Godsdienstles nieuwe stijl
Godsdienstles nieuwe stijl: Vette pech kun je te boven komen
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd maart 2010, jaargang 13, nr. 124
Interview Jongeren en religie, wordt dat nog wat? Lerares Coos Visser heeft op haar school een nieuwe aanpak gekozen.

Foto Rogier Chang
Coos Visser: ‘De afdeling levensbeschouwing van pubers is wegens verbouwing een paar jaar gesloten.’
Lessen in pech. Hoe ga je om met pech in het leven?
Deze op het oog simpele vraag blijkt de redding van de godsdienstlessen van Coos Visser op het Christelijk Gymnasium Sorgvliet.
De lerares: ‘Met pech bedoel ik niet de gekochte hamburger die lauw blijkt te zijn. Nee, de echte pokkendingen in het leven, waarmee onze leerlingen te maken kunnen krijgen. Blauwtjes lopen, ouders die scheiden, een vriendin die overreden wordt, echte problemen dus. Hun vraag is dan, hoe een mens zulke klappen kan opvangen. En wat de wereldgodsdiensten daarover te zeggen hebben. Je hoeft namelijk niet met lege handen te zitten als je iets overkomt, want alle religies bieden handvatten – noem het een zingevend kader – om met tegenslag om te gaan en daarmee het leven zinvol te maken.’
Aansprekend gezicht
Door ‘levenskunst’ tot leidend thema te maken, ziet Coos Visser kans het vak godsdienstonderwijs en levensbeschouwing een nieuw, aansprekend gezicht te geven. Het idee om het over ‘pech’ te hebben kwam van de leerlingen zelf, tijdens een evaluatie van de ‘lessen in geluk’ die nu in de mode zijn. Niet geluk, maar pech werd de kapstok. ‘Laten we wel zijn: deze lessen zijn het enige moment op school waarop dit soort onderwerpen ter sprake kan komen.’
Uitgaande van de zingevende kwaliteiten van de wereldgodsdiensten leren de gymnasiasten op een nieuwe manier naar religie kijken. En dat is winst, vindt Visser. ‘Je wilt niet weten welke diepe vooroordelen die kinderen hebben. In hun ogen staat alle religie gelijk aan boerka’s met bommen eronder, met fundamentalisme, met domheid. Dat is er niet uit te tikken.’
Vooroordelen komen voort uit onwetendheid, merkt ze. ‘Veel kinderen denken dat alle christenen geloven dat de wereld in zes werkdagen geschapen is. Nou, met zo’n domme club willen ze echt niets te maken hebben. Ik pak dan een bijbel en zeg: dat verhaal over die zes dagen staat op pagina een van dit dikke boek. Keur je dit hele boek af na het oppervlakkig lezen van bladzijde 1?’
Smakelijke kluiven
Visser prijst zich gelukkig als haar leerlingen een ‘welwillende houding’ ten opzichte van jodendom, christendom, islam en boeddhisme hebben. En zich open stellen voor wat Visser te bieden heeft. Want ook gymnasiasten puberen. Ze mogen dan wel gezegend zijn met een goed stel hersens en een dito abstractievermogen, ‘de afdeling levensbeschouwing van kinderen op deze leeftijd is wel wegens verbouwing een paar jaar gesloten’, zegt ze. ‘Ze zijn zo bezig met elkaar, en hun positie in de groep, ik ben al blij als het in het lokaal veertig minuten stil is.’
‘Ondertussen geef ik ze smakelijke kluiven, waarmee ze zich kunnen voeden. Ik ben gelukkig als na een les twee leerlingen naar me toekomen en vertellen dat ze het onderwerp gaaf vonden.’
De komende Boekenweek gaat over 'Jong zijn'. In het maartnummer van Kerk in Den Haag daarom enkele artikelen over jongeren en religie.
Zie ook:
Jong meisje in verzet tegen zwarte kousen - Franca Treur
Klaargestoomd voor de Citotoets





Sociale media
Follow @KerkDenHaag