Archief
Jaargang:

Een bemoedigende duit

Door Rob van Essen
Gepubliceerd maart 2009, jaargang 12, nr. 114

In-druk

De Laakkapel kreeg een prijs van de protestantse diaconie. Het jaarlijkse Duitje – een cheque van vijfhonderd euro – ging naar het project ‘Alleen-café’. Weer een reden om trots te zijn op ‘mijn’ buurt en wijkgemeente.

Toen ik begin 2007 de overstap van Loosduinen naar Laak maakte, resulteerde dat hier en daar in enig onbegrip. ‘Heb ik niet gelezen dat het een wijk is met veel problemen?’, schreef iemand. Een ander: ‘De meeste dominees sluiten hun loopbaan af op een rustige plek.’ Alsof er in onze snel veranderende samenleving nog ‘rustige’ plekken zijn. Anderen herinnerden aan de gebeurtenis in de Antheunisstraat, waar de politie een terroristische cel oprolde. ‘Hebt u geleerd hoe je een granaat moet terugkoppen?’, vroeg mijn zoon grappend.

Maar ja, het bloed kroop waar het niet gaan kon. Met excuus aan de ras-Hagenaars, maar het was in Laak of ik terug was in mijn Amsterdamse achterstandsbuurt. In de jaren zeventig ging de wijk gebukt onder leegloop, instroom van ‘gastarbeiders’ en afbraak. Desondanks trof ik er een christelijke gemeente die weerstand bood aan de demagogie van Janmaat, een gemeente die de lofzang gaande hield en bejaarden hielp bij het baden in het badhuis op het Ambonplein.

Natuurlijk brengt het samenleven met mensen uit vele culturen problemen met zich mee. Daarbij hoef je heus niet alleen aan immigranten te denken.

Wie opgroeiende pubers in huis heeft (gehad), kent de constante strijd tegen hanggedrag, rotzooi in de kamer en gruwelijke muziek. Ze drijven je tot wanhoop en tegelijk kun je niet zonder ze. Je moet onderhandelen, grenzen stellen en tot vergeving bereid zijn.

Daar gaat het ook precies om in de context van een wijk als de onze. In Laak kwam ik ze binnen en buiten de kerk weer tegen: mensen die geloven in de stad. Vrijwilligers die de voedselbank of een kringloopwinkel runnen, mannen die het busje van het wijkcentrum rijden, mannen en vrouwen die koken voor ex-gedetineerden of voor een buurtmaaltijd.

De lijst kan eindeloos uitgebreid worden. Als kerk moeten we daarom onze buurt niet als ‘zendingsveld’ beschouwen en pretenderen dat wij de bron zijn van alle goeds.

Boeiend is nu juist dat, in de wisselwerking met de wijk, kerk en buurt er samen ‘beter’ van worden. Ondanks al onze missers verwachten mensen van ‘buiten’ nog iets van ons!

Onze pastoraal/diaconaal/missionaire (in de stad doen etiketten niet meer ter zake!) werker Elziena Oosterhuis vroeg zich af wat we kunnen betekenen voor mensen die iemand verliezen. Als de deeltijd-dominee niet vanzelfsprekend alle begrafenissen voor zijn rekening neemt, ligt hier dan een taak voor vrijwilligers? Zo werd in Laak het begrip ‘buurtuitvaart’ geboren. Mensen werden ervoor getraind. En hoe dan daarna?

Die vraag werd gesteld vanuit de mantelzorg en andere buurtorganisaties. Samen ontwikkelden we het concept ‘Alleen-café’, waar rouwenden elkaar kunnen ontmoeten en informatie kunnen krijgen.

Het ‘Alleen-café’ moet nog beginnen en is nu al in de prijzen gevallen. Om vrolijk van te worden. Een mooie symbolische Duit voor een café dat het hebben moet van geloof in de toekomst en onderlinge solidariteit.

 

 

 

 

| |