haar vader en twee broers verloor. Een vriend vond de dood omdat hij een blikje bier had gedronken. Babak begrijpt niets van het moslim-extremisme dat hem dwong zijn vaderland te verlaten. ‘Ik ben gewoon een Afghaan’, zegt hij. Niet opgevoed als moslim, hoewel zijn vader het officieel wel was.
Ook hier zorgt deze achtergrond voor strubbelingen. In het asielzoekerscentrum bedreigden andere Afghanen hem, omdat Babak zijn in Nederland geboren vijfde kind Alexander noemde. ‘Niemand in Afghanistan heet Alexander. Ik wilde geen Arabische naam.’ In het buurtcentrum vragen moslimvrouwen tijdens de taalles aan zijn vrouw waarom ze geen hoofddoek draagt. Met een islamitische landgenoot met wie hij jarenlang optrok, ontstond na zijn bekering een breuk. ‘Mohammed heeft zoveel mensen gedood met zijn zwaard’ hield Babak hem voor. ‘Jezus niet.’
Luisterend oor
Het christelijk geloof is een baken voor de Afghaan. ‘Ik krijg in de kerk een soort rust. Ik voel me prima als ik hier op zondag kom.’ In mei 2010 werd hij gedoopt en ingeschreven in het kerkregister. ‘Ik voel me alsof ik besta hier. Wij zingen die psalmen. Ik denk niet aan mijn problemen als ik hier kom.’ Babak kwam in aanraking met de kerk door zijn vrijwilligerswerk als conciërge op een christelijke basisschool. Het geloof rekende af met de leegte die hij tot dusver had ervaren. ‘Ik voelde me een soort ongelovige, alsof ik geen identiteit had.’ Bij de gesprekskringen van de Christus Triumfatorkerk vond hij een luisterend oor. ‘Hier bestaat een sfeer van gelijkheid. Ik ben geen vreemdeling, ik ben gewoon een mens hier. Ik voel me hier rustig en veilig.’
Voetbalclub
Na ruim twaalf jaar is Babak nog steeds niet erkend als vluchteling. Het feit dat hij tijdens het communistische bewind voor de Afghaanse regering werkte, wekt tot op de dag van vandaag argwaan op bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. De slepende asielprocedure zorgt voor angst en onrust in het gezin, waarvan vrouw en kinderen wel een Nederlands paspoort hebben. Babak laat zich er echter niet onder krijgen. Zijn nieuwe identiteit zorgt voor mentale groei. ‘Ik ben vastbesloten om mijn geest sterker te maken.’ En hij staat midden in de maatschappij. Zondags gaat hij zwemmen, hij zorgt voor koffie en thee op de voetbalclub van Alexander. ‘Ik klaag niet over het weer, het eten of de mensen. Ik voel me gewoon thuis.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag