Archief
Jaargang:

Waarom zijn alledaagse ervaringen zo belangrijk?

Eerherstel voor heidense beeldjes

Door Margot C. Berends
Gepubliceerd januari 2010, jaargang 13, nr. 122

Interview Vrijwel niemand gelooft ‘volgens het boekje’. De theologe Kune Biezeveld vond dat er teveel onderscheid wordt gemaakt tussen natuurreligies en het joden- en christendom.

‘Heidense’ tempel in Caecerea, Philippi. In de ontwikkeling van godsdiensten trekken goden samen op.

‘Heidense’ tempel in Caecerea, Philippi. In de ontwikkeling van godsdiensten trekken goden samen op.

Beeldjes van de moedergodin Astarte. Scherven met teksten over Baäl en Jahweh, broederlijk en zusterlijk naast elkaar in de bodem van Israël.
Als al die scherven konden spreken, zo heeft de theologe Kune Biezeveld geschreven, dan zouden ze zeggen dat de tegenstelling tussen natuurgoden en de joodse god Jahweh helemaal niet zo groot is als in de bijbel gesuggereerd wordt. Het Oude Testament draagt in hoge mate het stempel van ‘profetische kritiek’. Het joodse volk mocht geen andere goden dan Jahweh  aanbidden. Maar in de dagelijkse praktijk van de joodse godsdienst trokken – zoals in de ontwikkeling van alle godsdiensten – allerlei goden een lange tijd samen op. Gelovigen aanbaden Astarte, Baäl, Jahweh en anderen, gewoon, naast elkaar.
Dat gegeven vraagt om een meer genuanceerde benadering van de natuurreligies, schrijft Biezeveld, die hoogleraar vrouwenstudies in Leiden was en vorig jaar is overleden. Ze heeft aandacht gevraagd voor de spontane verbinding van christelijk geloof met alledaagse ervaringen. Spontane religiositeit, dat is ook wat Bosbeskapel-predikant Jan Eikelboom boeit. Hij gaat het boek Als scherven konden spreken van Biezeveld in een gesprekskring bespreken.

Heilige plaatsen
Biezeveld waardeerde in het ‘heidendom’, dat het zo dicht bij de natuur en bij het gewone leven staat. Eikelboom: ‘De Reformatie heeft de wereld onttoverd, profaan gemaakt. De Reformatie is een inspirator van de secularisatie geweest. Voor heilige plaatsen of heilige tijden was geen ruimte meer. In de rooms-katholieke kerk is die ruimte er nog wel. Als protestanten hun geloof kwijtraken, houden ze niets over. Katholieken hebben in dat geval hun rituelen nog. Ze branden een kaarsje.
Biezeveld waardeert het gewone leven en meent dat de profetische kritiek uit de bijbel eenzijdig is en geen recht doet aan de complexiteit van het leven. Op dat punt uit ze ook kritiek op de protestantse theologie in het voetspoor van Barth en Miskotte. Zij staat positiever tegenover de ontplooiing van het leven en het genieten van de goede gaven van de schepping.
Er bestaat een afstand tussen de officiële orthodoxe geloofsleer en de geloofspraktijk van de gelovigen. Die heeft altijd bestaan. Mensen geloven in de praktijk niet volgens het boekje. Ze zijn misschien wel van mening dat je aan God geen verlanglijstjes mag voorleggen. Maar als het erop aan komt, vragen ze van alles aan God, zoals genezing van ziekte of een nieuwe baan. En bij het Liedboek bijvoorbeeld kun je jezelf de vraag stellen: geloven we wel wat we zingen? En zingen we wel wat we geloven?’

Feest
Eikelboom geeft nog een voorbeeld van de afstand tussen theologie en geloof in de praktijk. ‘Als mensen hun kind laten dopen, dan vieren ze toch de geboorte van dat nieuwe leven. Ze geven vorm aan iets spontaans, aan een feestelijke ervaring die binnen gezinsverband plaatsvindt. Maar in het Dienstboek van de Protestantse Kerk in Nederland wordt zo’n sterk accent gelegd op de opname van het kind in de gemeenschap van de kerk, dat de ouders bijna uit beeld verdwijnen. Het natuurlijke gezinsverband wordt verdrongen door de kerkelijke gemeenschap. Maar zo beleven doopouders dat helemaal niet.’

Esoterie
Het leuke van het boekje van Biezeveld (‘lekker dun, 120 pagina’s en goed leesbaar’) vindt Eikelboom dat het kansen schept voor het gesprek met mensen die niet uitgesproken christelijk zijn maar wel geloven. ‘Godzoekers’ dus. De auteur vraagt zich af of de God van de bijbel nog kans maakt in onze geseculariseerde samenleving die vol zit met deze godzoekers.
Eikelboom: ‘Er is veel interesse in religie. Kijk maar in de boekhandel op de plank “esoterie”. In die boeken wordt soms de verbinding gelegd met heidendom en natuurreligie. Het is te simpel om daar negatief over te doen. Dan ga je voorbij aan het zoeken en de gevoelens van mensen. De volksreligiositeit boeit me. De verbinding tussen geloof en het gewone leven. Je kunt volgens het boekje dogmatisch zijn, maar ik vraag me graag af hoe dat landt.’

De studiekring is op donderdag 14 januari, 11 februari, 11 maart, 15 april en evt. 20 mei, 20 uur. Opgave voor 1 januari: j.c.eikelboom@zonnet.nl, (070) 368 07 61.


 

| |