Remonstrantse kerk verborg onderduikers
Haags kostersechtpaar geëerd door Yad Vashem
Door Maarten van Krimpen
Gepubliceerd mei 2010, jaargang 13, nr. 126
Nieuws Een stukje Haagse remonstrantse geschiedenis kreeg onlangs bijzondere aandacht. Het echtpaar dat in de oorlog koster was in de remonstrantse kerk, kreeg postuum een prijs. Ze hadden in het kerkgebouw onderduikers opgevangen.
Zilpa Meibergen, een van de onderduikers, rond 1975. Haar dochter, Roni Thome-Gibbes, heeft zich ingezet om de mensen te zoeken die haar moeder hadden gered.
Het Haagse remonstrantse kostersechtpaar Nel en Wim Pleijsier-van Buren kreeg onlangs postuum de onderscheiding ‘Rechtvaardige onder de volken’ van Yad Vashem, het Israëlische herdenkingsinstituut voor de Tweede Wereldoorlog. Hun oudste dochter nam de prijs in ontvangst. Het echtpaar verzorgde tijdens de oorlog een schuilplaats voor meer dan twintig onderduikers in de remonstrantse kerk.
Kruipruimtes
De kerk stond aan de Laan, niet te verwarren met de Laan van Meerdervoort waar de huidige remonstrantse kerk staat. De Laan loopt achter het Koorenhuis langs, in het centrum. De kerk is in de jaren zeventig gesloopt. Het gebouw leende zich uitstekend voor het onderbrengen van mensen, vanwege alle gangen, kelders en kruipruimtes. De ruimte onder de consistoriekamer was een van de beste. Niet alleen joden hebben daar ondergedoken gezeten, maar ook een groepje Delfste studenten en twee deserteurs van de Duitse Wehrmacht.
In de vloer was een luik uitgezaagd dat met schuiven kon worden gesloten. Met een speciale constructie sloot de vloerbedekking rimpelloos tegen de plint aan. Met fretboortjes waren gaatjes in de vloer gemaakt. Daardoorheen gingen dunne touwtjes die aan de onderkant van de vloerbedekking waren gehecht. Na sluiting van het luik werden de touwtjes aangetrokken en aan haken op de vloerbalken onder spanning vastgezet. De kans dat de onderduikers ontdekt werden, was daardoor klein.
Ook in het huis boven de hoofdingang van de kerk, op Laan 22, zaten onderduikers. Daar woonde de schoonzus van Wim en Nel Pleijsier; zijzelf woonden op nummer 20. Op nummer 24 woonde ds. F. Kleijn met zijn gezin.
Het echtpaar Pleijsier deed allerlei hand- en spandiensten voor de onderduikers. Zeker Nel verrichtte veel werk. Zij zorgde voor eten en deed de was. Daarnaast ging voor beiden het werk als koster en kosteres gewoon dagelijks door.
Infectie
Begin december in 1944 ging het bij een razzia alsnog mis. Door verraad en het feit dat het luik per ongeluk niet gesloten was, is een groep onderduikers opgepakt, samen met Wim Pleijsier, zijn broer Carel, ds. Kleijn en diens zoons. In maart kwam Kleijn weer vrij. Zijn zoons wisten tijdens een transport naar Duitsland te ontsnappen. Carel wilde niet vluchten, hetgeen voor Wim een reden was om ook achter te blijven. Carel kreeg een infectie aan zijn handen. De Duitse artsen wilden ze amputeren, maar toen hij vertelde dat hij organist was, is dit niet gebeurd. De Duitsers konden zijn handen redden en hij werd naar huis gestuurd. Omdat Wim geen reden had om te blijven nu zijn broer weg was, is hij uiteindelijk ook het kamp uitgevlucht.
Monument
De namen van het kostersechtpaar worden bijgeschreven op de herdenkingsmuur in Yad Yashem. In Yad Vashem, een groot gebouwencomplex annex museum in Jeruzalem, worden de joodse slachtoffers uit nazi-Duitsland herdacht.
De toekenning van de prijs is tot stand gekomen dankzij de inzet van Roni Thome-Gibbes. Haar moeder, Zilpa Meibergen, was een van de onderduikers in de kerk.
Met dank aan P.L. Slis voor gebruikmaking van een artikel in Kredo, het kerkblad van de remonstranten in Den Haag, mei 2008.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag