Archief
Jaargang:

Een woord dat niet bevriest

Door Rob van Essen
Gepubliceerd december 2008, jaargang 12, nr. 111

Column In-druk.

Amerika heeft een nieuwe president. Wat er van de campagnes naar ons overwaaide, waren de one-liners en de grote beloften: ‘Yes we can’ als de belijdenis van het Amerikaanse volk (Obama) of ‘Ik heb ervaring’ (McCain). Er was veel retoriek, maar weinig inhoudelijks. Taal, bij uitstek het medium om te communiceren, blijkt ook geschikt om ‘niets’ te zeggen. Als ergens de taal geweld wordt aangedaan is het wel in de wereld van politiek en media.

 Maar ook in de kerk haken mensen af, omdat de taal die er gesproken wordt hun hart niet bereikt. Taal in dienst van het eigen theologisch gelijk of om tegenstellingen te verhullen. Terwijl taal toch gegeven is om aan het licht te brengen en ons ‘menselijker’ te maken. Staat ze echter in dienst van de leugen, dan zal ‘taal alleen verwoesting zaaien’.

Guillaume van der Graft (pseudoniem van Willem Barnard) schreef het gedicht ‘Een woord dat niet meer kan’. De dichter is op zoek naar ‘een woord dat niet bevriest’, dat ‘warmer is dan zijn bloed’. Prachtig uitgedrukt is dat: ‘een woord dat niet bevriest’. Woorden moeten immers bewegelijk blijven, als engelen die zich heen en weer haasten. Maar vaak worden woorden struikel- of lavablokken, die nog slechts herinneren aan hun vurige oorsprong.

 Heel de Schrift is een voortdurend appèl om toch te ‘horen’, om vruchtbare bodem te zijn voor het zaaisel van goede woorden. Een oproep om, zoals in het Nederlands zo mooi gezegd kan worden, één en al oor te worden. Je te laten beroeren door de magie van het woord.

Zo stonden de woorden van Jezus helemaal in dienst van het leven. Er ging een nieuwe wereld open voor wie hem hoorde. Maar ja, hij was dan ook sprekend God. 

Zijn woorden riepen heus niet altijd instemming en herkenning op – ook tegenstand en ontkenning. Maar hoe dan ook, ze ‘doen’ iets. Maken iets los, creëren een ‘kairos’: een keuzemoment.

 Wat voor de woorden van Jezus geldt, is helaas niet waar voor alle woorden die over Jezus en het geloof gesproken worden. Samen met de dichter zoek ik van werkdag tot zondag een woord dat genezen en ont-doden kan. Net als hij zoek ik in het mensen-woordenboek om mij heen. Zoek ik naar mensen uit één stuk, bij wie de woorden niet breken op hun daden. En ik wil zelf ook zo’n mens zijn, iemand die je op zijn woord kunt nemen. Iemand die het juiste woord spreekt op het juiste moment. Wiens woorden in andere mensen hoop wekken. Die geloof kunnen overbrengen en liefde kunnen uitdrukken. Zodat mijn eigen kinderen overtuigd worden.

Maar net als mijn geloven, is mijn spreken stuk-werk. Wat zou ik u graag vertellen wat bepaalde woorden mij gedaan hebben... En iedere preek is een deels mislukte poging.

Toch bloeit er tussen alle mislukking ook hoop. Dan ontvangen we het Woord dat niet bevriest of tot lava stolt. En dat alleen omdat ‘Het Woord is vlees geworden’ onder ons en steeds weer wordt. Het kijkt mij aan in de ogen van mijn kinderen, de ogen van een vluchteling of een zieke.

Een overtuigender woord is er niet.

| |