De zin van het lijden
Door Jean-Marie Bosch van Drakestein
Gepubliceerd maart 2009, jaargang 12, nr. 114
Verdriet, lijden en pijn. Op allerlei wijze dringt het zich in ons leven binnen en kan het duisternis brengen. Waarom al die ellende? Kan God het niet gewoon wegnemen? Waarom ik? Waarom nu? Wij willen de zin van het lijden begrijpen.
De ontnuchterend harde realiteit is: het is zoals het is. Wij worden geboren in een wereld die is zoals zij is, in een eindeloze ontwikkeling sinds de schepping.
Lijden, pijn, verdriet, ziekte en andere ellende zijn geen straf voor begane zonden, noch voor de zonden van anderen. Jezus kwam op aarde om te leven als mens en de dood aan het kruis te sterven voor de verlossing van de wereld. Hij vraagt niet van ons om met hem mee te lijden, maar om ons lijden of onze beperkingen in een zinvol perspectief te plaatsen.
Ik wil pijn, verdriet, lijden, twijfel en onzekerheid niet relativeren. Het is allemaal echt, zwaar en verwarrend. Ik zou wat ik nu vertel ook niet kunnen vertellen zonder zelf dit alles ervaren te hebben. Vaker dan mij lief is heb ik aan de rand gestaan van de afgrond en geroepen: ‘Mijn God, mijn God waarom hebt gij mij in de steek gelaten?’ ‘Waarom?’ Uiteindelijk besefte ik dat deze vraag eigenlijk de vorm van een gebed had. In alle twijfel richtte ik mij blijkbaar toch steeds tot God. Er kwam geen antwoord, althans, er klonk geen stem uit de hemel die zei: ‘Dat zal ik je nou eens haarfijn uitleggen.’
Of kwam er toch een antwoord? In de loop van de jaren gebeurde er iets anders. Vanuit het lijden groeide, bijna tegen de stroom in, toch het geloven. Geleidelijk zie je kleinere en grotere wonderen gebeuren in de wereld. Je ziet en ervaart dat de kracht van geloven en gebed werkt. Het gaat anders dan je verwacht, maar het blijkt altijd effect te hebben. Je deelt je goede en je slechte ervaringen met anderen en het blijkt dat die anderen daar veel aan hebben.
Soms maak je iets bespreekbaar wat te lang onbespreekbaar was, waardoor er licht komt in een donkere ruimte. Ook was het regelmatige en soms intensieve contact met mensen die pijn lijden, terminaal ziek zijn, zware depressies hebben of gehandicapt zijn, enerzijds confronterend, mogelijk ook relativerend, maar bovenal zeer leerzaam.
De lijdende mens die zijn of haar beperking en omstandigheid accepteert en ook mogelijkheden ziet, en zo zin geeft aan zijn of haar bestaan, leeft, ondanks alles, als een gelukkig mens. Onder extreme omstandigheden zijn het, zoals de psychotherapeut Viktor Frankl beschrijft, juist vaak de kleine overwinningen die het verschil maken tussen een leven van zinloos lijden en een leven dat zin heeft ondanks het lijden.
Jezus vraagt – let op –, hij vraagt ons hem te volgen en naar zijn voorbeeld te leven. Dat is een leven van zorg en aandacht voor de naaste, maar ook een leven van lijden, van pijn en verdriet en van strijd tegen het kwaad. Of eigenlijk een leven in dienst van de naaste ‘ondanks het verdriet, de pijn en het lijden’.
Zelfs Jezus riep ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’ Deze wanhoopskreet heeft z’n oorsprong in Psalm 22, waarin David in een absolute wanhoop verkeert. In vers 23 van deze psalm keert echter de wanhoop en zegt David: ‘Dat mijn broeders uw naam ik mag melden’. Hij schreeuwt zijn wanhoop uit, en weet dan plots dat God hem antwoordt met een opdracht.
Door het duister komt het warmende licht van de Heilige Geest. Waarop David, in de navolgende verzen, zijn diepste vertrouwen in God, zeker zo hard de woestijn in schreeuwt. Zo zijn de woorden van Jezus ook bedoeld. Hij refereerde aan David.
Het was voorzegd en zou worden volbracht, niet (oh akelig misverstand) dankzij, maar juist ondanks het lijden. De zin van ons bestaan ligt besloten in de invloed die wij, binnen onze beperkingen en ons lijden, naar eer en geweten, hebben op de leefbaarheid van de wereld en haar ontwikkeling. Een bescheiden bijdrage aan de voltooiing van de schepping.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag