De gerechtvaardigde oorlog
Door Hanneke Gelderblom-Lankhout
Gepubliceerd februari 2012, jaargang 15, nr. 143
De gerechtvaardigde oorlog. Dit bijbelse begrip is tegenwoordig bepaald niet populair. Toch gebruiken Somalische piraten het, zogenaamd om hun visgronden te beschermen. De manier waarop deze kapers, in feite arme sloebers maar aangestuurd door machtige criminele bendes, grote tankers en andere schepen aanvallen, maakt de zee onveilig.
In hun snelle bootjes doen ze zich voor als vissers, maar intussen hebben ze onder de dubbele bodem tanks vol olie, kalasnikovs en touwladders verborgen. Hiermee zien zij kans vrachtschepen aan te vallen, de bemanning te gijzelen en enorme sommen geld in ruil voor de gegijzelden en het schip te eisen. Is dit een gerechtvaardigde oorlog op zee?
En is er verschil met de kapers van zeven eeuwen geleden? Het fenomeen kaapvaart ontstond toen. Kaapvaart was, volgens de toen geldende wetten, niet hetzelfde als piraterij of zeeroverij. Met een kaperbrief, een soort vergunning, overviel een kaperkapitein schepen van de landen, waarmee zijn land in oorlog was.
Ook Nederland zette dit soort zeevaart in, namelijk voor het vullen van de schatkist. Zo kennen wij Piet Hein, die in 1628 Spanje bevocht en over wie wij leerden zingen: ‘Piet Hein, zijn naam is klein, zijn daden benne groot, hij heeft gewonnen de zilvervloot.’
Op volle zee kon het echter maanden duren voor men een schip aantrof dat aan de kaperbrief voldeed en bovendien voldoende buit aan boord had. Dit kon leiden tot zo´n ontevredenheid onder de bemanning dat men van kaapvaart op piraterij overstapte. Zo werd de zee een voor de handel gevaarlijk gebied. In 1856 zwoeren de Europese machten de kaapvaart dan ook af.
Thans wordt de zeevaart beschermd door het VN-verdrag Unclos, dat een juridische basis geeft om piraterij en gewapende zeeroof tegen te gaan. Maar falende staten als Somalië vormen een plek waar nieuwe zeerovers een veilige haven hebben. Schepen die deze kusten passeren moeten in konvooi varen. Zij worden beschermd door oorlogsschepen, gevormd door een samenwerkingsverband van landen, Ocean Shield.
Vorige maand was er in het Vredespaleis een serie lezingen gewijd aan deze vorm van piraterij. De Nederlandse commodore Michiel Hijmans vertelde dat niet alleen oppervlakteschepen maar ook onderzeeërs deel uitmaken van Ocean Shield. Wanneer piraten zien dat ze zijn opgemerkt, dumpen ze gauw alle wapens en touwladders overboord. Maar onderzeeërs nemen de plotseling neerdalende wapens en ladders waar en leveren aldus het bewijs dat het niet om onschuldige vissers gaat.
Hoe moeilijk het is piraten aan te pakken, vertelde aanklager Hennie Baan. Zij speelde het klaar de eerste Somalische piraten tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld te krijgen. Je kunt piraten namelijk niet zomaar overboord zetten. Een boeiend verhaal, over nieuwe vragen en de spanning tussen Nederlands en internationaal strafrecht. Ook piraten hebben rechten, bijvoorbeeld op een advocaat binnen 72 uur. Hoe doe je dat midden op zee? En hoe zijn de cellen, waar deze piraten tot hun proces gevangen worden gehouden?
De lezingen gaven een geweldig inzicht in de manier waarop de moderne piraterij bestreden wordt. Merkwaardig dat over de belangrijke rol die Nederland hierbij als zeevarende natie heeft, bij mijn weten in de media niets te lezen of te horen is.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag