God
Door Gerrit de Groot
Gepubliceerd januari 2012, jaargang 15, nr. 142
bijbels qrs De Bijbel staat vol woorden. Gedurende de geschiedenis heeft de mens, de kerk, die woorden een eigen leven ingeblazen. En er woorden aan toegevoegd, die bij nader inzien helemaal niet in de Bijbel staan.
Over het woordje ‘God’ bestaan veel misverstanden. Het woord is eigenlijk geen naam, het is meer een functie. In de Bijbel staat het woord God voor ‘macht’. Maar dan voor een macht die eronder gehouden mensen opricht, doet opstaan.
Bij ‘God’ moeten we dus altijd vragen wie bedoeld wordt. Is God die macht die het goed vindt dat het gaat zoals het gaat: dat machtigen en rijken leven ten koste van armen, bijvoorbeeld? Of gaat het om een andere macht? Een macht niet om de baas te spelen maar om de bazen mores te leren?
Goden zijn er naar bijbels besef in menigte. Denk maar aan het eerste van de tien woorden: ‘Ík, ik ben JHWH, jouw God, die jou heb doen uittrekken uit het land Egypte, uit het huis van slavernij. Niet zul jij andere goden hebben voor mijn aangezicht.’ Die ‘andere goden’ staan blijkbaar in de weg en benemen het zicht: het zicht van deze God op ons en ons zicht op deze specifieke God.
In de Bijbel heeft God een naam: JHWH. In Exodus 3:13 geeft dezelfde stem die Mozes heeft geroepen de verklaring van zijn/haar wonderlijke naam: ‘Ik zal er zijn zoals ik er zijn zal.’ Een God die – samen met Mozes – zijn volk bevrijdt uit de macht van die andere God: de farao. ‘JHWH is God!’ Hij/zij is een heel andere God dan de goden. Hij is eerder een anti-God. Dit zinnetje moeten we niet omdraaien. Alsof er ook zou kunnen staan: ‘God is JHWH.’ JHWH lijkt namelijk helemaal niet op een God. Hij/zij manifesteert zich bij voorkeur juist niet met machtsvertoon.
Daarom is het niet goed om een beeld van God te maken, zegt de Torah. Want met onze beelden van God zit je er altijd naast. God is niet af te beelden of in te denken of te omschrijven. Ook als we God met ‘hem’ of ‘hij’ aanduiden kan dat al verkeerde beelden oproepen. Zij/Hij is daar veel te anders voor. Bovendien – dat zou de eigenlijke reden weleens kunnen zijn van het beeldverbod – heeft deze God zelf al een beeld van zichzelf gemaakt: de mens. Díe is zijn beeld en gestalte. De mens is bijna God-gelijk, zegt Psalm 8. Het wezen van de mens is, dat we in hem/haar met God, met deze bevrijder-God te maken hebben.
Is Jezus misschien God? Als we met die vraag bedoelen of Jezus past in het beeld dat wij doorgaans van God hebben, zal het antwoord ‘nee’ moeten zijn. Jezus is geen God! Zijn God-gelijk-zijn is bij zijn geboorte zo verborgen dat Lukas – mythologische – engelen uit de hemel nodig heeft om tegen de herders te zeggen dat ze de mens-van-Godswege kunnen vinden in een stal, in een voerbak. Want de liefde van deze mens zal zó groot zijn en zó sterk, dat de mensen zullen zeggen: ‘Deze mens is God!’, een uitspraak die lijkt op JHWH is God.
Hier is dé God present. Want deze mens zal de ogen van mensen openen voor de kwetsbare en dakloze mensen in wie God ons zeer nabij is.
Dolf Tielkemeijer, predikant van de Thomaskerk, en emeritus-predikant Gerrit de Groot schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag