Archief
Jaargang:

College van Collectanten (1)

Herinneringen aan Haagse kerken: Het geld moest op de goede plek terechtkomen

Door Hans Jansen
Gepubliceerd januari 2009, jaargang 12, nr. 112

Achtergrond Een herinnering aan het College van Collectanten. De weduwe van de heer J.C. (Hans) Jansen stuurde ons een verhaal daarover, dat haar man, die vijf jaar geleden is overleden, had opgeschreven. Zijn vader was lid van het ‘herencollege’.

Met de sjerp om achter de groene tafel. Het bestuur van het College van Collectanten.

Met de sjerp om achter de groene tafel. Het bestuur van het College van Collectanten.

 Het College van Collectanten van de Haagse Hervormde Gemeente. Wat hun taak was blijkt al uit de naam van dit eerbiedwaardige gezelschap, maar behalve collecteren waren ze ook verantwoordelijk voor een ordelijk verloop van de kerkdienst.

Op een enkel godshuis na, dat toen al zo vooruitstrevend was om er zelf een commissie van ontvangst op na te houden, deden zij in alle Haagse hervormde kerken dienst, zoals de Grote Kerk, Regentesse-, Zuider-, Bethlehem-, Laak-, Willems- en Wilhelminakerk.

De decentralisatie, die het parochiestelsel teweeg bracht, is pas enige jaren na 1945 in gang gezet. De glorietijd van het College van Collectanten ligt dan ook vóór de Tweede Wereldoorlog. Het heeft de oorlog doorstaan en is daarna geleidelijk aan ter ziele gegaan toen de ene wijkgemeente na de andere haar taak had overgenomen.

Mankracht

Behalve in de ochtend waren ook de avonddiensten nog in zwang, dus voor het invullen van een goed dienstrooster was heel wat mankracht nodig. Over de honderd leden telde het college. Ja, mankracht, het was een herencollege. Vrouwelijke leden heeft dit gezelschap nooit gekend. Over de honderd geselecteerde kerels, want een nieuw lid moest door ten minste twee leden worden voorgedragen en daarna besliste de ballotagecommissie over zijn lot. Belijdende lidmaten van de Hervormde Kerk moesten het zijn en natuurlijk van onbesproken gedrag. Het collectegeld moest uiteraard te bestemder plaatse terechtkomen. Het uitoefenen van een zelfstandig beroep was een goede aanbeveling, dan kon ook bij bijzondere omstandigheden een beroep op hen worden gedaan.

Besmetting

Het ambt van collectant werd uitgeoefend in zwart colbert met bijpassende gestreepte broek. Ik denk dat menig trouwpak in deze functie is afgedragen. Tijdens de collecten werd de uitrusting gecompleteerd met een paar zwarte handschoenen. De cabaretier Fons Jansen heeft eens vermoed, dat ze die droegen ‘tegen de besmetting’.

Enige keren per jaar vergaderde de club in het nu afgebroken restaurant Den Hout op de Herengracht. De vergadering begon zakelijk. Het bestuur zat achter de groene tafel. De decoratie op de sjerp, die de revers dekte, gaf ieders functie aan. Daarna werd het een gezellige boel. Er was gelegenheid om deel te nemen aan alle mogelijke gezelschapsspelen. Zo bleef het college, dat altijd zo verspreid opereerde, toch een eenheid.

De jaarvergadering kende een bijzonder hoogtepunt. Zij werd namelijk besloten met een souper dat de leden zelf bekostigden. Zij waren dus hun eigen gastheer. Het werd traditie dat zij dit etentje besloten met het zingen van een door een van de leden gemaakt lied:

Om de gastheer te bedanken

voor zijn vriend’lijk onthaal,

hij was niet gierig, hij was niet karig,

hij was integendeel royaal.

 

Volgende aflevering: Bakker Hus in de kerk 

 

| |