Archief
Jaargang:

De jeugd van tegenwoordig

Door Paul Makken
Gepubliceerd mei 2011, jaargang 14, nr. 136

Vondst

De grote Ghanese jongen riep naar zijn klasgenote: ‘Hé man, die Jezus van jou kan niks, want hij hangt steeds maar zo’, en daarbij spreidde hij z’n armen en liet zijn hoofd opzij hangen. Een andere jongen met Chinese gelaatstrekken moest erom lachen. Het Colombiaanse meisje dat was aangesproken reageerde meteen: ‘Ja zeg, jij hebt toch iets met die Boeddha, en waarom is ie zo vet?’ Nu moest de hele groep lachen. Ik ook.
We waren aan het wandelen in het Haagse Bos. Met ‘we’ bedoel ik een zogenaamde kansklas uit Amsterdam: jongens en meisjes die in de meeste gevallen nauwelijks een jaar in Nederland waren, al beter Nederlands konden spreken dan de meeste Hagenezen en slim genoeg waren om de havo te halen. Als ze de taal maar snel genoeg onder de knie krijgen. En als ze maar gemotiveerd blijven. Want veel van die kinderen volgden in hun geboorteland het gymnasium, moesten hier een Nederlandstalige IQ-test doen en werden meteen teruggeplaatst naar het vmbo. Kom daar maar eens overheen.
Ik liep met ze door het park om van hen te leren hoe je een park aantrekkelijk en veilig kunt maken voor jong en oud. Dit in het kader van een maatschappelijke stage die door de ANWB werd aangeboden aan hun school. Ik was voorbereid op flauwe opmerkingen, gedonder of stilzwijgen. In plaats daarvan namen ze hun opdracht heel serieus en inspecteerden ze het park met hun blocnootje en potlood in de hand. En hoewel ze vanuit hun culturele achtergrond gewend waren tussen de middag warm te eten, aten ze braaf de Hollandse lunchpakketjes met melk of – oh gruwel – karnemelk.
Ook was ik diep onder de indruk van de kids van het Segbroek College. Weer in het kader van een maatschappelijke stage liep ik met ze door de wijk om zwerfvuil van de straat te halen. ‘Aanval op afval’ heette het project. Ik maakte de fout om ze naar de begraafplaats Oud Eik en Duinen te brengen. Alsof daar zwerfvuil te vinden is. Een van de kinderen vroeg of ze een vriendje mochten bezoeken dat daar ligt. Een klasgenoot die afgelopen jaar zelfmoord had gepleegd. Met kalme volharding zochten ze naar de plek. En eenmaal daar brachten ze hem een stil en waardig eerbetoon. Hulde aan de kids van het Segbroek.
Eenmaal terug op school hoorde ik een oudere vrijwilliger die ook een groep kinderen had begeleid, mopperen over de jeugd van tegenwoordig. Ik denk dat hij de enige was die niets had opgestoken van de maatschappelijke stage.

Dit is de laatste column van Paul Makken.

| |