Scheidend predikant Bethlehemkerk Paul Visser over de toekomst van het christendom
Geloof is meer dan emotie of een goed gevoel
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd januari 2010, jaargang 13, nr. 122
Interview Als het aan dr. Paul J. Visser ligt, wordt de verhouding tot de islam eerlijker. ‘Bijbel en koran vertellen totaal verschillende verhalen.’ Na elf jaar verruilt de hervormde theoloog Den Haag voor de Noorderkerk in Amsterdam.

Foto Rogier Chang
Paul Visser: ‘Mijn zorg is, of het ons lukt de woorden uit de grote christelijke traditie te bewaren en door te geven.’
‘Mijn vader was ook predikant. Ik ben opgevoed met een levend geloof. Daar hoorde bij dat we twee keer per zondag naar de kerk gingen. Daar is nog steeds veel voor te zeggen, ik heb dat ook in de Bethlehemkerk gestimuleerd. Zo’n tweehonderdvijftig gemeenteleden doen dat ook. Voor Den Haag is dat geweldig mooi. Anderzijds wil ik daar mensen niet op afrekenen, je kunt er niet iemands geloof aan afmeten.
Aan de heidenen overgeleverd
Voor de kerk als instituut zie ik op de lange duur minder toekomst. Niet dat ik de kerk zou willen opheffen. Ik ben gecharmeerd van de katholieke opvatting dat het heil ook in het instituut bewaard wordt. Wij protestanten willen het heil graag in ons hart ervaren, maar als het daar uit wegwaait, ben je ook alles kwijt en aan de heidenen overgeleverd. Als de kerk blijft bestaan, kunnen mensen altijd weer aanhaken .
Veel mensen geloven alleen voor zover ze het zelf kunnen bedenken. Ook in orthodoxe kring neemt dat toe. Ik betreur dat. Voor de komende generatie komt het erop aan of wij de omgang met de levende God gaande kunnen houden. Dat is meer dan een emotie of goed gevoel: geloof is geen projectie van eigen gedachten. Het heeft met kennis te maken, of zoals de bijbel zegt: met verlichte ogen van het verstand. Het hart zit in je hoofd. Mijn geloof is geen luchtspiegeling, maar een overtuigd geraakt zijn van hogerhand.
Gemiddelde leeftijd gedaald
Er komt meer vraag naar duidelijkheid. Mensen vragen: “Zeg me, hoe ik met God kan leven.” Dat is betrekkelijk nieuw. Vage religieuze gevoelens blijken op den duur toch te onbevredigend. Soms lijkt de postmoderne vrijblijvendheid op zijn retour. Ieder jaar praat ik daar met een groep van zo’n twintig buitenkerkelijken over. Als ik alleen zou zeggen: “Ik weet het ook niet”, zou ik hen teleurstellen. Tegelijk is het geloof nooit een rekensom. Vaak zeggen mensen: ach, de een heeft het nu eenmaal wel en de ander niet. Maar dan is het een kwestie van geluk hebben. Zo is het niet. Het geloof is een geschenk, dat ik al zoekend – en soms vechtend – ontvang.
Voor mij zijn kernwoorden: geven, dienen, volharden, jezelf verloochenen. Begrippen die in de geschiedenis bewezen hebben bij de navolging van Jezus te behoren. In mijn eigen leven heb ik de zegen van de volharding ervaren. Als ik het enkel had moeten doen op een goed gevoel, hadden we deze gemeente niet kunnen opbouwen. In de afgelopen elf jaar is de gemeente gegroeid tot achthonderd leden en de gemiddelde leeftijd gedaald van 52 naar 38 jaar. En dat in een tijd dat in de Haagse Protestantse Gemeente elf predikantsplaatsen zijn opgeheven.
De verhouding tussen het persoonlijke religieuze gevoel en het christelijk geloof heeft me altijd geïnteresseerd. Ik ben op dat onderwerp gepromoveerd in 1997, toen het thema van de Boekenweek ‘Mijn God’ was. Dat was nieuw: sindsdien werd religie weer het gesprek van de dag. Het voordeel van deze tijd is dat authentieke religieuze gevoelens en geloofsverhalen weer ruimte krijgen. Het gevaar is de eindeloze vrijblijvendheid. In de bijbel gaat het erom dat mensen overtuigd raken van een werkelijkheid die ze zelf niet hebben bedacht. Soms tegen wil en dank.
In het evangelie staan waarheid en leugen, licht en duister in scherp contrast. Dat laatste is niet populair. Je wordt gauw afgeserveerd als betweter. Nou, dat is dan maar zo. Het is intussen wel een traditie van eeuwen waarin mensen ervaren hebben dat de heilige Geest je overtuigt van dingen, waar je niet op zit te wachten.
Vijandige relatie
Velen denken dat christendom en islam verschillende benaderingen van hetzelfde geheim zijn. Dat is aantrekkelijk; je hoeft niet zo ingewikkeld te doen. Maar zodra je je van het eigen karakter van het evangelie bewust bent, zie je dat bijbel en koran totaal verschillende verhalen vertellen. We moeten daar eerlijker over worden. Pas bij overheersing van de islam zal dat duidelijk worden. Dat is geen islamfobie: in het dagelijkse leven moeten moslims en christenen goed met elkaar omgaan. Dat doen we zelf ook met onze moslimburen. Prima mensen!
De kern van het christelijk geloof is liefde, een relatie tussen God en mens die bevrijdt. In de islam draait het om macht en onderwerping. Dat is ook een relatie, maar één waarvan je eerder koud dan warm wordt. De islam houdt mensen gevangen in een vijandige relatie tot de Allerhoogste. Het evangelie vraagt niet omje op te werken, om in de gunst te komen. Het geheim van Christus is verzoening.
Mijn zorg is, of het ons lukt de woorden uit de grote christelijke traditie te bewaren, om die door te geven en in de harten te krijgen. Terecht vragen sommigen waarom we ons eigen evangelie niet meer geloven. Dat is schokkend. Voor ons allen geldt: back to basics, terug naar de bron. Laten we intussen alle moeite doen om eerlijke antwoorden te vinden. Zeker, die bestaan. Zo niet, dan ging ik vandaag nog iets anders doen.’
De afscheidsdienst is op 3 januari om 10 uur.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag