Archief
Jaargang:

Freek Nijssen over de Ander

‘De vraag of God bestaat is onzinnig’ (14 april)

Door Margot C. Berends
Gepubliceerd april 2010, jaargang 13, nr. 125

Interview Doen alsof God bestaat. God als spel. Niet de vraag of God bestaat, maar of de gespeelde God body krijgt – daar gaat het om, aldus Freek Nijssen.

Freek Nijssen: verlangen naar wezenlijke vragen.

Foto Rogier Chang

Freek Nijssen: verlangen naar wezenlijke vragen.

‘Heb jij nog wat met God?’, vraagt een collega aan politie-inspecteur Derrick, in de gelijknamige Duitse tv-serie. Derrick antwoordt: ‘Ach, ik spreek hem nog wel eens aan, namelijk om hem te vragen of hij nog wel bestaat.’
Even later zegt Derrick: ‘Ik zou voor een lief ding willen, dat de mensen eens meer deden alsof hij bestaat. Dan zou hij ook bestaan.’

Freek N.M Nijssen (1925), voorheen diaconaal predikant in Den Haag, beschreef deze passage in een artikel dat naderhand een plek kreeg in een boekje van zijn hand over het spreken en denken over God.
Oprecht doen alsof God bestaat: dat zou volgens hem een denkweg kunnen zijn. Een spel spelen. Niet zomaar een spelletje, nee, een serieus spel. ‘Hoe vreemd dat voor ons ook klinkt. Zoals bij toneel. Als een acteur goed speelt, is hij voor zijn besef niet iets aan het opvoeren, maar dan ís hij dat personage. De aanwezigen neemt hij mee. Ze ervaren dat ze erbij zijn, toen daar, in zijn situatie, echt. Soms verandert wat ze zien hun eigen leven. En hoewel ze verstandelijk weten dat het gespeelde personage daar niet staat, is dat opeens niet meer relevant. Zo is ook de vraag of God bestaat niet relevant, maar wezenlijker is of de gespeelde God body krijgt in een leven en samen-leven.’

Afgod
‘Goed toneelspel of muziekspel is een expressie van wat mensen ten diepste raakt, van wat hen overstijgt en van wat hen verbindt. Het zet hen in beweging, stimuleert hen, ze gaan iets doen, iets ondernemen. In muziek, toneel en ook binnen religie worden dingen gezegd die je anders niet voor het voetlicht krijgt. Díe dingen doen ertoe. Niet de vraag of God bestaat. “Een God die bestaat, bestaat niet”, zei geloof ik Miskotte al, begin 20e eeuw.’
Nijssen vindt de vraag of God bestaat zelfs ‘onzinnig’. Dat is volgens hem in feite een afgodsbeeld, ‘en ik probeer niet te buigen voor die afgod. Maar ik probeer hopelijk het spoor te volgen van een God die ertoe doet. Ik geloof in een de mensen te bovengaande kracht, die geldt, die gebeurt, die soms even opbloeit als mensen elkaar nabij zijn. Als je zo kijkt, haal je de spanning over het vraagstuk of God bestaat weg, en til je het naar een ander niveau. In feite verdampt die vraag.’

Mediacratie
In het nieuws is momenteel de Zeeuwse predikant Klaas Hendrikse die schrijft dat hij ‘gelooft in een God die niet bestaat’. Volgens hem ‘gebeurt’ God. Jan Buikema, samensteller van het boekje met artikelen van Nijssen, brengt het verschil tussen Hendrikse en Nijssen onder woorden: ‘Het “doen alsof” en het spelelement ontbreken bij Hendrikse. Hij is in mijn ogen niet speels genoeg. Maar Hendrikse heeft wel onderwerpen aan de orde gesteld waar veel mensen mee bezig zijn.’
Nu Zeeuwse kerken een eerdere aanklacht tegen Hendrikse hebben ingetrokken, wordt in november een landelijke synodevergadering aan de godsvraag gewijd. Nijssen: ‘We leven in een “mediacratie”. Kijk naar hoe de gemeenteraadsverkiezingen werden beheerst door landelijke kopstukken. Dat is lekker overzichtelijk en dan kun je op het mannetje spelen. In de kerk dreigt eenzelfde reductie van het inhoudelijke naar het persoonsgerichte. Zo kom je niet meer toe aan wezenlijke vragen.’

Ontmoeting
Nijssen probeert indringende vragen over God serieus te nemen en te zoeken naar echt, hedendaags geloven en handelen. ‘Daarbij zou de Franse filosoof Emanuel Levinas ons goed kunnen helpen. Van hem is het idee dat je in het gelaat van de ander de Ander kunt zien. Dit idee vormde de achtergrond bij de start van het Oecumenisch Aandachtscentrum, 27 jaar geleden, waarbij ik betrokken was. Daar was ontmoeting mogelijk met anderen, van allerlei soort. Ik herinner me gesprekken met nabestaanden van mensen die suïcide hadden gepleegd. Onvergetelijk. Daar gebeurde het. In de communicatie geschiedt God. Soms. Even.’

Middag in De Boskant
Deze maand wordt in De Boskant een middag ‘van debat en bezinning’ gewijd aan de vraag hoe anno 2010 over God gesproken en gedacht kan worden. De titel van de bijeenkomst luidt ‘Godsspel’. Sprekers zijn prof. Johan Goud, remonstrants predikant, en André Droogers. Ook Freek Nijssen en Johan Buikema geven acte de presence.
Nijssens boek heet: ‘Ik god, jij godt, wij godden…’ zoeken naar relevantie in het spreken en denken over God. Opstellen uit het werk van Freek N.M. Nijssen, samensteller Jan Buikema, voorwoord door prof. dr. André Droogers. Uitgever Relibris, 2009.
Woensdag 14 april, 14-16 uur, De Boskant, Fluwelen Burgwal 45.

‘De mens roept  God tot leven’
Freek Nijssen vergelijkt in zijn boek de constructie ‘doen alsof God bestaat’ met de film Hable con ella (Spreek met haar). In de film hebben twee mannen ieder een relatie met een vrouw. Door een ongeluk raken de vrouwen in coma. Voor de ene man betekent dat het einde van de relatie, hij kan niets meer ervaren. De andere doet alsof zij normaal leeft, praat met haar, streelt haar, verzorgt haar. De film laat zien dat zij door zijn oprechte ‘doen alsof’ echt tot leven komt.
Nijssen: ‘Loven, geloven, heeft iets van dat oprechte “doen alsof”: alsof er een god is, een God die aanspreekbaar is, en die jou ook aanspreekt, een appèl op je doet. En het gebeurt; in de ander, die op je weg komt. En zie, jouw leven verandert, God laat zich echt gelden. Er kunnen ongedachte dingen gebeuren. De mens roept God tot leven.’

| |