De radicaliteit van Edy Korthals Altes: ‘Onze cultuur heeft een kleine horizon gekregen’
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd februari 2012, jaargang 15, nr. 143
interview Een ambassadeur die vanwege een gewetensconflict zijn baan opzegt, dat komt zelden voor. Edy Korthals Altes deed het, bijna dertig jaar geleden. Die principiële stap bracht zijn leven in een stroomversnelling. Zijn streven is nog steeds: vernieuwing van mens en samenleving.

Foto Rogier Chang
Edy Korthals Altes: ‘Mensen met een kortzichtige blik hebben het helaas voor het zeggen.’
Het vorige nummer van Kerk in Den Haag bevatte een oproep om ‘de toekomst’ niet te vergeten, en koningin Beatrix deed in haar kersttoespraak er nog een schepje boven op. Duurzaamheid en zorg voor de aarde zou bij iedereen voorop moeten staan, zei ze. Laten we niet vergeten wat individuen en bedrijven op dat gebied kunnen doen en vooral wat ze al presteren.
Een paar weken later.
‘Geweldig hè, die toespraak van de koningin.’
Een brede lach. Duim omhoog. Reden tot grote tevredenheid bij Edy Korthals Altes, een Haagse econoom en voormalig diplomaat die met het klimmen der jaren almaar radicaler lijkt te worden. In de jaren tachtig trad hij terug als ambassadeur wegens zijn publieke stellingname inzake de wapenwedloop. Sindsdien is hij betrokken bij internationale organisaties en conferenties op het gebied van wereldvrede, gerechtigheid, duurzaamheid en interreligieuze samenwerking. Ook publiceerde hij boeken over de noodzaak van een nieuwe bezieling van Europa.
Kortzichtig
Edy Korthals Altes is een man van de grote lijn gebleven. Hoewel zijn gezichtsvermogen enigszins is afgenomen – hij is inmiddels 87 jaar – koestert hij nog steeds vergezichten: langetermijndoelen, die verder reiken dan de waan van de dag.
In rap tempo somt hij de kwalen van het kabinet-Rutte op. Te eenzijdige economische benadering, te weinig aandacht voor de sociale en milieuproblematiek, druk op ontwikkelingssamenwerking, en een houding ten opzichte van Europa die als gevolg van invloed van de PVV ‘ver beneden de maat’ is, ‘kortzichtig’ zelfs. Dat Nederland onlangs op de milieuconferentie in Durban met ‘een van de kleinste delegaties’ verscheen, noemt hij ‘heel triest’.
Als gelovig mens brengt hij, na enig nadenken, een alternatief onder woorden. ‘Verantwoord omgaan met de natuurlijke hulpbronnen. Wij zijn immers Gods partners. Dat betekent: geen economisch systeem hanteren dat de biodiversiteit aantast.’
Natuurlijk, haast hij zich te zeggen, het christelijk geloof heeft meer dimensies. ‘Maar de zorgvuldige omgang met de aarde die ons is toevertrouwd, hoort daar zeker bij.’
Dat hij zijn christelijke inspiratie nadrukkelijk noemt, is voor hem vanzelfsprekend. In de jaren zeventig en tachtig waren het immers kerkleiders en christelijke politici en wetenschappers die in het publieke debat het belang van het milieu naar voren brachten.
‘De kerken vervulden toen een voortrekkersrol. De Wereldraad van Kerken riep in 1983 op tot een conciliair proces voor vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Dat waren profetische en ook inspirerende geluiden. We hebben er toen in heel Europa, en ook in Nederland, veel werk van gemaakt.’
Teleurgesteld in CDA
Dat was toen. We zijn nu bijna dertig jaar verder. Het politieke landschap is ingrijpend veranderd. Korthals Altes wil er niet over uitweiden, maar de partij die hij toentertijd steunde, het CDA, heeft hem ‘diep teleurgesteld’. Hij voelde zich indertijd verwant met de schrijver van het eerste beginselprogramma, collega-econoom Bob Goudzwaard – die eveneens al jaren geleden het lidmaatschap opzegde.
Blijft de vraag: wat is de oorzaak van deze ‘zondeval’ van de christelijke politiek? Korthals Altes: ‘We zitten in een cultuurfase, waarin godsdienst gemarginaliseerd wordt. Atheïsten schoppen vrolijk aan tegen alles wat op religie of kerk lijkt. Onze cultuur is die van een plat land geworden, met een kleine horizon. Meten en rekenen, dat is nu de hoogste wijsheid. Alles wat uitstijgt boven het eigenbelang, is weg of wordt verdacht gemaakt. En veel politieke partijen hollen daar achteraan, omdat ze denken dat ze slechts op die manier kunnen overleven. Dus hebben de pragmatici en mensen met een kortzichtige blik het helaas voor het zeggen. De bijbelverhalen tonen ons een andere weg. Die zetten de mens in een breder kader, in een grotere werkelijkheid. Die benadering hebben we weer nodig.’
Droom in Madrid
Wat moet er in de ogen van Korthals Altes gebeuren? Zonder aarzeling zegt hij ‘reikhalzend uit te zien naar een reformatie van de kerken’. Hij spitst zijn uitspraak toe: ‘De kerken kunnen er niet onder uit het evangelie van Jezus Christus centraal te stellen.’
De herinnering aan een opmerkelijke droom uit de jaren tachtig is nog springlevend. Sterker nog, die droom heeft zijn verdere leven getekend. Het was in 1984, toen hij in Madrid tijdens zijn gewetensconflict over de wapenwedloop in een droom geconfronteerd werd met, volgens hem, de ‘pertinente vraag van de levende Christus’: “En jij, wat heb jij gedaan met wat jij weet en met jouw mogelijkheden op dit kritieke moment?”
Het is deze confrontatie geweest, die hem de afgelopen decennia geïnspireerd heeft. ‘In wezen gaat het om de aloude vraag die aan iedereen wordt gesteld: Adam, waar ben je?’
Korthals Altes is ervan overtuigd dat als het geloof ‘verpulvert’, uiteindelijk ook de moraal verdwijnt, in de privé-sfeer en ook in het financiële en economische bestel. Hij zegt: ‘Het geloof bestaat niet zozeer uit een stelletje theorieën en dogma’s, maar het heeft met een innerlijke houding te maken. Helaas is de kern van het bijbelse geloof vaak aan het gezicht onttrokken door een zware sluier van uiterlijkheden. De vraag moet zijn: wat is die kern, waaruit leven wij? Hoe gaan we om met vragen op het gebied van onrecht, vrede, veiligheid en milieu?’
Bevoorrecht mens
Korthals Altes voelt zich een ‘zeer bevoorrecht mens.’ Zijn veelzijdige loopbaan – waaronder een zevental Europese posten – stelde hem in staat zich in te zetten voor een meer leefbare samenleving. En van stilzitten houdt hij nog steeds niet.
‘Alstublieft.’ Hij overhandigt een tekst voor een bundel die ter gelegenheid van de vijftigste Bilderbergconferentie wordt aangeboden.
In deze tekst ondergraaft hij de mythes van het consumentisme: de vanzelfsprekendheden van oneindige materiële behoeften, permanente groei en een vrije markteconomie zonder enigerlei beperking. Een van de slotzinnen: ‘Religies beschikken over kostbare bronnen voor vernieuwing van mens en samenleving.’
Het is een uitspraak die voor Edy Korthals Altes de gewoonste zaak van de wereld is.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag