Een herinnering aan Hella S. Haasse
Door Henk Baars
Gepubliceerd oktober 2011, jaargang 15, nr. 139
Column Redactielid Henk Baars beschrijft hoe Hella Haasse veertig jaar geleden reageerde op de uitnodiging van drie priesterstudenten, om op het seminarie te komen spreken. Vorige week overleed zij, op 93-jarige leeftijd.
We waren altijd met z’n drieën en wilden priester worden. Piet , Ton en Henk. Een driemanschap dat elkaar door die internaatsjaren heen haalde. We beheerden de bibliotheek van de flat waarin we woonden. Er waren er drie op het klein seminarie Leeuwenhorst te Noordwijkerhout. Alticollense was de naam van het gebouw voor de hoogste leeftijdsgroep.
Maar we wilden meer dan boeken kaften en uitlenen.
We lazen haar werk, maar zouden we niet eens een literaire avond met haar…? Een stout plan in dat jaar 1970, we waren 17, 18.
Ik kan me niet herinneren dat we er met een leraar of begeleider (‘ prefect’ heette zo iemand) over spraken, maar we gingen gewoon bellen en schrijven, wat toen nog wel ingewikkeld was. Je moest naar de portier en heel zorgvuldig het telefoonnummer opgeven, anders ging het mis. Daarna, in een afgesloten kleine ruimte, ging de telefoon over. We kregen het literair bureau aan de lijn. We schreven ook nog een brief. Ze zou komen. We stonden er van te kijken. Ze komt zo maar! Niet moeilijk, doodsimpel.
Dat wij een avond organiseerden deed iedereen versteld staan. Zoiets was nog nooit gebeurd, en dan nog voor elkaar gekregen door leerlingen. Later ging dat ‘buitenschoolse activiteiten’ heten, maar wij deden het gewoon omdat het bij ons opkwam.
Die avond haalde een leraar met een auto haar op van het station. Later vertelde hij dat het leek of de stationsgang waar ze liep veranderde. Het leek of ze mediteerde, zei hij. Ze was nog niet op het hoogtepunt van haar roem, maar wel behoorlijk bekend.
Het zat bomvol. Wij presenteerden de avond, ik merkte toen al dat ik dat kon, misschien merkte ik het daar wel voor het eerst. Het ging soepel en natuurlijk, zonder verlegen gehakkel en getreuzel. Het gevoel van een gewichtige avond te leiden gaf ons vleugels. De leraren zaten achterin en waren zichtbaar trots.
Ik kan mij van de inhoud niet veel meer herinneren. Wel een prachtige uitgebalanceerde stem, steeds zorgvuldig formulerend, nooit haastig en altijd precies. Er kwamen natuurlijk vragen: waar ze toch al die historische kennis vandaan haalde, wat haar motieven waren, hoe ze met schrijven begonnen was enzovoort. Ze vond het wel interessant, al die priesterstudenten. Wat zouden dat toch voor wezens zijn, hoorde je haar denken.
We gingen spontaan staan bij het applaudisseren. Je voelde: dit is authentiek. Niemand maakte flauwe grappen – wat redelijk uitzonderlijk was.
Na een week kregen we een brief, of we eens langs wilden komen aan de Mozartlaan in Den Haag. De leraar Nederlands ging mee. We kregen thee en een kist boeken. Allemaal presentexemplaren, al dan niet door haar gerecenseerd. Een ware schatkist. We zaten er wat verlegen bij. Een lieve koningin bij wie al je pretentie in het niets oplost. En wat was het een voorrecht om al die mooie nieuwe boeken als eerste door je handen te laten glijden.
Of we priester geworden zijn? Nee. Een bijna, maar een vrouw verhinderde dat.
Ik woon nu weer in Den Haag, een steenworp afstand van de Mozartlaan, vlakbij waar Hella Haasse ooit woonde.





Sociale media
Follow @KerkDenHaag