Archief
Jaargang:

Ervaringen van een verpleeghuispatiënt

‘De kamer is netjes, maar ik lig overhoop’ - over de zorg

Door Mariëlle van den Bent
Gepubliceerd maart 2010, jaargang 13, nr. 124

Verhaal

Willeke Brouwer

Wat een goed idee van de verpleging om mijn bed naar het raam te schuiven, er is heel wat te zien hier.
Zoals het leuke kleine duifje dat over het raamkozijn loopt. Ze heeft het heen-en-weer. Eindeloos gaat ze maar van links naar rechts en van rechts naar links. Wanneer ze aankomt bij het eind maakt ze telkens zo handig de draai dat haar gelijkmatige tempo er niet eens door verstoord raakt. Het heeft haast iets meditatiefs.

Mijn aandacht verschuift nu naar het gebouw tegenover me, waar ook een verpleeghuisvleugel is. Op een verdieping die wat lager ligt dan die van mij, de afdeling met Alzheimerpatiënten weet ik inmiddels, is een oude heer bezig de vele gordijnen van de huiskamer te sluiten. Het is pas halverwege de ochtend, maar in zijn beleving is de dag blijkbaar al voorbij. De activiteit kost hem zichtbaar moeite. Gelukkig krijgt hij wat ondersteuning van een lieve zuster die bereid is mee te gaan in zijn realiteit.

Ik kijk weer naar de vensterbank. Duifje maakt net de draai en komt opnieuw in mijn richting. Grappig zoals ze steeds haar kopje naar voren duwt en weer intrekt, mooi aansluitend op het loopritme.
Ondertussen begin ik me wel af te vragen waarom ze uitgerekend hier loopt. Er zijn toch vast wel leukere routes te bedenken. Ik tik met een vingertop tegen de ruit: hé, heb jij niks beters te doen vandaag? Verbeeld ik het me, of kijkt haar linkeroog me nu werkelijk aan? Ik buig iets verder naar het raam toe voor een close-up.

Op dat moment wordt achter me de kamerdeur opengesmeten, daarna nog gevolgd door een vuistslag op de deur bij wijze van klop. Ik schrik zó erg dat ik een gil geef en zowat met mijn arm tegen het glas sla.
De binnenkomer staat verstijfd in de deuropening, met één been al in de kamer.
‘O, kwam ik iets te onverwacht binnen?’
En dan, haar gedrag vergoelijkend: ‘Ja ik héb geklopt hoor…nou ja, wel iets te laat, maar toch…’
Daarmee is het wat haar betreft afgedaan, ze snelt de kamer in en kijkt spiedend rond.
‘We zijn een opruimrondje aan het maken over de afdeling. Is hier nog rommel?’
Terwijl ze razendsnel de kamer rondgaat, geeft ze zelf het antwoord al:
‘Dat teiltje kan naar de spoelkeuken! Die kleding gaat in de waskar! Tjonge jonge zeg, zelfs de vuile onderbroeken liggen er nog tussen, wie is hier nou weer bezig geweest?’
Ze neemt een duik onder het bed: ‘Hup, weg met die po-doek!’
Graait tussen mijn drinkbekers: ‘Dit is leeg, dus die kan ook mee!’
Met de vangst onder de arm snelt ze de kamer weer uit, nog roepend: ‘Ik ben weg!’
De dichtslaande deur geeft het slotakkoord.

De kamer is netjes, maar ik lig overhoop.
Alles lijkt nog na te dreunen van de opruimer. Mijn hart ook.
Ik kijk opzij.
Duifje heeft zich blijkbaar niet laten storen door dit ruwe intermezzo, haar loopmeditatie lijkt ononderbroken. Opnieuw kijkend naar haar kalme ritme hervind ook ik ten slotte weer de rust van mijn paar-vierkante-meter-wereldje.

Op de Alzheimer-afdeling is ondertussen een druk pratend dametje de gordijnen aan het openschuiven. Ze krijgt wat hulp van dezelfde zuster die net hielp bij het sluiten. Soepel heeft die zich alweer ingeleefd in deze volgende werkelijkheid.
Ik besluit er zelf ook maar in mee te gaan: tijd om opnieuw de dag te beginnen!

Mariëlle van den Bent kreeg door een chronische ziekte te maken met langdurige ziekenhuisopname, verpleeghuis en thuisverzorging en is begonnen met het beschrijven van zorgmomenten zoals zij die heeft ervaren.

Zie ook:

De douche mag niet te warm of te hard

 

 

 

| |