Eten uit Gods hand
Door Rob van Essen
Gepubliceerd juli 2009, jaargang 12, nr. 117
Column De natuur is God niet. God redt ons uit de macht van de natuur. Het monster van Loch Ness is Gods badkuipeendje.
Wie kent niet de kinderervaring: je raakt je moeder kwijt op de markt of in een winkelcentrum. De wereld die net nog zo vriendelijk en boeiend leek, wordt ineens angstaanjagend.
Zonder God is de wereld, ook de natuur, angstaanjagend. In de bijbel roepen de discipelen dan ook om God. Ze voelen zich als wezen in een vijandige wereld.
De natuur kan ons terecht angst aanjagen. Denk maar aan de watersnoodramp in 1953. Niemand had in die vliegende storm mooie gedachten over God. Een storm kan ‘mooi’ zijn als je een veilige plek hebt. De natuur is dus mooi en wreed tegelijk. Maar God niet.
Israël leerde God niet kennen in de natuur, maar in daden van bevrijding. Hij bevrijdde de Israëlieten uit Egypte en maakte voor hen een weg door de chaoswateren. Hij is sterker dan de natuur. Zoals ook Jezus, die de storm bestrafte en zijn discipelen redde.
De natuur is God niet. God redt ons uit de macht van de natuur.
Toen Israël in ballingschap was, zag het de Babyloniërs buigen voor de hemellichamen. Maar Israëls rabbijnen schreven het lied van de schepping: de hemellichamen staan juist in dienst van God. De schepping is van God en wij, ook een stukje schepping, worden eveneens tot die dienst geroepen.
We worden geroepen zijn schepping te bewerken en te bewaren. Wanneer God schept, stelt hij grenzen. De aarde is tot bewoning, de zee is er om schepen te laten varen. En wees maar niet bang voor het monster van Loch Ness, dat is Gods badkuipeendje. Lach maar om alles wat je angst aanjaagt.
God gaat door met scheiding maken. Scheiding tussen goed en kwaad, mijn en dijn, God en afgod, werkdag en rustdag. Want God wil niet dat we altijd maar werken. Mensen moeten ook van ophouden weten. De mensen arbeiden door tot de avond, zegt de psalmist in Psalm 104.
Alleen wanneer wij Gods grenzen respecteren, blijven wij en deze aarde gezond. Anders ‘gaat de wereld aan vlijt ten onder’ (Max Dendermonde). God stelt grenzen: blijf van het leven van je medemens af! Als je vergif in de grond stopt of de oceanen vervuilt, dan is dat moord op lange termijn.
Een leefbare wereld wil hij, waarin niet het recht van de sterkste regeert, ook niet als die toevallig een mens is. God redde dier en mens door de wateren heen, vertelt het verhaal van de grote vloed. En met mens en dier sloot Hij een verbond.
De wereld wordt niet geregeerd door natuurwetten: God doet zijn zon opgaan over bozen en goeden. En ‘iedere ochtend zegt hij: doe het nog eens’ (G.K. Chesterton). En als God zegt: ‘Maan sta stil!’, dan staat de maan stil. Zon en maan zijn dienaren van God. Net als wij allemaal zijn eigendom.
Ook onze poes is van God, die mag je geen poot uitdraaien. En de legbatterijkippen zijn van God en de varkens. Ook de regenwouden en de orang-oetangs. Zijn eigendom!
In Psalm 104 staat dat God de dieren uit zijn hand laat eten. Als wij mensen eindelijk eens gingen ‘eten uit Gods hand’, zoals we zingen in gezang 49 van het Liedboek voor de kerken, dan zouden we eindelijk tam zijn. Niet meer gevaarlijk voor elkaar en voor Gods wereld.
Andere artikelen over het thema stad en voedsel:
Foodprint wil aandacht voor voedsel in de stad
Dadels en olijven, melk en honing in Stadskloostertuin




Sociale media
Follow @KerkDenHaag