Archief
Jaargang:

Een goed woordje voor de farizeeërs

Door Paul Makken
Gepubliceerd januari 2011, jaargang 14, nr. 132

Vondst

‘Als je een loot in de hand hebt en op het punt staat die te planten, en iemand komt je zeggen dat de messias eraan komt, maak dan eerst je werk af.’ Dit is een citaat uit de oude rabbijnse literatuur. Rabbijnen moesten niet veel hebben van messianisme. Ze hadden hun buik vol van religieus gemotiveerd verzet tegen de Romeinen. Het leidde tot langdurige guerrillaoorlogen. Dat waren precies het soort oorlogen waar Romeinen niet van hielden. En als ze uiteindelijk zo’n oorlog toch weer wonnen, volgde steevast een gruwelijke vergelding op de bevolking.
Veel beter was het om goede relaties aan te knopen met de Romeinen die in het land waren gelegerd. Dan kon je ten minste verdienen aan de handel met de legioenen en was het zo mogelijk aansluiting te krijgen met de Romeinse economie. Daarenboven waren de Romeinen in godsdienstig opzicht bijzonder praktisch. Je was dan wel verplicht hun goden te vereren in Romeinse tempels, maar het was alleen de handeling die telde. Dat was een erkenning van hun gezag. Oprecht geloof werd niet verlangd.
Jezus was zich daar zeer wel van bewust. Ook hij zocht niet de confrontatie met de Romeinen. Nergens voor nodig, want je kon vrij zijn in je geloof, ook al kon je misschien niet altijd alle handelingen uitvoeren die daarbij hoorden. Dat was iets dat zijn discipelen nooit goed hebben begrepen. Ook niet de latere joodse volgelingen van Jezus. Nog voordat de eerste eeuw van onze jaartelling voorbij was, bestond er al een scheiding tussen het rabbijnse jodendom en de messianistische Jezusbeweging. Na de laatste grote en mislukte opstand tegen de Romeinen onder leiding van Bar Kochba [132-136] was het schisma tussen jodendom en christendom definitief. Messiaanse claims leiden tot rampen, zo ervoeren de rabbi’s wederom. De banden met joodse christenen verdwenen. En daarmee ook de brug tussen het jodendom en de tot het christendom bekeerde niet-joden. De pijn van dat schisma is nog steeds voelbaar.
De farizeeërs hadden veel sympathie voor Jezus en zijn boodschap. Maar ze vreesden de gevolgen. Als geen ander wisten ze hoe licht ontvlambaar het volk was. En wat voor verwoestende uitwerking macht kan hebben als ze eenmaal is ontketend.

| |