Archief
Jaargang:

Doopsgezinde gemeente

Een extra grootouder: de ‘kerkoma’

Door Margot C. Berends
Gepubliceerd juli 2010, jaargang 13, nr. 127

kerkentest Doopsgezinde gemeente De Haagse doopsgezinden hebben een nieuwe aanpak voor de kinderen in de kerk. De kinderactiviteiten worden beter bezocht. De gemeente heeft er een prijs mee gewonnen.

De Haagse doopsgezinden hebben een nieuw jeugdbeleid, dat vruchten afwerpt. Per zondag komen er zo’n twintig kinderen naar de kerk, met Kerst waren het er veertig. Sommigen nemen vriendjes mee. Ze worden ‘Doerakkers’ genoemd, waarbij de eerste letters DO staan voor Doopsgezinde kerk. Het gebouw staat in de Paleisstraat, vlakbij paleis Noordeinde.
Guido Landheer, die de leiding heeft, vertelt dat ze kinderen op een eigentijdse wijze het geloof willen overbrengen, met materiaal uit alle kerken. Daardoor voelen kinderen van binnen en buiten de gemeente zich er thuis. Ze doen dat met de ‘ABC-formule´. De A staat voor activiteiten, zoals speurtochten en ‘een heitje voor een karweitje’ voor Tanzania, De B staat voor bijbel, het overbrengen van de boodschap tijdens de kinderdiensten en ook via de maandelijkse elektronische nieuwsbrief ‘DOerakker’. De C staat voor ‘zelfbewust communiceren over wat we doen’.
De nieuwsbrief bevat tips voor ouders en achtergrondinformatie over bijvoorbeeld de christelijke feestdagen. Voor de kinderen staan er foto’s in van activiteiten, titels van boeken en computerspelletjes, en plannetjes. Ook gebeurtenissen uit het dagelijks leven krijgen aandacht. Zo leert de groep elkaar kennen. De nieuwsbrief kreeg twee jaar geleden een landelijke prijs voor Gemeente-opbouw.

Pinksteren
Vandaag horen de Doerakkertjes eerst het pinksterverhaal. Daarna slaan ze aan het tekenen en kleuren: ze schrijven pinksterwensen op een blaadje dat aan een ballon wordt bevestigd. Normaal zijn er vier leeftijdsgroepen, maar vandaag zitten ze allemaal gezellig bij elkaar. In een apart hoekje zitten de allerkleinsten, met hun begeleidster die de ‘kerkoma’ wordt genoemd. De ‘oma’ is er altijd. Het schijnt dat de Doerakkers haar gewoon hebben ingelijfd in het rijtje van hun eigen oma’s.
De volwassenen horen vijf bijbellezingen en ds. Lydia Penner leest een stuk uit Het Koninkrijk van Vrede van Jan de Hartog. Dit boek gaat over de Quakers in het achttiende-eeuwse Amerika. De passage, over een stille ontmoeting met een oude Indiaan, raakt wat Penner betreft de kern van Pinksteren. ‘Een intens gevoel van vrede, een overstelpend besef van Tegenwoordigheid’ ervaart degene die in dit verhaal de Indiaan ontmoet.
Om het karakter van Pinksteren te benadrukken, zingt de gemeente daarna ‘Nun danket alle Gott’ in vijf talen. Helaas niet vrolijk door elkaar, maar achtereenvolgens in het Duits, Engels, Frans, Nederlands en Spaans.

Roomsoesje
Na de dienst laat iedereen – jong en oud – op het binnenpleintje de ballonnen op. Een prachtig gezicht, de strakblauwe hemel en de kleurige ballonnen die hun weg zoeken. Bij de koffie is er een roomsoesje, ter ere van de ‘verjaardag’ van de kerk. Of op z’n Duits: een Windbeutel. Een traktatie die dus uitstekend past in de pinkstersfeer.

Voor alle kerkentesten: klik op genre 'kerkentest' in het intro.

| |