Mannenopvang nieuw project van Stek
Hamza kan nergens meer heen
Door Matthijs Termeer
Gepubliceerd februari 2012, jaargang 15, nr. 143
reportage Sinds kort kunnen mannen in nood terecht in een opvanghuis in Den Haag. Drie mannen wonen er, allemaal ten einde raad. Een bewoner: ‘Ik bijt door. Iedere morgen is er nieuwe hoop.’

Foto Matthijs Termeer
Hamza (46) zit in de mannenopvang en komt de dag door dankzij medicijnen en de Bijbel.
Hamza (46) lijdt aan schizofrenie en is ontoerekeningsvatbaar verklaard. Ooit dreef hij een restaurant in een stad op de Balkan. Het conflict in voormalig Joegoslavië kostte het leven aan zijn vrouw en dochter. Hamza belandde in de gevangenis, maar wist te ontkomen en kwam in 1994 in Nederland terecht. Nu overleeft hij op tien pillen per dag, werkt een paar dagen per week in een sociale werkplaats en denkt niet te veel na over de toekomst. Twee advocaten maken zich sterk voor Hamza, die een paar jaar geleden in een psychose zijn reeds verworven Nederlandse paspoort inleverde bij de politie. Hij is tot ongewenste vreemdeling verklaard en dreigt zijn Nederlanderschap daadwerkelijk kwijt te raken.
Rug tegen de muur
Het verhaal dat daaraan vooraf gaat, is lang en ingewikkeld. Kees Buist, diaconaal werker van de kerkorganisatie Stek, kent het wel zo’n beetje, maar wat voor hem telt, is dat Hamza hulp nodig heeft en nergens anders meer kan aankloppen.
Buist houdt zich bezig met het project voor mannenopvang in Den Haag. Hamza is een van de drie mannen die Stek op dit moment huisvest in een woning, ergens in de stad.
Ze hebben psychische of lichamelijke problemen, soms allebei. De cliënten van de mannenopvang staan met de rug tegen de muur. ‘In het medische en psychiatrische circuit zijn ze uitbehandeld’, zegt Buist. Voorzieningen voor autochtone daklozen zijn geen optie voor deze mensen, die vaak in een asielprocedure verwikkeld zijn of anderszins buiten de normale hulpverlening vallen.
Laatste strohalm
Opvang voor mannen is een nieuw fenomeen, in ieder geval voor Stek. Voor vrouwen is het maatschappelijk gezien nu eenmaal vanzelfsprekender dat ze naar een laatste strohalm kunnen grijpen, legt Buist uit. Zeker als er kinderen in het spel zijn. Enkele maanden geleden is gestart en met drie cliënten zit de mannenopvang nog in een experimentele fase. Stek wil het aantal plaatsen uitbreiden naar vijftien, maar is ook realistisch. ‘Er moet een evenwicht zijn tussen de nood en wat wij aankunnen.’
Volgens Buist is de opvang tijdelijk en moet er zicht zijn op herstel of voortgang in een eventuele asielprocedure. ‘Als er geen perspectief meer is op een verblijf in Nederland, stopt het.’ Stek zorgt in zo’n geval voor voorlichting over mogelijke toekomstscenario’s, maar laat medische, psychiatrische en juridische begeleiding over aan de instanties die de cliënten plaatsen.
Niet nadenken
Iedere week gaan er twee vrijwilligers langs bij het opvanghuis, om te kijken hoe het met het drietal gaat. ‘Ze hebben niet om elkaar gevraagd. Er zijn af en toe strubbelingen. Burengerucht, iemand die niet wil afwassen.’
Buist erkent dat het zorgen voor slechts drie mannen een druppel op een gloeiende plaat is. ‘Maar je kunt beter iets kleins doen dan helemaal niets.’
Voor Hamza maakt het een groot verschil. Bij de sociale werkvoorziening sorteert hij oude kleren en haalt hij computers uit elkaar. In zijn vrije tijd leest Hamza boeken, kijkt hij televisie en loopt of fietst door het Zuiderpark.
‘Niet te veel nadenken’, zegt hij. ‘Doorbijten. Iedere morgen is er nieuwe hoop.’ En sinds hij in 1997 gedoopt werd bij een gereformeerde gemeente in het Zeeuwse Burgh-Haamstede, is de Bijbel zijn vaste metgezel.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag