Inspiratie nodig in de zorg
De douche mag niet te warm of te hard
Door Margot C. Berends
Gepubliceerd maart 2010, jaargang 13, nr. 124
Reportage Verpleegkundigen zijn ook mensen. Af en toe moeten zij eraan herinnerd worden dat inspiratie in hun werk belangrijk is.
Tijdens een symposium ter gelegenheid van de 145e stichtingsdag van ziekenhuis Bronovo (en gelieerd daaraan verpleeghuis Nebo) stond de vraag centraal wat verpleegkundigen en verzorgenden beweegt om in de zorg te werken. Twee diaconessen die tientallen jaren aan Bronovo verbonden waren, vertelden dat hun geloof hen destijds inspireerde en motiveerde.
‘Waarom is in het verpleegkundig beroep inspiratie nodig?’ Zo luidde vervolgens de titel van een lezing door prof. dr. Mieke Grypdonck, emeritus hoogleraar verplegingswetenschap uit Vlaanderen. Een vraag die de laatste tijd vaker aan de orde wordt gesteld, zo begon zij, ‘en ik weet niet of ik dat een goed of een slecht teken moet vinden’.
Kwetsbaar
Een zieke is kwetsbaar. Een zieke is bang. En dan is een zieke ook nog eens overgeleverd aan anderen, die moeten doen wat hij of zij voorheen gewoon zelf deed. Dat maakt extra kwetsbaar.
Een zieke moet maar afwachten wanneer de verpleegkundige tijd heeft. En vervolgens of deze wel doet wat gewenst is. Zelfs moet de patiënt afwachten of de verpleger hem of haar wel op een aardige manier tegemoet treedt.
Zo leidt Grypdonck, samengevat, haar verhaal in. Zij vervolgt: ‘Patiënten en bewoners van verpleeg- en verzorgingstehuizen hebben daarom hulpverleners nodig die bereid en bekwaam zijn hen in hun kwetsbaarheid te zien, hen als persoon boven die kwetsbaarheid uit te tillen, en tot hun recht te laten komen, en hen de bescherming te bieden die ze nodig hebben, zonder hen te betuttelen. Ze hebben geïnspireerde verpleegkundigen nodig.’
Voor een zaal vol verpleegkundigen en artsen en zorgmanagers ontvouwt zij vervolgens waar een geïnspireerde verzorging uit blijkt. Uit anticiperen op vragen van de patiënt, uit oprecht bekommerd zijn, uit de douche niet te warm, te koud, te hard of te zacht zetten. Uit het geduldig en aardig zijn tegen patiënten en bewoners die zelf níét sympathiek zijn. De voorbeelden die zij geeft, klinken een niet-verpleegkundige nogal als open deuren in de oren. Nu lijken weliswaar veel zaken in andere beroepsgroepen logisch, terwijl achter ieder product en iedere dienst een scala aan onverwachte werkzaamheden schuil gaat. Maar toch, moet een hoogleraar speciaal uit België overgevlogen worden om dit aan ervaren beroepskrachten te vertellen? Is dit niet leerstof in week één van de opleiding?
Religieuze dimensie
De lezing van Grijpdonck eindigt zo: ‘Zorg verlenen is een relatie aangaan waarin men bereidheid laat zien voor de ander te doen wat de situatie nodig maakt, zodat die ander tot zijn recht kan komen, ook als dat niet gemakkelijk is, ook als het bijkomende inspanning vraagt, als het belastend is. (…)
Zonder inspiratie is die inspanning niet op te brengen, en verschraalt de zorg. (…) Inspiratie maakt zorg verlenen tot een spiritueel gebeuren zonder dat die dimensie gezocht wordt, of zelfs alleen als die dimensie niet gezocht wordt. De zorgverlener wordt open gemaakt voor wat hemzelf overschrijdt. Voor sommigen heeft echte zorg ook een religieuze dimensie. Een mens die een ander mens tot zijn recht laat komen – daarin ligt de eer van onze God, zeggen de kerkvaders. Soms mogen zowel zorgverleners als ontvangers van zorg het zo ervaren.’
Dit symposium is georganiseerd door de dienst geestelijke verzorging van Bronovo en Nebo. Okee, misschien is dit inderdaad leerstof uit week één. Maar wellicht ook wordt deze bijeenkomst niet voor niets in de kapel van het ziekenhuis gehouden. Sommige dingen moet een mens regelmatig horen, steeds weer opnieuw. Is het niet op zondag, dan toch op een ander terugkerend tijdstip.
De geestelijk verzorgers hebben het plan opgevat om jaarlijks een symposium als dit te houden.
Zie ook:
'De kamer is netjes, maar ik lig overhoop'




Sociale media
Follow @KerkDenHaag