Archief
Jaargang:

Dag Hammarskjöld: diplomaat, gedragen door geloof en poëzie

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd oktober 2011, jaargang 15, nr. 139

agenda Dag Hammarskjöld uit Zweden was secretaris-generaal van de Verenigde Naties tussen 1953 en 1961. Hij was ook mysticus. Diplomaat Willem G. van Hasselt voelt zich door hem geïnspireerd. Hammarskjöld staat centraal op de eerste ‘open kloosteravond’ van de Kloosterkerk.

Dag Hammarskjöld.

Dag Hammarskjöld.

Hoe hebt u altijd tegen Dag Hammarskjöld aangekeken?
‘In mijn studententijd bewonderde ik hem. Nu vind ik hem meer een inspirator, misschien zelfs een vriend, al voel ik nog altijd een geheimzinnige afstand tot hem, maar dat is ook wel mooi.
Begin jaren zeventig studeerde ik economie en filosofie en ik was een beetje zoekende. Plotseling was hij er, dat wil zeggen: ik vond een aansprekend boek over hem als dienaar van de – internationale – publieke zaak en als mysticus en liefhebber van poëzie.
Ik las daarna in zijn postuum verschenen boek Merkstenen, met dagboekfragmenten, gedichten en verwijzingen naar mystieke en andere veelal religieus gestempelde teksten. IJzingwekkend en spannend vond ik het, maar ik bleef er in wezen buiten staan. Als je jong bent en nog geen uitgekristalliseerd toekomstbeeld hebt, kan mystiek ook een valkuil zijn.’

U bedoelt, dat u de wijsheid die zijn boek uitstraalde, nog niet helemaal kon bevatten?
‘Ja, vergeet niet dat ik nog nauwelijks echte levenservaring had en niet kon bevroeden onder welke spanning hij als secretaris-generaal van de Verenigde Naties voortdurend leefde, opererend in de donkerste jaren van de Koude Oorlog, toen er tussen de grote mogendheden  een wankel evenwicht van nucleaire afschrikking bestond en er complexe dekolonisatieprocessen plaatsvonden.
Hammarskjöld straalde een bijzonder soort leiderschap uit. Hij was iemand met een warm hart die altijd zijn hoofd koel hield en open stond voor de visie van anderen. Zijn diplomatieke gaven, gedragen door zijn geloof en zijn gevoel voor poëzie lijken te behoren bij een voorbije tijd, van voor de jaren zestig.’

Heeft u in uw werk op Buitenlandse Zaken veel aan inzichten van Dag Hammarskjöld gehad?
‘Ik twijfel, niet in de laatste plaats omdat ik nooit in de buurt ben geweest van de druk waaronder hij heeft gewerkt. Toen ik tien jaar geleden het boek De levensweg van Dag Hammarskjöld van de theologe Monica Bouman las, ontdekte ik dat ik ook met professionele ogen naar hem ging kijken. Wat wist hij te bereiken in zijn werk, en wat niet?
Ik ben nogal allergisch voor modieuze vormen van spiritualiteit, maar Hammarskjöld ben ik ongelooflijk geloofwaardig gaan vinden, als diplomaat en als mysticus.’

Heeft hij nog actuele betekenis?
‘Voor mij wel. De vraag is: hoe kan voor een samenleving die het van politieke beslissingen moet hebben maar die ook geestelijke honger heeft, kennisneming van Dag Hammarskjölds taal heilzaam zijn? Hij nodigt je uit je te concentreren op de kern van het leven.
Hij was een man van de wereld die genoot van de natuur, van diepgaande gesprekken met vrienden, temidden van wolkenkrabbers levend, maar die ook verbonden was met middeleeuwse mystici als Meister Eckhart en Thomas a Kempis. Hij is door een biograaf een ‘kluizenaar in New York’ genoemd. In ieder geval was hij een mysticus die een losse band met de kerk had. En tegelijk een man die zijn welhaast onmogelijke opdracht als conflictoplosser en vredestichter met precisie en realisme uitvoerde tot aan zijn tragische dood, nu een halve eeuw geleden, toen hij bij een vliegtuigongeluk in Afrika om het leven kwam.’

Kloosterkerk, dinsdag 18 oktober, 18.30 uur. Opgeven: kerk.bureau@kloosterkerk.nl.

Lees ook: Mystiek, mond in mond

Eten, bidden en bezinnen op open kloosteravonden

Het gebouw dat nu de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout is, maakte in de Middeleeuwen deel uit van een groot dominicaner klooster dichtbij het stadscentrum.
De Kloosterkerk wil deze traditie levend houden door maandelijkse ‘open kloosteravonden’ te houden, bestemd voor mensen die ‘even komen aanwaaien om geïnspireerd en in geestelijke zin gesterkt weer verder te gaan.’
Een moderne kloosteravond begint met een vesper, gevolgd door een maaltijd en een inhoudelijk programma rond een persoon, thema, muziekstuk, boek of film. De avond wordt besloten met een tweede vesper.

Hammarskjöld’s worsteling om los te laten

In jaren van pijnlijke worsteling heeft Dag Hammarskjöld moeten leren zichzelf los te laten en vrij te worden van zichzelf – zo schrijft Hein Blommestijn in een inleiding op Merkstenen in 1996. Dit was niet ‘iets’ wat hij zelf kon doen, maar een lange weg van het steeds verder ontmaskeren van alle dubbelzinnigheden. Maar vooral ook het passief ontmaskerd worden door hetgeen hem overkomt.
Zo schrijft Hammarskjöld in 1961:
‘Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja, tegen iemand, of iets.
Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft.
Vanaf dat moment heb ik geweten wat het wil zeggen, “niet om te zien”, of “zich niet te bekommeren om de dag van morgen”.’

 

| |