Magdalena Pattianakotta over de zangkunst
'Diep in de buik zitten de hoge tonen'
Door Margot C. Berends
Gepubliceerd december 2009, jaargang 13, nr. 121
Interview Een zanger kan alleen tot grote hoogte stijgen als de zangkunst wordt beoefend als topsport. Spieren ontwikkelen en veel oefenen, vertelt docente Magdalena Pattianakotta.
‘Ik vergelijk het altijd met een kraan en een fietspomp’, vertelt mezzosopraan Magdalena Pattianakotta. Ze antwoordt op de vraag hoe een zanger letterlijk en figuurlijk de hoogte kan bereiken.
‘De ademhaling is van cruciaal belang. Inademen doe je zoals water uit een kraan in een glas loopt. Het stroomt op de bodem en vult het glas van onder naar boven. Zo stroomt de lucht ook eerst naar onder in je lijf. Uitademen – zingen – doe je als een fietspomp, je perst van bovenaf de lucht eruit met je middenrif, gebruik makend van een belangrijke spier in je buik.’
Klankkast
De Haagse Magdalena Pattianakotta is zangpedagoge en viert deze maand haar 25-jarig jubileum. Ze gaf les op muziekscholen in Leiden en Leiderdorp en begeleidde het operaproject Hans en Grietje van Engelbert Humperdinck aan het koninklijk conservatorium Mahido in Bankok.
Inmiddels heeft ze ervaren dat een zangleerling er gemiddeld vijf jaar over doet om alle benodigde spieren te ontwikkelen en in de smiezen te krijgen hoe je die precies moet gebruiken. Behalve die spieren moet de zanger ook leren omgaan met de ‘klankkast’. Dat zijn alle holtes: kaakholte, voorhoofdsholte, keelholte, borstholte.
‘En dan moet je het kastje nog openzetten, dat doe je met je zwevende ribben. En door in je masker te zingen, bij je jukbeenderen. O ja, en voorin de mond, natuurlijk.’
Kortom, het is een nogal technisch verhaal, dat ze zo even oplepelt. Hoge tonen en stabiele klanken bereik je bijvoorbeeld door je ‘pyramidalis’ aan te trekken, de spier die een paar centimeter onder de navel begint en vastzit aan het schaambeen. Wie hoog wil zingen, moet het kennelijk diep in de buik zoeken.
Schel
De schoonheid van het zingen is weer een ander verhaal. ‘Je kunt misschien wel de hoogte halen, maar in het begin is het beslist nog niet aangenaam om naar te luisteren. Een ongeoefende stem zwiebert alle kanten op en de hoogte klinkt schel. Maar daar moet je doorheen. Het wordt vanzelf mooi. Je moet veel oefenen. En durven om niet mooi te zingen, lak hebben aan wat buren en huisgenoten ervan vinden. Langzamerhand vindt de leerling de balans tussen spanning en ontspanning, waardoor hij of zij mooi zacht leert zingen, ook als het hoog wordt. Dat is namelijk het moeilijkste wat er is.’
Bezwering
Omdat je eigen lichaam je instrument is, kunnen emoties gemakkelijk doorklinken. Soms maakt dat het zingen moeilijker. ‘Ik heb eens iemand gehad die in een scheiding lag, en midden in een lied in huilen uitbarstte. Dan is het: de les stopzetten en luisteren naar haar verhaal. Maar je kunt je emoties ook juist al zingend uiten. Als zanger heb je te maken met vaak mooie teksten, mooie klanken en melodieën. De componist wilde iets duidelijk maken, en jij als medium mag dat doorgeven. Soms stijg je dan boven jezelf uit. Je vertolkt een hogere werkelijkheid.
Ze zeggen wel eens: als zanger – of als musicus – doe je aan bezwering en ontwerkelijking. Kijk maar naar Händel. Die schreef de Messiah nadat hij een hersenbloeding had gekregen, binnen vierentwintig dagen. Toen het stuk af was, was hij genezen. Hij heeft daarover gezegd: kwam de Messias nu uit mezelf of kwam hij naar me toe?
Maar het blijft een moeilijk vak. Marianne Blok, zangdocente aan het Utrechtse conservatorium, heeft erover gezegd: “Een vocale aanleg kan door ontwikkeling een instrument worden. Het instrument is nooit afgerond, is nooit een ding, en het kan voortdurend beter of slechter worden.” Je moet doorzettingsvermogen hebben, consciëntieus zijn, zelfdiscipline hebben, dingen uit je hoofd leren. Zingen is topsport.’
Magdalena Pattianakotta geeft ook privé- en groepszanglessen. Info (070) 355 87 55.
Kerst: de hemel daalt neer op aarde
December is een maand van contrasten. Met Kerst zingen koren de sterren van de hemel. Het kerstkind landt op aarde. Maar in Den Haag anno 2009 leven velen in zorg en angst, of hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.
In dit nummer een beeld van uitersten: ‘Gloria in de hoge’, en daarnaast interviews van de straat.
Zie de andere artikelen:
Willem is dakloos
Stadsbeiaardier Heleen van der Weel
Iconen maken is schilderen met licht





Sociale media
Follow @KerkDenHaag