Archief
Jaargang:

Annelies Stellinga, MS-patiënt: 'Ik koester mijn leven hier'

Door Nelleke de Jong - van den Berg
Gepubliceerd december 2011, jaargang 15, nr. 141

interview Annelies Stellinga heeft een jaar vol veranderingen achter zich. Ze heeft MS, maar veel dingen maken haar tot een gelukkig mens.

Annelies Stellinga: 'Mijn geloof lijkt sterker te worden door mijn ziekte.'

Foto Rogier Chang

Annelies Stellinga: 'Mijn geloof lijkt sterker te worden door mijn ziekte.'

Het was een bijzonder jaar voor Annelies Stellinga, lid van de Christus Triumfatorgemeente (Bezuidenhout). Er kwam een einde aan haar relatie, ze verloor haar baan en werd afgekeurd vanwege haar ziekte Multiple Sclerose. Geen onbenullige gebeurtenissen. Maar wie haar gezien heeft op TV West, in een aflevering van Jij bent zo, zag géén gebroken vrouw, integendeel. 
 
Drukker dan ooit
Ze is aan het uitzoeken hoe het moet met zorgverzekering, uitkering, belasting, pensioen en persoonsgebonden budget. ‘Ik moet nu alles alleen doen. Dat is weleens moeilijk.’ Ze is even stil, maar lacht dan: ‘Ik ben net een gepensioneerde: drukker dan ooit.’ Ze doet bestuurlijk werk voor de MS Vereniging Nederland, organiseert bijeenkomsten voor mensen met MS, én voor hun mantelzorgers.’
Sinds half april woont ze in Zoetermeer, in een huis dat geschikt is voor een mindervalide – met elektrisch bedienbare ramen en deuren, ruimte voor de rolstoel en aanpassingen in badkamer en keuken. ‘Hier alleen gaan wonen voelde echt als een nieuw begin. Vroeger deed mijn partner veel dingen, dat ging sneller. Ik doe nu alles zelf, en ik geniet er intens van: boodschappen doen, strijken, ik kán het gewoon. Dat maakt me gelukkig. Ik koester mijn leven hier. Soms bid ik: laat me zo blijven, ik wil hier nooit meer weg.
Mijn geloof lijkt sterker te worden door mijn ziekte. Het voelt alsof God achter me staat. Ik heb altijd een buddy.’

Lieve gemeente
Ze gaat elke zondag naar de Christus Triumfatorkerk. ‘Of ik moet me heel rot voelen, dan luister ik via internet. Maar als het kan, ga ik. Het is zo’n lieve gemeente.’
Ze legt uit: ‘Als je MS hebt, doe je telkens stapjes terug in wat je kunt, maar je kunt ook ineens een uitval hebben. Dan word je ’s morgens wakker en doet bijvoorbeeld je arm het niet meer. Dan moet je naar het ziekenhuis, aan een prednisoninfuus om het lichaam weer “op te starten”. Daar ben je echt ziek van, ook omdat je weerstand minder wordt. Maar sinds bijna twee jaar heb ik nieuwe medicijnen, één keer per maand via een infuus, en heb ik geen uitvallen meer.
Wel heb ik sinds een week of drie, vier meer moeite met de kerkzaal in komen. Ik liep altijd aan iemands arm, ik wil niet in de kerk in mijn rolstoel zitten. Iemand opperde laatst: “Kom dan met je rolstoel via de lift naar de kerkzaal, dan parkeer je hem achterin, hoef je nog maar een klein stukje.”

Een paar jaar geleden heeft ze belijdenis gedaan, nog bij dominee Jan van Opstal. ‘Mijn ouders gingen altijd naar de Christus Triumfator. En ik ging mee. Het was altijd zo pakkend. Van Opstal nam iets uit het nieuws of het dagelijks leven en reflecteerde daarop vanuit het geloof. Dat deed hij zo inspirerend, dat gaf je een ander zicht op het geloof. Daar kon je de week weer mee door. Toen hij uit Den Haag vertrok, vond ik dat echt balen.’
Met twee mensen van de kerk onderneemt Annelies leuke dingen, zoals samen naar het strand gaan. Onlangs schreef ze haar verhaal in het kerkblad. Ze heeft al verschillende gesprekken gehad naar aanleiding daarvan. ‘Dat zijn mooie gesprekken. Iedereen gelooft op zijn of haar manier, maar altijd om God te eren.’

Testcase?
Heel soms vraagt ze zich af: ‘Waarom ik? Ben ik soms een testcase?’ Dit is dan haar antwoord: ‘Ik kan laten zien dat je op deze manier goed kunt leven. Als anderen vragen: “Hoe kun jij zo positief zijn?”, zeg ik: “Moet ik dan jankend achter de geraniums gaan zitten?” Ik kan lekker leven. Het gaat niet snel, maar dat accepteer ik. En ik heb goeie vrienden, bij wie ik terecht kan en met wie ik het leuk heb.’ 

Twee engelen
Annelies kent twee engelen: ‘Mijn ouders, zij hebben dit huis voor elkaar gekregen. Ik heb veel steun aan mijn moeder. Zij rijdt me terug naar huis na mijn maandelijkse infuus. Mijn vader klust in huis en helpt me met financiële zaken. Ze zijn echt lieverds.’

| |