Archief
Jaargang:

‘Een simpel telefoontje kan wonderen doen’

Door Margot C. Berends
Gepubliceerd december 2010, jaargang 14, nr. 131

interview Huisarts Jolly Valstar-Vos probeert de tijd te nemen voor haar patiënten. ‘Aandacht werkt heilzaam.’ Opvallend is dat juist terminale patiënten de vraag om aandacht doseren, én ook aandacht hebben voor anderen.

Jolly Valstar: ‘Om aandacht te kunnen geven, moet je goed luisteren én goed kijken.’

Foto Rogier Chang

Jolly Valstar: ‘Om aandacht te kunnen geven, moet je goed luisteren én goed kijken.’

‘Aandacht doet goed. Ik zie dat bij ernstig zieken. Een sterfbed verloopt veel harmonieuzer als hulpverleners, familie en vrienden eromheen staan. Als je warmte om je heen voelt, heb je vaak een andere ziektebeleving. Ook bij minder zieke patiënten is dat evident: het genezingsproces verloopt beter wanneer iemand aandacht krijgt. Een verzorgd bed, een uitgeperst sinaasappeltje, een verwarmde kamer, het werkt allemaal heilzaam.

Rustig gesprek
Mijn collega en ik proberen patiënten die in het ziekenhuis liggen, altijd te bezoeken. Een simpel telefoontje om nog eens te vragen hoe het nu gaat, kan wonderen doen.
Ook bij zieken die op mijn spreekuur komen, streef ik ernaar hen die aandacht te geven die zij nodig hebben. Als iemand met veel vage klachten komt, stel ik voor dat die persoon nog een afspraak maakt voor een rustig gesprek. Op dat moment heb ik de tijd, ik krijg dan vaak meer boven tafel. Het kan blijken dat er stress is op het werk, iets met het thuisfront, depressie of een onbewuste angst. Je kunt een diagnose stellen en een behandeling laten volgen. Daardoor hoeft zo iemand niet vaak terug te komen met misschien weer andere vage klachten.
Patiënten die dat ervaren hebben, begrijpen het ook als ik op een ander moment even minder tijd voor hen heb. Als bijvoorbeeld het spreekuur uitloopt, zien ze in dat een ander kennelijk die dag wat meer aandacht vroeg. Het werkt prettig, zo.
Om aandacht te kunnen geven, moet je goed luisteren. Je moet stiltes durven laten vallen. En je moet goed kijken: hoe komt iemand binnen, hoe gaat iemand zitten. Maar vooral: je moet van mensen houden. Dat is de basis van het vak.

Altijd klaarstaan
Wel vind ik het lastig als sommigen het gevoel hebben dat ze dag en nacht, op een moment dat het hen goed uitkomt, aandacht mogen vragen. Als het echt niet anders kan, of bij terminale patiënten, ga ik natuurlijk ’s avonds of ’s nachts langs. Maar hoe ga je om met mensen die overdag best op het spreekuur hadden kunnen komen, maar voor wie dat gewoon niet zo handig uitkwam? Dat maak ik vaak in mijn avonddiensten mee. We leven in een vierentwintiguurs-economie, sommigen vinden dat je altijd voor ze moet klaarstaan.
Voor mensen die op sterven liggen, proberen mijn collega en ik vierentwintig uur per dag bereikbaar te zijn. Opvallend is dat juist zij daar geen gebruik van maken als het niet echt nodig is. Alleen het idee al geeft de patiënt en familie kennelijk rust.

Met terminale patiënten krijg je een bijzondere relatie. Van patiënten die ernstig ziek zijn, op de grens van hun leven, leer ik veel. Juist zij hebben vaak zoveel aandacht voor de anderen, ook voor mij.
Wat ik nooit zal vergeten, is dat ik vlak na het overlijden van een patiënt een enorm boeket bloemen van de nabestaanden thuisbezorgd kreeg. Dat ze ook daarvoor nog aandacht hadden – dat voelt heel bijzonder.’

Jolly Valstar-Vos heeft samen met een collega een huisartsenpraktijk in de Bomenbuurt. Zij is lid van de evangelisch-lutherse kerk in Den Haag.

Kerst: tijd voor aandacht

Kinderlijk? Ik voel me er goed bij

Een simpel telefoontje kan wonderen doen

Wat een liefde, tussen de schroeven

'Aandachtscentrum leeft in Den Haag'

Laat die kastanjes toch lekker prikken

'Geklinkerde' gezinnen bivakkeren in Zuiderpark

Jezus was geen vroegwijs pubertje

'Wij zijn blij met iedere helpende hand'

In de stilte op weg naar de bron

'De politie zette me weer keurig af bij het Binnenhof'

In-druk: het grote verlangen

 

| |