Archief
Jaargang:

Het oog van de Messias

Door Dolf Tielkemeijer
Gepubliceerd oktober 2011, jaargang 15, nr. 139

Bijbels QRS

Er is een groot verschil tussen ‘kijken’ en ‘zien’. Ooit sprak ik een gepensioneerde herenboer die van het leven had genoten. Dagelijks zat hij in de serre van het grote huis, keek uit over zijn land en richtte zijn verrekijker op de arbeiders die het werk moesten doen. De zelfvoldaanheid waarmee hij dat vertelde!
Hij keek heel wat af, maar wat hij zag, wat hij ècht zag, was zijn macht, zijn winst en zichzelf in de spiegel van zijn ijdelheid. Zo althans voelde dat voor mij.

Hoe anders is het zien van de Allerhoogste die het schreeuwen van zijn kinderen in de slavernij in het angstland Egypte hoort. Hij hoort hun kermen, gedenkt zijn verbond met hen en dan staat er: God ziet de kinderen van Israël. God heeft er weet van. (Exodus 2: 25) Het schreeuwen, de pijn van zijn mensen, doet God pijn van binnen en hij ziet het. Als ik de bijbel goed versta, is het deze goddelijke pijn die de Messias heeft voortgebracht. (Alhoewel, er zijn ook stemmen die zeggen dat de Messias al van voor de schepping klaarstond om op aarde te verschijnen.)

Zoals je de Messias Jezus leert kennen in het evangelie, valt, om zo te zeggen, de appel niet ver van de boom. Hij ziet veel. Hij ziet in mensen hun glans en hij ziet hun verlorenheid. Hij ziet de menigte die op hem afkomt en wordt met ontferming bewogen, het doet hem pijn van binnen. En hij ziet in vissers volgelingen. Hij ziet in een zieke een geheeld mens en in een arme ziet hij iemand die alles weet te geven. In een tollenaar ziet hij iets dat nog nooit iemand in hem gezien heeft: een gastheer.
Hij ziet Jeruzalem en weent over haar. Hij ziet het onrecht op aarde als de groten de kleinen weghouden van hem. Hij ziet zijn moeder Maria en haar onmogelijk groot verdriet als hij stervende is. En hij ziet de Satan als een lichtflits uit de hemel vallen. In zijn ogen richt het kwaad veel kwaad aan, maar het heeft een vallende gestalte.
De Messias ziet veel. Hij ziet van binnen. En hij aanschouwt de Allerhoogste als hij in zijn gebed de heerlijkheid zoekt die zijn Vader in de hemel voor al zijn schepselen bedacht en bedoeld heeft. Hij ziet je in je ware gedaante. En zo verwijst hij je naar God.

Ik vraag me wel af hoe de Messias kijkt naar de herenboer die ik ooit ontmoette. Welke sporen van hemels licht hij in dat mensenleven ontwaart. En of hij mij daarvan misschien iets kan laten zien. Je kunt bij nader inzien nog veel in de ander ontdekken. En, wie weet, kijk je dan ook met andere ogen naar jezelf.

| |