Groenestein, berucht opvoedingsgesticht: ‘De enige aandacht was een knal voor je kop’
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd februari 2011, jaargang 14, nr. 133
nieuws Veertig jaar geleden werd het grote Haagse rooms-katholieke weeshuis en opvoedingsgesticht Groenestein gesloopt. Het had, als gevolg van een barbaars regime, een slechte reputatie. Nog steeds doen gruwelverhalen de ronde.
Slopers trokken veertig jaar geleden, in 1971, de laatste muren omver van een imposant gebouw aan de Loosduinseweg. Waar in de achttiende eeuw een fraaie buitenplaats lag, bouwde eind negentiende eeuw de befaamde architect Nicolaas Molenaar het ‘R.K. gesticht Groenestein’, waar zeshonderd jongens en meisjes woonden, onder toezicht van mannen en vrouwen verbonden aan katholieke congregaties. De inrichting, een monumentaal gebouw met een grote kapel in het midden, was negentig jaar lang een begrip in Den Haag.
‘Vrome zondaars’
Onlangs kwam Groenestein weer in het nieuws. De commissie-Deetman, die onderzoek doet naar seksueel en fysiek misbruik in katholieke instellingen gedurende de laatste decennia, werd vorig jaar mede ‘gevoed’ door publicaties in NRC Handelsblad. De schrijver daarvan, Joep Dohmen, heeft zijn bevindingen, aangevuld met achtergrondinformatie, gebundeld in het boek Vrome zondaars. Groenestein – deel van een groot landelijk netwerk van katholieke opvoedingsinstituten – vervult daarin een prominente rol. Het rapport van de commissie-Deetman wordt eind dit jaar verwacht.
In Groenestein heerste een ‘permanente angstsfeer’, aldus Dohmen. De broeders en zusters, vaak afkomstig uit de missie, hadden weinig pedagogische bagage. Om hun gezag te handhaven onder de – moeilijke – Haagse kinderen, namen ze hun toevlucht tot soms ronduit sadistische straffen. ‘Seksuele, fysieke en emotionele mishandeling gingen regelmatig samen. Daders maakten zich in verschillende combinaties schuldig aan machtsmisbruik.’
‘Groenesteinsyndroom’
Groenestein mag dan in 1971 zijn afgebroken, de herinneringen zijn gebleven. Dat bleek in 1982, toen de NOS een documentaire over het huis uitzond van de schrijver en cineast Hans Koekoek. Het was een film, gebaseerd op herinneringen van oud-bewoners. Tegelijk schreef hij er een boek over, Het Groenesteinsyndroom. Hij sprak met mannen en vrouwen die een deel van hun jeugd aan de Loosduinseweg hadden doorgebracht en daar nog de vreselijkste herinneringen aan bewaarden.
Een vrouw vertelde: ‘Als ik er met de bus langs rij, moet ik altijd naar die lege plek kijken. Ik word er naar toe getrokken, ik moet kijken… en dan huil ik van binnen. Dan denk ik aan die jaren die ik daar heb doorgebracht en het leed dat ik daar heb ondergaan. Dan komt heel die jeugd weer naar boven. Alles komt terug, al dat verdriet en die ellende en dan ben ik de hele middag uit m’n doen.’
Een man: ‘Wanneer je tegensprak… d’r was een grote kast, daar werd je de hele middag in opgesloten. Als je je behoefte moest doen, kon je er natuurlijk niet uit. Je deed je behoefte in die kast. Nou, de gevolgen waren niet te overzien…die straffen die ze gaven… ’t was gewoon verschrikkelijk.’
Een man: ‘De enige aandacht die je kreeg, was een knal voor je kop.’
Een vrouw: ‘Een niet al te harde klap gold als een liefkozing.’
De reputatie van Groenestein was in katholieke Haagse gezinnen een bruikbaar drukmiddel als kinderen er aan tafel een potje van maakten. Moeder hoefde maar even te dreigen met de Loosduinseweg, of de boterham verdween gehoorzaam naar binnen.
Werking van het geheugen
Het is op dit moment onbekend of Hagenaars zich bij de commissie-Deetman hebben gemeld met concrete klachten over Groenestein. Wel wordt uit het boek van Hans Koekoek duidelijk, dat herinneringen gemengd kunnen zijn. Na uitzending van de film belden oud-bewoners op die juist goede ervaringen met de zusters en broeders hadden gehad. Ze vonden het een kwalijke zaak dat klachten van enkelingen aan de grote klok werden gehangen. Antipapisme! Misstanden? Ach, het zullen wel incidenten zijn geweest.
Koekoek wijdt interessante passages aan de werking van het geheugen, en aan de manier waarop kinderen tegen hun opvoeding aankijken. ‘In een aantal gevallen lijkt het wel of kinderen van liefdeloze ouders of opvoeders, ten koste van alles toch van hen proberen te blijven houden. Heeft dit iets met zelfbescherming te maken?’
Een reactie na de uitzending: ‘Aan Groenestein kan ik alleen maar met dankbaarheid terugdenken. God zegene de broeders en zusters.’
Maar ook: ‘Groenestein draag je met je mee, je hele leven lang. Het is een ernstige handicap en niemand die het aan je ziet.’
Problematische gezinnen
Het is de vraag of de commissie-Deetman, na alles wat Koekoek en Dohmen al hebben beschreven en geïnterpreteerd, nog met een nieuwe zienswijze kan komen. Hooguit komt de wijsheid met de jaren. Rector F. Heemskerk, die tot eind jaren vijftig de scepter zwaaide, wuifde de klachten nog weg. Incidenten weet hij aan de problematische gezinnen waar de kinderen uit kwamen. Broeder Eduard, die er in de jaren zestig werkte, schreef dat strenge opvoedmethoden vroeger schering en inslag waren. Op een gewone school werd ook veel geslagen. ‘In ons huis zal dat toen ook wel gebeurd zijn.’ Directeur B. Goes, die in 1971 de deur achter zich dichttrok, meende daarentegen over de klagers dat het ‘onmogelijk is aan de waarheid van hun betogen te twijfelen’.
Hoe verschillend de herinneringen ook gewaardeerd worden, Joep Dohmen ziet niettemin een patroon. Het ‘grondpersoneel van Onze Lieve Heer’ mag dan veel goeds hebben gedaan – onderwijs, opvoeding, ziekenzorg – ‘het ging zich ook te buiten aan buitensporig geweld, ook naar de normen van destijds’.
Wat verder te betreuren valt – zij het van een geheel andere orde – is dat het monumentale gebouw veertig jaar geleden met de grond gelijk is gemaakt. Wat er nu staat, een bedrijfsverzamelgebouw met appartementen, is niet te vergelijken met de schepping van Molenaar. In ieder geval had het gebouw van Groenestein een tweede leven verdiend.






Sociale media
Follow @KerkDenHaag