De vijf dames van het linnengoed: ‘Een man van God moet er netjes bijlopen’
Door Matthijs Termeer
Gepubliceerd december 2011, jaargang 15, nr. 141
reportage Twintig togen naaien, een knoopje aanzetten, een dag lang wassen met de hand: vijf vrouwen van de Parkstraatkerk hebben er een behoorlijke taak aan.

Foto Matthijs Termeer
Len Eijckelhof (links) en Gerda Wessels met enkele oude kazuifels. Uiterst links Lore Olgers.
‘De dames van het Altaargilde’: dat zijn vijf vrouwen die ervoor zorgen dat het linnengoed van de kerk van Sint Jacobus de Meerdere (de ‘Parkstraatkerk’) in onberispelijke staat is. Om meteen maar te illustreren hoe ver hun betrokkenheid gaat: Len Eijckelhof, coupeuse van beroep, schrok er niet voor terug een stuk tule van haar bruidssluier te gebruiken, toen een kanten rand bij het altaar hersteld moest worden.
Gerda Wessels krijgt het voor elkaar om uit 240 meter stof twintig zwarte togen voor het altaarpersoneel te vervaardigen. Een week per toog, elke ochtend van negen tot elf. Op een tafel van tweeënhalve meter, naar wens te verlengen tot vier. Gerda (moeder van zeven zonen) rekent er vijftien euro per stuk voor, alleen de materiaalkosten. Ter vergelijking: in de handel zou de prijs op vierhonderd euro komen. ‘Ik maak ze van terlenka. Dat hoef je niet te strijken, alleen te wassen. Dat moet je hebben. Ze gaan wel vijftien jaar mee.’
Maria Bijsterveld zorgt er al sinds achttien jaar voor dat al het witgoed er kraakhelder uitziet. Inclusief de ecru superplie van de acoliet (‘Die mag je van je leven niet in de machine wassen!’), de kelkdoekjes en de witte overgewaden van koor en misdienaars. Alles in de handwas, met verschillende zeepsoorten. ‘In de machine kreukelt het. Ik ben een dag bezig, en daarna een dag met strijken.’
Met zachtheid
Iedere maand komt het Altaargilde (waar ook Maria Hanegraaf en Lore Olgers deel van uitmaken) bijeen om de werkzaamheden te bespreken, die genoteerd staan in een schrift. Len Eijckelhof draait meestal op voor de kleine klusjes. Die zijn er iedere week wel: het aanzetten van een knoop, een nieuw lintje voor een missaal, het herstellen van een zoom waar een hak in is blijven haken. ‘Je loopt er zo een scheur in.’
De dames krijgen advies van een specialiste van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (SKKN). Dit contact wordt gefaciliteerd door het bisdom Rotterdam. De Sint Jacobuskerk stamt uit 1878 en sommige kerkkleding is al sinds het begin van de twintigste eeuw in gebruik. Oude kazuifels worden bewaard in speciale legkasten en regelmatig gelucht. Voor alle kleding geldt volgens Maria van Bijsterveld: ‘Je moet het met zachtheid behandelen. Het gaat nooit mis. We zijn altijd heel zorgvuldig.’
Kortom, dankzij het Altaargilde ziet het altaarpersoneel er piekfijn uit. Om met Gerda te spreken: ‘Een man van God moet er netjes bij lopen. En als ik daarvoor kan zorgen, doe ik dat.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag