Het oog van Mozes en het oog van God
Door Dolf Tielkemeijer
Gepubliceerd juli 2011, jaargang 14, nr. 137
De kerk is in zwaar weer terechtgekomen, en de vraag is óf de kerk in het zware weer terecht zal komen.
Beleidsplannen, herstructurering, reorganisatie, het treft je als een zondvloed. Hoewel, een zondvloed juist niet, want de boog van de Heer hangt in de donderwolken als een teken van het verbond tussen God en de aarde: niet nog eens … nooit meer zondvloed. Van die belofte zal de kerk des Heren toch niet uitgesloten zijn?
Laat ik aannemen dat de aarde de vaste grond onder mijn bestaan is en laat ik u vervolgens uitnodigen mee te gaan de berg op. Even boven de verdrukking van de tijd uit. We stijgen met Mozes de berg op. Niet de berg van het verbond, maar de berg aan het einde van het aardse leven, de berg Nebo. Daar, op de top, laat de Heer aan Mozes heel het beloofde land zien voordat hij sterft. Heel het land, niet een stukje. Ik stel me dan zo voor dat de Allerhoogste het oog van Mozes heeft genomen om dat mee te nemen op ontdekkingsreis, van noord naar zuid, van oost naar west. De Allerhoogste als reisleider.
Mozes wordt uit zichzelf getrokken, hij raakt in extase door de hand van God. Sterven is dan misschien een kleine daad: als je oog maar heeft gezien waar het naartoe gaat, al mag jij voor dit moment nog niet naar binnen, al moet jij nog wachten. Dat is de dood: wachten. Mozes gaat het wachten binnen met ogen die bijna alles hebben gezien van wat komen gaat.
Maar de tekst kan ook andersom gelezen worden. Ik weet niet wat de beste lezing is van: ‘Ik heb het je doen zien met eigen ogen’ (Deuteronomium 34:4, Naardense Bijbel). Het kan ook betekenen dat de Allerhoogste het hele beloofde land in zijn handen heeft genomen en het bij Mozes naar binnen heeft gelegd. Door zijn ogen naar binnen tot in zijn hart. Zo kun je het ook lezen. Mozes die ‘daarheen niet mocht oversteken’, hoeft ook niet over te steken, omdat God voor hem de afstand overbrugt en hem het beloofde land te binnen brengt voordat hij sterft. Het oog als de poort van het hart en de Allerhoogste op verborgen wijze de poortwachter van het oog van de mens. Denk je dat eens in!
Ik denk dan aan Psalm 17:8 waar Israël bidt: ‘Bewaak mij als het mannetje in uw oog’, of, wat minder mannelijk: ‘Bewaak mij als het poppetje in uw oog’. Een gebed of je mag leven in de ogen van God.
Het is de vraag van het begin: waar kom je terecht en kom je daar terecht?
Dolf Tielkemeijer is predikant van de Thomaskerk. De titel van deze theologische rubriek is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag