‘Luxe’ na de crisis
Het paradijs is er voor iedereen, arm en rijk
Door Margot C. Berends
Gepubliceerd maart 2010, jaargang 13, nr. 124
Achtergrond Is ‘luxe’ een vies woord, of mág het weer?
Luxe. Voor sommigen iets om over te dromen. Voor anderen een bijna vies woord. Sommigen gunnen zich bij tijd en wijle enige luxe en genieten daarvan. Anderen zijn zo gewend aan overdaad dat ze moeilijk nog kunnen beseffen dat luxe iets bijzonders is.
Luxe met een moralistisch gebaar afdoen als ‘zondig’ is gemakkelijk. De argumenten liggen in deze crisistijd voor het oprapen. Het graaigedrag van hoge pieten. Een man met een topinkomen die bij het woord ‘bezuinigen’ niet verder komt dan de overweging om de derde auto weg te doen. De Voedselbank die meer aanvragen krijgt dan ooit, maar tegelijk minder spullen heeft om uit te delen.
Luxe: bah.
Dwaas cadeau
De Duitse predikant Werner Tiki Küstenmacher werpt een ander licht op dit begrip. Hij schreef een boek over de spirituele kijk op luxe. In Jezus’ leven waren tal van momenten waarop hij genoot van overdaad, zo stelt Küstenmacher. Jezus hield van een feestje en veranderde water in wijn. Hij nam met graagte het ‘dwaze cadeau van de verliefde Maria Magdalena’ aan, die voor een vermogen aan lekkere olie over zijn voeten uitgoot. Maar Küstenmacher ziet ook andere vormen van luxe die glans aan het leven geven. De luxe van de stilte. Van het sacrament, in vorm variërend van het doopwater tot het dagelijkse kopje koffie tijdens een moment van rust. De luxe om je vader en moeder te verlaten en je eigen weg te gaan.
Nog weer een andere manier om luxe te benaderen, is de gedachte dat aardse goederen en allerlei genot het zicht op wat wezenlijk is, kunnen belemmeren. Wie tijdens een vastentijd afziet van sommige gewoontes, kan de ervaring krijgen dichter bij God te komen. Franciscus van Assisi koos er vrijwillig voor om af te zien van alle rijkdom. Hij omarmde ‘vrouwe armoede’ en probeerde de vrijgevigheid en de zelfgave van God na te volgen. Franciscanen leven zonder bezit, zodat ze zich op spiritueler zaken kunnen richten.
Kunst en schoonheid
Maar ook dat is weer relatief. Franciscaanse kerken zijn soms uitgesproken overdadig en duur ingericht. De gedachte erachter was dat de eenvoudige gelovige, die zich geen bedevaart naar het Heilige Land kon veroorloven, in zo’n kerk-om-de-hoek de hemel op aarde kon beleven. Muziek, wierook, kunst en schoonheid zijn middelen om mensen in vervoering te brengen en boven het dagelijkse leven uit te tillen. In rijk geornamenteerde kerken is deze ervaring toegankelijk voor iedereen.
Dat is óók een Franciscaanse gedachte: de luxe van het paradijs op aarde, ook voor gewone mensen.
Toch luxe om zo even rondom het begrip ‘luxe’ te cirkelen.
Zie ook:
Kerkzilver doorstond bombardement in 1945
Gouden bergen, of is er meer te halen?




Sociale media
Follow @KerkDenHaag