Archief
Jaargang:

Getroost verder

Door Rob van Essen
Gepubliceerd november 2010, jaargang 14, nr. 130

in-druk

‘Lees het nog eens?’, vroeg de zieke. Levensbedreigend ziek, hoorde hij op, toen ik aan zijn bed de woorden van de apostel las.
‘Het lijden van de tegenwoordige tijd staat in geen verhouding tot de luister die in de toekomst over ons zal worden geopenbaard.’
Ik las het nog een keer en je zag dat hij het zag.

Soms doen de woorden uit de Schrift dat zo maar. Ze maken mensen helderziende, ze breken door de koorts en de dodelijke vermoeidheid heen. Geen opium van het volk, maar een sterke en enige troost. Petrus zei het op de pinksterdag met woorden uit de profetie, waarin wordt gezegd dat God in de laatste dagen Zijn Geest zal uitstorten over alle mensen.
Het is goed te benadrukken dat de apostel – in de traditie van wet en profeten staande – het heil op deze wereld op het oog heeft. De Geest doet ons niet wegdromen in bovenaardse sferen, maar doet heel de schepping naar verlossing zuchten. De droom van de profeten, een stad zonder misdaad en kinderen die op pleinen en straten kunnen spelen, werkt aanstekelijk. Met tongen als van vuur verspreidt het goede nieuws zich en het is niet te blussen.

Niet te blussen? Momenteel hoor je wel dat de tijd van de ‘grote verhalen’ voorbij is. In en buiten de kerk komen we er niet meer zo goed uit als het erom gaat onze droom van een betere wereld te verwoorden. Erger nog, de droom lijkt op allerlei plekken het loodje gelegd te hebben. De droom van onderlinge solidariteit, van de zwaarste lasten op de sterkste schouders. Staat dat ook niet ergens in de Schrift, als kenmerk van die ‘laatste dagen’, dat de liefde van de mensen verkillen zal?

Ja, maar pas ook hier op. In de profetie gaat het er nergens om dat ons een onontkoombare blauwdruk van de toekomst gegeven wordt. Profetie roept mensen terug tot de droom van God en waarschuwt voor de consequenties van zin-loos leven. Wie de droom veracht en bij de calculator zweert, die kent de liefde niet. Goddank kan de liefde je zomaar overkomen. Eén en één is meer dan twee, zei een stel dat binnenkort gaat trouwen tegen mij. Ze dromen ervan dat meerdere straks dienstbaar te maken aan hun vrienden en aan de samenleving.

Wie gaat rekenen met God, met de liefde, die gaat iets van de uitbundigheid van de apostel begrijpen. Hij troost de zieken niet met de ‘hemel’, waardoor de pijn van het lijden verzoet zou moeten worden. Hij doet aangevochten mensen opleven omdat hij, onder de schijnbare overmacht van de duivel – u mag van mij ook ‘het kwaad’ lezen – het overgewicht van de liefde bejubelt.
Hetzelfde horen we in de woorden van de psalmen, die klagend en juichend de ‘weerloze overmacht’ van de Eeuwige bezingen.
‘Hij zal regeren, halleluja!’ klinkt het in het slotkoor van de Messiah.
En getroost gaan we verder, we kunnen het leven weer aan.

 

| |