Archief
Jaargang:

Een bagatelzaak

Door Paul Makken
Gepubliceerd juli 2010, jaargang 13, nr. 127

Vondst

Stel je voor: je zoon of dochter van twaalf slaat op het schoolplein een klasgenoot op z’n snufferd. Of je zoon knijpt een klasgenote in een bil of borst. Of je kind vernielt een spiegeltje van een auto. Het is niet leuk, maar het hoort ook een beetje bij de leeftijd. Stoer gedrag, roekeloosheid en hormonen vormen een onstabiele mix. Je spreekt je kind streng toe, geeft hem – later - een aai over de bol, schudt handen met de andere ouder en ieder gaat zijns weegs. Het is eigenlijk niks, een bagatel.

Maar stel je voor dat die andere ouder, of de school, of de eigenaar van die auto ‘er een zaak van maakt’. Dat kan. Gewoon aangifte doen bij de politie. Je kind van twaalf wordt dan opgepakt, verhoord en als-ie pech heeft kan hij een weekeinde opgesloten blijven in het politiebureau. Uiteindelijk komt er dan een rechtszaak en moet je kind voor de rechter verschijnen.
Een ‘bagatelzaak’ wordt dat door advocaten genoemd. Het gaat om niks, maar er is regelgeving waardoor iemand er toch een zaak van kan maken. Je kind krijgt een taakstraf van minimaal twintig uur. Schoonmaken in een bejaardentehuis of iets dergelijks. (En als je de taakstraf niet wilt doen, ga je gewoon het gevang in.) Dat schoonmaken is niet eens belastend, maar die hele rechtsgang wel. Het is dan allang geen bagatel meer voor je kind. En het wordt alleen maar groter, bijvoorbeeld als dit ‘feit’ hem belet later een stageplek te bemachtigen.
Mensen pikken niks meer van de ander, ook niet als het gaat om een kind. Want pubers zijn kinderen.

Ik kan me voorstellen dat iets dergelijks ons als gezin kan overkomen. Zo belde een buurman eens bij me aan met de mededeling dat mijn zoon (van tien) een steen had gegooid naar zijn zoon en dat ik hem daarop moest aanspreken. Nog een paar jaar en hij kan van zoiets ‘een zaak’ maken.
Gebruikmaken van de mogelijkheden die de letter van de wet je biedt, ik vind het een vorm van onverdraagzaamheid.

 

| |