Archief
Jaargang:

Erasmuskenner Jan Bloemendal: ‘Laat Arnon Grunberg een Lof der Zotheid schrijven’

Door Margot C. Berends
Gepubliceerd mei 2011, jaargang 14, nr. 136

interview De Lof der Zotheid van Erasmus verscheen vijfhonderd jaar geleden. Het is een boek vol humorvolle kritiek, uitmondend in lof op de christelijke extase. Erasmuskenner Jan Bloemendal vertelt erover.

Jan Bloemendal naast het standbeeld van Erasmus, in het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek.

Foto Rogier Chang

Jan Bloemendal naast het standbeeld van Erasmus, in het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek.

Noem de naam van de vijftiende-eeuwse theoloog en veelschrijver Erasmus, en vraag vervolgens welke stad bij hem hoort. Tien tegen één dat Rotterdam de eer te beurt valt; Erasmus verbond zelf zijn naam aan deze plek.
Een klein clubje zal ‘Gouda’ zeggen. Er is een speciaal genootschap opgericht om Erasmus’ relatie met dit stadje bekendheid te geven. Zijn vader kwam ervandaan en hij zat er op school. Wie weet is hij er zelfs geboren – niemand weet het. Hij was een onwettig kind van een priester en zijn huishoudster, en de omstandigheden rond zijn geboorte – vermoedelijk 1466 – zijn schimmig.
Er is nog een derde antwoord mogelijk: die stad is Den Haag. Daar bevindt zich het hart van het Erasmusonderzoek, namelijk in het Huygensinstituut dat gevestigd is in het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek. Jan Bloemendal werkt er, van huis uit classicus en is actief in de Kloosterkerk. Hij is secretaris van een uitgave van alle werken van Erasmus, een groot project waar al jaren aan gewerkt wordt.

Vrouwe dwaasheid
Een van die Opera omnia zag vijfhonderd jaar geleden het levenslicht: de Lof der Zotheid. Jan Bloemendal vertelt erover: ‘Erasmus laat Vrouwe Dwaasheid aan het woord, die als de ik-figuur allerlei zaken becommentarieert. Wat zij zegt, is dwaas, maar ze zegt wel rake dingen die Erasmus zelf ook in de mond had kunnen nemen. Het boek is een soort paradoxale lofrede van de zotheid op zichzelf, waarin allerlei dwaasheden tegelijk geprezen en gelaakt worden: koningen die macht vergaren, priesters die domme dingen doen, leraren die zelfgenoegzaam zijn. Verschillende beroepsgroepen, leeftijden, het huwelijk, van alles komt aan bod. Kritiek hierop wees Erasmus van de hand: niet hij, maar Vrouwe Dwaasheid gaf immers het commentaar.
Om het nog paradoxaler te maken hanteert Erasmus het motto: “Wat dwaas is bij mensen is wijsheid bij God.” Bovendien laat hij Vrouwe Dwaasheid aan het eind de christelijke extase prijzen. Een christen moet in geestesverrukking zijn voor God, voor de godsdienst.’Bloemedal vervolgt: ‘Dat is dus helemaal niet zo dwaas. Nou ja, misschien voor de mensen, maar niet voor God.’

Lof van de luis
Volgens sommigen is de Lof der zotheid niet meer dan een retorisch spel, een paradoxale lofrede zoals die in de Oudheid ook gehouden werd. Zo bestond er al een Lof van de luis en een Lof van de jicht. Anderen zeggen: het is een moralistisch boek waarin ondeugden gehekeld worden. Bloemendal behoort tot de groep die het ziet als een puur christelijk werk. ‘Allerlei andere dingen worden daarin ook wel genoemd, maar het boek eindigt met de lof op de christelijke extase. Uit wat Erasmus hekelt, blijkt wat hij eigenlijk wil zeggen: hij wil terug naar een eenvoudiger, meer innerlijk beleefd christendom, los van allerlei ceremoniën die er alleen maar zijn om de rituelen en niet om de inhoud.’

Klompjes uit Taiwan
Gevraagd naar een aardig citaat, kiest Bloemendal een luchtige passage over ‘het huwelijk’ (zie kader). ‘Je kunt de Lof in onze tijd vergelijken met het geëngageerde cabaret van de jaren zeventig, of met de oudejaarsconference van Erik van Muiswinkel en consorten. Humor met een moralistische ondertoon. Relativering maar uiteindelijk jezelf serieus nemen.
Er gebeuren natuurlijk tegenwoordig ook allemaal gekkigheden. Bijvoorbeeld Taiwanezen die naar Amsterdam gaan en daar een stel klompjes kopen, made in Taiwan. Bizarriteiten in de Nederlandse politiek: een helikopter die om onduidelijke redenen met een onduidelijke missie naar een onduidelijke plaats gaat, die onduidelijk niet terugkomt en waarover een onduidelijke brief verschijnt. Misschien moet een Joost Zwagerman of een Arnon Grunberg maar eens opstaan en een nieuwe Lof der Zotheid schrijven.’

Erasmus over het huwelijk
‘Wat zouden er weinig huwelijken gesloten worden als de verloofde zo wijs zou zijn om uit te zoeken wat voor spelletjes zijn zogenaamd onschuldige en kuise maagdje allang voor de bruiloft heeft gespeeld.
En nog veel minder zouden er in stand blijven als mannen niet zo onverschillig en stompzinnig waren. ... Inderdaad, daarvan kun je de dwaasheid de schuld geven. Maar die zorgt er dan wél voor dat de man plezier heeft van zijn vrouw en de vrouw van haar man; dat er rust is in huis en dat de relatie blijft bestaan.’ [bewerking Harm-Jan van Dam]

 

| |